In goed Brezhoneg, met viltstift

Een etappe van de GR34 van St Michel en Greve tot Le Yaudet, gelopen op donderdag 24 juli 2014

De kerk van St Michel en Greve, Lokmikael an Traezh op zijn Brezhonegs, staat praktisch óp het strand. Tenminste, nu het nog eb is. Straks bij hoog water staat hij waarschijnlijk zo goed als in zee, en kabbelen de golven aan de voet van de muur om het kerkhof. Het zijn nog net geen zeemansgraven, maar heel veel scheelt het niet. Ook deze kerk heeft trouwens weer twee tegen elkaar aan geplakte torens, een klassieke vierkante toren met spits en een iets kortere ronde met een uivormig hoedje op. Ik zie het bij heel veel kerken en kerkjes onderweg dus het zal wel iets typisch Bretons zijn, al kan ik er verder geen hoe of waarom over vinden. Het zou iets oosters hebben, als het niet ook zo ongeverfd grijs was. Lopend langs het strand blijft de kerk, bij omkijken, nog heel lang een opvallend tegen de achtergrond afstekende verschijning.

morlaix wandeling st michel le yaudet 005

Eenmaal op weg klim ik al snel naar hogere regionen en loop over het smalle smokkelaarspad, het sentier des douaniers, langs soms duizelingwekkend steile hoogtes. De borstwering, indien aanwezig,  is een ingewikkeld, chaotisch breiwerk  van grillige meidoornstruiken, dood en grijs hier en daar, doorwoekerd met bramen, kamperfoelie, vlier en ander plantentuig. Rietpluimen soms, op plekken waar water naar beneden ruist. Tanige boompjes die zich als poorten, als erebogen over het pad hebben gekromd. Heide in bloei, stugge bodembedekkers met vuige stekels, varens. Lange tijd wordt het uitzicht zover ik kan kijken gevormd door kusten waar ik eerder liep, en die ik herken, waardoor ik mij opeens een hele reiziger voel. Ook wel eens leuk. Verder bekruipt mij vandaag het gebruikelijk gemijmer over het leven ná de vakantie. Dat alles weer eens helemaal anders moet. Meer, minder, beter, vaker, nooit meer.  Ach, ik heb dat vaker met wandelingen, het zal de positieve uitwerking zijn van de frisse lucht, de zon en de beweging. De vrijheid. Het opgetogen optimisme dat alles ook helemaal anders kán. Meestal blijft bij thuiskomst alles gewoon bij het oude. Waar nou ook weer niet zó veel mis mee is.
Het pad wordt soms moeilijk begaanbaar, modderig en glad, of struikelig door uitstekende stenen of boomwortels, wat iets avontuurlijks heeft natuurlijk, zