In goed Brezhoneg, met viltstift

Een etappe van de GR34 van St Michel en Greve tot Le Yaudet, gelopen op donderdag 24 juli 2014

De kerk van St Michel en Greve, Lokmikael an Traezh op zijn Brezhonegs, staat praktisch óp het strand. Tenminste, nu het nog eb is. Straks bij hoog water staat hij waarschijnlijk zo goed als in zee, en kabbelen de golven aan de voet van de muur om het kerkhof. Het zijn nog net geen zeemansgraven, maar heel veel scheelt het niet. Ook deze kerk heeft trouwens weer twee tegen elkaar aan geplakte torens, een klassieke vierkante toren met spits en een iets kortere ronde met een uivormig hoedje op. Ik zie het bij heel veel kerken en kerkjes onderweg dus het zal wel iets typisch Bretons zijn, al kan ik er verder geen hoe of waarom over vinden. Het zou iets oosters hebben, als het niet ook zo ongeverfd grijs was. Lopend langs het strand blijft de kerk, bij omkijken, nog heel lang een opvallend tegen de achtergrond afstekende verschijning.

morlaix wandeling st michel le yaudet 005

Eenmaal op weg klim ik al snel naar hogere regionen en loop over het smalle smokkelaarspad, het sentier des douaniers, langs soms duizelingwekkend steile hoogtes. De borstwering, indien aanwezig,  is een ingewikkeld, chaotisch breiwerk  van grillige meidoornstruiken, dood en grijs hier en daar, doorwoekerd met bramen, kamperfoelie, vlier en ander plantentuig. Rietpluimen soms, op plekken waar water naar beneden ruist. Tanige boompjes die zich als poorten, als erebogen over het pad hebben gekromd. Heide in bloei, stugge bodembedekkers met vuige stekels, varens. Lange tijd wordt het uitzicht zover ik kan kijken gevormd door kusten waar ik eerder liep, en die ik herken, waardoor ik mij opeens een hele reiziger voel. Ook wel eens leuk. Verder bekruipt mij vandaag het gebruikelijk gemijmer over het leven ná de vakantie. Dat alles weer eens helemaal anders moet. Meer, minder, beter, vaker, nooit meer.  Ach, ik heb dat vaker met wandelingen, het zal de positieve uitwerking zijn van de frisse lucht, de zon en de beweging. De vrijheid. Het opgetogen optimisme dat alles ook helemaal anders kán. Meestal blijft bij thuiskomst alles gewoon bij het oude. Waar nou ook weer niet zó veel mis mee is.
Het pad wordt soms moeilijk begaanbaar, modderig en glad, of struikelig door uitstekende stenen of boomwortels, wat iets avontuurlijks heeft natuurlijk, zeker, het niet eerder betreden gebied gevoel, maar ook iets lastigs, als je niet de hele tijd naar beneden wilt kijken, waar je je voeten zet. Op andere plekken is er dan opeens een waterpas vlonderpad over de moeilijkheden heen aangelegd, trappetjes met een leuning erlangs godbetert, waardoor je het gevoel krijgt in iets Eftelingachtigs terecht te zijn gekomen, een toeristenattractie. Een natuurbelevenis. En dat moeten we dan ook weer niet hebben. Gelukkig blijft het bij een enkele uitzondering.

morlaix wandeling st michel le yaudet 057

Verderop loop ik een zwart in zee uitstekend rotsplatform op. Mijn aandacht wordt getrokken door twee vierkante blokken, metalig grijs glanzend, die zo te zien zijn afgebroken en nu min of meer op hun kant liggen en wat ongemakkelijk hun binnenste tonen. De rots blijkt een soort Indische cake, een grijze spekkoek van flinterdunne laagjes leisteen, ieder voor zich onbegrijpelijk breekbaar. Hier en daar plooien de laagjes zich elegant en zonder mopperen om grote stukken witte kiezelsteen heen. Drie stappen verder sta ik weer op een enorm brok versteend houtskool, lijkt het. Verbrand hout, verweerd, samengeperst, matzwart, met mysterieuze, ondiepe gaten in een onregelmatig patroon en een duidelijke houtnerf. Hoelang ligt dit er al, vraag ik mij af. En hoe is het ontstaan? Wist ik er maar wat van.. Als ik de branding die er omheen bruist visueel omkeer, zou ik me kunnen voorstellen dat een vloedgolf van hete, rokende lava, vloeibaar gesteente, sissend en schuimend de zee inkruipt en daar langzaam afkoelt, en stolt. En stopt. Rots wordt.

morlaix wandeling st michel le yaudet 079

Zoals veel lange afstandspaden wordt ook de GR34 gemarkeerd met de bekende roodwitte strepen, het logo van de wandelaar, soms zo afgebladderd en geteisterd door weer en wind dat ze bijna onvindbaar zijn geworden. Maar op gezette tijden, vaak op plekken waar je de route kunt verlaten, staat hier bovendien een paal in de grond met borden die de richting aangeven naar dorpen en steden links en rechts. Opvallend is dat op alle borden die ik zo de afgelopen wandelingen ben tegengekomen alle Franse plaatsnamen met viltstift zijn voorzien van hun Bretonse vertaling. In steeds hetzelfde handschrift. Ik vind het wel een inspirerende en hoopgevende gedachte dat op een goede dag dus iemand op pad is gegaan, met een watervaste viltstift in de hand, en een reserve in de rugzak, om langs een wandelroute van volgens Wikipedia 1700 kilometer zijn punt te maken en de al even dwarse Bretonse taal van de ondergang te redden. Goed werk. En nu weet ik tenminste dat Locqémeau eigenlijk gewoon Lokemo heet. Hier buigt de route met een flinke bocht om Pointe de Dourven, met een achterommetje langs de betere buurten en de kapitalere huizen langzaam landinwaarts, langs de Baie de la Vierge, een brede riviermonding die pas bij Lannion kan worden overgestoken. Het water heeft nu een duidelijke overkant, de baai wordt snel smaller. Ik loop door het bos langzaam omhoog en door een langgerekt en schijnbaar uitgestorven dorp weer naar beneden om uiteindelijk terecht te komen bij Le Yaudet. Ar Yeoded dus, in goed Bretons.

Een keurige weg, met een splinternieuw hekje

Een etappe van de GR34 van Térénez naar Beg an Diben, gelopen op dinsdag 22 juli 2014

Het is een traditie geworden, inmiddels. Op vakantie trek ik er ook met elk van de jongens een dag op uit, voor een stevige wandeling met z’n tweeën. Vader en zoon, als mannen onder elkaar. Leuke en bijzondere tochten heb ik zo al met ze gemaakt, waarbij we het jongensavontuur opzochten door van het pad af te gaan, dwars door weerspannig struikgewas. Ons een weg te banen door donkere bossen, vochtige valleien met mysterieuze visvijvers en hutten. Of door een beek stroomopwaarts te volgen, tot de bron op de top van de berg.  Met flink veel pauzes om in bomen te klimmen, of in hoogzitters, op zoek naar kogelhulzen. Op rotsen te klauteren, of dijken te bouwen in de stroom. Om altijd weer opgetogen thuis te komen met bijzondere stokken en stenen en vondsten uit de natuur. En een handvol mooie verhalen. Herinneringen voor later.

fb

De jongste heeft dit jaar laten weten dat wandelen niet echt meer zijn ding is, maar de oudste hecht aan tradities en gaat vandaag welgemoed met me mee. We lopen een stuk van de GR34. Die bevalt namelijk reuze goed, en het voordeel van langs de kust lopen is dat je nog eens een fris windje vangt met al dat warme, zonnige weer, dat er voldoende te klauteren valt, met al die rotsen, en dat je altijd de zee bij de hand hebt om wat te pootjebaden of lekker steentjes te keilen. Allemaal belangrijke zaken bij het wandelen met mijn vijftienjarige zoon. Bovendien, de kust van Bretagne zal niet snel vervelen, hebben we al gemerkt. Hoe het kan, we weten het niet, maar het lijkt wel of die overal anders is. We hebben al rotsen en keien en steenlagen gezien in allerlei formaten, vormen en kleuren. Van groot tot enorm. Rond, hoekig of plat, tot zelfs flinterdun aan toe. Van wit, geel en roze tot zwart. Smalle en brede stranden van zand en blubber, wieren en schelpen of kiezels, of anders wel bedolven onder lawines van keien of uitgestrekte plakkaten gestolde lava. Ook het stuk dat we vandaag lopen heeft weer een heel eigen karakter. Het opvallendst zijn de vreemde stapelingen van reusachtige keien, die als beelden, als door kunstenaarshand gestapeld en gerangschikt boven de kustlijn uittorenen. Het evenwicht lijkt soms zo wankel dat het een raadsel is hoe dat hier misschien al honderden, duizenden jaren kan staan. Weer en wind trotserend.

Morlaix wandeling met luc 022

Bij St Samson blijkt het pad afgesloten. Een dranghek verspert ons de doorgang en een geplastificeerd overheidspapier met stempels en logo’s maant ons zonder omwegen la déviation te volgen, voor onze eigen sécurité. Inderdaad is direct achter het hek het pad al behoorlijk ingestort, een betonnen lantaarnpaal is meegesleurd in het verval, en het ziet er bepaald ontmoedigend uit. La déviation leidt ons weg van de kust, een hele landpunt van de route afsnijdend, maar goed, dat moet dan maar. We willen het lot en de overheid niet tarten. Gehoorzaam beklimmen we de asfaltweg landinwaarts. Tot we niet eens zo heel veel verderop een weg naar links tegenkomen waarvan we de indruk hebben dat die ons terug leidt naar de kust. Een keurige weg, met een splinternieuw hekje erlangs. Dat zit wel snor. We draaien als een blad aan een boom en laten de overheid de overheid, met z’n déviation. En als we eenmaal afgeslagen nog een groep wandelaars uit de andere richting tegenkomen ook, weten we zeker dat we de juiste beslissing hebben genomen, want die lopen natuurlijk dezelfde GR, maar dan andersom. We groeten ze met een welgemeend bonjour. Tot de keurige weg door de mand valt als uit de hand gelopen oprijlaan en we tamelijk abrupt eindigen in iemands meer dan riante achtertuin. Dat hadden die medewandelaars ons verdorie wel even mogen vertellen, mopperen we tegen elkaar, op de terugweg naar de déviation. Teleurgesteld kijken we nog één keer om, het leek zo mooi.. nou ja.. tot onze verbazing komen ons daar twee kakelverse wandelaars achterop. Van dezelfde oprijlaan. Waar komen die dan vandaan? Hebben we iets over het hoofd gezien? Mankeren we iets aan onze ogen? Omdat het landgenoten zijn, kunnen we het ze zonder taalproblemen vragen. Uit hun verhaal maken we op dat de oorspronkelijke route inderdaad niet helemaal ongevaarlijk toegetakeld is en we besluiten dan toch maar als oppassende burgers la déviation te volgen. Zo zien we dan ook nog een stukje Frans platteland, wat eigenlijk ook best leuk is. Rossige koeien, rafelige schuren en velden vol artisjokken.

Morlaix wandeling met luc 069

Bij Le Guerzit worden we weer aan de kust afgezet. Met de verrekijker zien we het eiland liggen waar we gisteren bij eb nog naar toe zijn gelopen. Nu ligt het aan de horizon, maar we herkennen de strandjes en de kerktoren. Het pad wordt nu hier en daar rotsachtig, het is soms niet eens meer een pad, meer een richting waarin je moet klauteren. Verderop komen we bij Pointe Annalouesten, waar een metershoge stapeling stenen ver boven de zee uit lonkt. Mijn zoon legt zijn rugzak af en bereikt probleemloos het hoogste punt. Ikzelf zit een verdieping lager toch een beetje mijn hart vast te houden.
Om de hoek ligt La Plage de Port Blanc, dat zijn naam waarschijnlijk dankt aan het spierwitte huis dat op een smalle landtong pal tegen de rotswand is gebouwd, we zien het al van verre schitteren in de zon. Op het strand trekken we de schoenen uit en lopen wat door de branding. We zien een kwal liggen met een soort bloem van mokkakleurige strepen op de rug. Het lijkt een Monatoetje. Eenmaal weer thuis leren we dat we een kompaskwal hebben gezien.

Morlaix wandeling met luc 090

Uiteindelijk bereiken we de haven van Beg an Diben, die al aardig droog begint te vallen. De eerste bootjes, het dichtst bij het strand, beginnen al scheef te hangen. We lopen tot het eind van het havenhoofd en zien de laatste vissersboot binnenlopen en afmeren. Twee zwijgzame mannen in oliejassen klimmen van boord. Als we ver van de haven het terras van Café du Port vinden, om een glas te drinken, zitten zij daar al aan de toog.

De smokkelaarsroute, lieflijk met een bite

Een etappe van de GR34, van St Jean du Doigt tot Le Moulin de la Rive, gelopen op zaterdag 19 juli 2014

Enrochement non stabilisé. In dreigend rode sjabloonletters op een groot wit bord word ik gewaarschuwd voor wat zou kunnen komen. Het gevaar, dat de nietsvermoedende wandelaar zometeen bedreigt. Danger de mort. Heel even denk ik terug aan de wandeling van twee dagen geleden, die inderdaad, onaangekondigd nog wel, rakelings langs een aantal ingestorte stukken klif voerde, nogal laconiek afgezet met wat wankele metalen pennen en een stuk politielint. Maar ach, het zal zo’n vaart wel niet lopen, denk ik er meteen achteraan. Als het echt gevaarlijk was, zou het wel afgesloten zijn. Hoewel dat waarschijnlijk een vrij Nederlandse gedachte is. Bovendien, dit is het Sentier des Douaniers. De smokkelaarsroute. Langs de grillige Bretonse kust, met z’n smalle inhammen, moeilijk bereikbare strandjes en ondoordringbaar struweel was het blijkbaar goed smokkelen. En zo ouderwets als dat klinkt, het schijnt dat de Franse douane tot het eind van de twintigste eeuw non stop heen en weer heeft gepatrouilleerd, over wat nu de GR34 is, om de vuige smokkelaar te voet in de kraag te vatten. Tegen die achtergrond sta je sowieso open voor wat extra avontuur.

morlaix jour 7 wandeling le doigt 066

Zodra ik mijn hoofd om de hoek van het parkeerterrein heb gestoken en het landschap van vandaag overzie, ben ik verliefd. Ik stuur meteen een lyrisch sms’je naar de thuisbasis: dít is schítterend, het wordt een latertje. Golvende heuvels, met varens begroeid, glooien oneindig groen de heiige verte in. Het heeft soms iets van een reusachtig, voorwereldlijk beest dat languitgestrekt met de poten wijd in het water ligt te slapen, over wiens rug ik klim en daal en kronkel, langs smalle en schonkige paadjes, waar je goed moet uitkijken waar je je voeten zet, al heb je daar geen tijd voor. De groene lieflijkheid krijgt op veel plaatsen een ruige bite door kale, zwarte en grijze rotswanden die zich verticaal van grote hoogte naar beneden storten, alsof er met een lepel ruwe happen uit de pudding zijn gestoken. Zodra de zon gaat schijnen speelt de zee verbazend blauw en vriendelijk ruisend kleine witte randjes om onbereikbare rotspunten en kiezelstranden. Onder het wateroppervlak schemeren licht enorme kiezelstenen. Logge onderwaterdieren, geduldig wachtend op hun kans. Na iedere bocht, na iedere geronde uitstulping ontvouwt zich een nieuw betoverend en grillig vergezicht. Schijnbaar eindeloos blijft het pad zich erlangs voor me uit kronkelen. En ik denk: ja, zó moet het zijn. Zo moet het altijd doorgaan. Voor altijd zo door te blijven lopen, almaar vooruit, steeds maar verder en verder..

morlaix jour 7 wandeling le doigt 089

Een handjevol meeuwen vliegt sfeerverhogend af en aan rond de kliffen, precies zoals het hoort. Zoveel ruimte, en nog kijven ze elkaar luidruchtig en ordinair van ieder plekje. Steeds als er één langskomt, in moeiteloze glijvlucht, kijk ik hem op de rug. In dertig bewegingloze seconden leggen ze de afstand af waar ik een half uur zwetend op loop te klimmen en te dalen. Wat is de mens toch een hulpeloze ploeteraar. Het lijkt trouwens of zich langzamerhand groepjes meeuwen verzamelen, zo hier en daar. Je zou kunnen vermoeden dat ze dus ergens op wachten. Iets waarvan ze weten dat het gaat komen, en dat dat de moeite waard is om op te wachten. Maar dan zou je zeker moeten weten dat het hier óók droog zou vallen, bij basse mer, zoals je elders gezien hebt. En ik heb geen idee, eerlijk gezegd.

morlaix jour 7 wandeling le doigt 060

Het landschap om me heen is vol leven. Waar geen varens staan, bloeien fluitekruid, valeriaan, heide en witte klokjes. Geel spul, paars spul, distels.. van alles. De vlinders vliegen me de hele dag om de oren. Witte reigers scharrelen beneden op de strandjes en tussen de rotsen. Het struikgewas tjilpt en tjakt van de vogeltjes. Wat lager zie ik een hazelworm wegschieten en vlak voor mijn voeten kruipt een grondwesp in zijn gaatje in het zand. De rest van de tocht blijf ik overal dat soort gaatjes zien.
Mensen, zie ik ook. Medewandelaars, uiteraard. Een gezin dat me eerder stevig doorstappend passeert, kom ik later op de dag opnieuw tegen. Tweegenkomen, noemt Kees van Kooten dat, geloof ik. Wanneer ik op een steen naast het pad wat zit uit te rusten herken ik ze, als vader en dochter opeens in de diepte recht onder mij opduiken, en zich uitkleden om een duik in zee te nemen. Dochter is een jaar of negen en staat allang in haar blote billen met kinderlijk ongeduld te wachten tot vader ook zover is. Die kijkt eerst nog uitgebreid angstvallig links en rechts om zich heen, of hij niet gezien wordt. Naar boven kijkt hij niet. En áls hij dan eindelijk óók zijn broek uit heeft, staat hij weer zéér langdradig te dralen en te prieken of hij wel durft, van die steen, in al dat koude water. Uiteindelijk laat hij zijn dochter nog eerst gaan ook, de held. Pas na háár lang aandringen gaat ook hij te water. En zwemmen ze gelukkig een stukje zee-inwaarts, zodat ik ongemerkt kan vertrekken zonder de indruk te wekken dat ik ze begluurd heb. Verderop zie ik nog twee eerder tegengekomen medewandelaars. Een jong stel deze keer. Zij hebben zich op een onbespied gewaande rots ver van het pad even naakt als voldaan achterover in verliefde omstrengeling uitgestrekt in de zon. Misschien hebben ze ook gezwommen.

Langs slikken en schorren en kiezelstrand

Een etappe van de GR 34, van Ploujean tot Kernéléhen, gelopen op donderdag 17 juli 2014

Langs de kust van Bretagne stijgt en daalt, kronkelt en meandert, grillig als de kust zelf, de Grande Randonnée 34. De Bretonse evenknie van het Hollands Kustpad, zou je kunnen zeggen, en alleen daarom al leuk om te lopen. Om de verschillen te zien. En zo valt er dus meteen heel wat te zien want er zijn eigenlijk alleen maar verschillen. Zelfs de zee is niet hetzelfde, zo Middellands azuur als die er hier af en toe bij ligt te liggen. Ik loop langs kiezelstranden, klauter over enorme rotsblokken en baan me een weg door manshoge, manhaftig terugvechtende varens, vlak langs peilloos diepe kliffen soms. Verwonder me over de enorme verschillen tussen eb en vloed, waarbij uitgestrekte gebieden in verbazend tempo droogvallen, of juist vollopen. Bootjes die hulpeloos scheefhangend op het zeeslik achterblijven en groepjes gebukte strandgangers met harkjes, emmertjes en mandjes, op zoek naar een maaltje schaaldieren.

morlaix jour 5 wandeling barbenez 003

Middenin Ploujean laat ik me afzetten. Om te beginnen maak ik maar eens een rondje om de middeleeuwse kerk, weinig origineel de église Notre-Dame geheten. Een opvallende verschijning is het wel omdat er vlak naast de traditionele, vierkante toren met spits, een tweede, iets kortere toren staat. Of eigenlijk zit die er zelfs meer aan vast. Een ronde toren is het, met zo’n toefje slagroom erop, en doet zo meer aan een moskee denken. Bovenin zijn rondom eenvoudige raamgaten uitgespaard. Elk moment verwacht ik de vlecht van Rapunzel, maar waarschijnlijk is zij al gered. Nagekeken door Maréchal Foch, die hier met een plaquette blijkbaar toch nog in ere wordt gehouden, verlaat ik Ploujean, op weg naar de kust.
Een attractie op zich zijn de plaatsnaamborden en de verbodsborden onderweg. Net als in ons eigen eigenwijze Friesland zijn die allemaal tweetalig: Frans en Bretons. Of Brezhoneg, zoals ze hier zeggen. Voor veel plaatsnamen maakt dat niet eens zo gek veel uit want die doen in het Frans al bijzonder Onfrans aan. Roz ar Ménez, Kermahotou, Locquénolé of Plouezoc’h, om er maar eens een paar van de kaart te plukken. Maar wat te denken van het volgende Kemen d’ar gweladennerien oftewel Bericht aan de bezoeker: Evit ho surentez, Serret eo park-louzawouriezh Susiniou a-had ar bloavezh 2014. Trugarez evit ho komprenezon. Ja, een ingewikkeld taaltje zo te lezen, dat ook aan een aantal andere, al even stugge minderheidstalen doet denken. Welsh of Schots. Maar Baskisch zou mij eerlijk gezegd ook niet verbazen. Het kemen d’ar gweladennerien meldt trouwens dat de botanische tuin van Suscinio, om veiligheidsredenen, het gehele jaar 2014 gesloten zal zijn. Met dank voor uw begrip. En dat is jammer, want het plan was wel daar even een kijkje te nemen. Een blik over de muur doet vermoeden dat we onze hoop ook niet al te zeer op 2015 moeten vestigen, maar goed, ik weet natuurlijk niet hoe een Franse botanische tuin er normaalgesproken uitziet.

morlaix jour 5 wandeling barbenez 041

Na Suscinio word ik het verkoelend en schaduwrijk bos ingestuurd en stuit, na een korte ontmoeting met een eekhoorn, op een zo goed als drooggevallen uitloper van de zee. Een vreemde gewaarwording eigenlijk, zo midden in het bos. Vooral omdat de boslucht plotseling een zilte ondertoon krijgt. Een laatste stroompje water wringt zich in allerlei bochten door het glimmend slik en langs grijsgroene schorren terug naar zee. Een tweetal witte reigers loopt uitgebreid te snacken van wat zich in het laatste water niet meer uit de voeten kan maken. Witte reigers met een bruin leven, lijkt mij zo. Als ik na een tijdje de kust in beeld krijg, wordt de zeearm inmiddels afgekaderd door hoge muren van gestapelde stenen, die hier en daar behoorlijk uit het gelid worden geduwd door te groot geworden bomen.
Over een wat fantasieloze betonnen brug, waaraan voor die paar plantenbakken met geraniums ook geen eer valt te behalen, bereik ik Le Dourduff en Mer, de eerste kustplaats van vandaag. Een helwitgeschilderd dorp rond een piepklein haventje waaraan gelukkig ook nog wat meer afgebladderde gebouwtjes staan. Het is lunchuur, uit alle ramen klinkt het gerinkel van bestek en het terras van het oesterrestaurant zit bomvol liefhebbers.

morlaix jour 5 wandeling barbenez 102

Goedgemutst loop ik verder langs de Rade de Morlaix, een brede zeebaai die gaandeweg de wandeling steeds verder leegloopt. Oesterbanken tekenen zich aanvankelijk af als mysterieuze geometrische spookverschijningen, nauwelijks zichtbaar onder het wateroppervlak. Later, wanneer het water zich nagenoeg heeft teruggetrokken, ziet het er een stuk aardser uit: zwarte staketsels, bruin en groen begroeid met algen en wieren, hier en daar beladen met grijzige oestermanden. In zijn uitgestrekte rechtlijnigheid doet het ook wel denken aan wijngaarden.
In de verte, in de monding van de baai, ligt een rommelige verzameling rotsachtige eilandjes. Sommigen zijn bebouwd, met een vuurtoren of een kasteeltje, en de grootste met een imposant middeleeuws gevangeniskasteel uit het boekje, het Château du Taureau. Later tijdens de vakantie zullen we eromheen kayakken, nu ligt het aan het eind van de wandeling zo dichtbij en zo drooggevallen dat ik er heen zou kunnen lopen, ware het niet dat het aan de andere kant van de vaargeul ligt. Bovendien begint het te regenen en rommelt er onweer in de lucht.

morlaix jour 5 wandeling barbenez 161

Het grootste gedeelte van de tocht heb ik hoog boven het strand en de zee gelopen, op smalle schapenpaadjes langs borstweringen van stekelige begroeiing, of rakelings langs de rand als het moest, met schitterende vergezichten langs de grillige kustlijn, oranje en zwart en frisgroen begroeid, het laatste stuk besluit ik de GR34 te laten voor wat ie is en het schiereiland van Barbénez over het strand te ronden. Klauterend over gitzwarte rotspartijen en wadend door het slik, verfrissend natgeregend en onder een lichtende hemel bereik ik Kernéléhen. Het is beslist de eerste keer dat ik een stad via de haven binnenwandel, tussen de geduldig op de volgende vloed wachtende bootjes door. Ik maak een praatje met een kokkelzoeker en wens hem een goede vangst, in mijn beste frans. Als ik voet aan wal zet, neem ik mij voor van de week een harkje te kopen, en ook mijn geluk eens te beproeven.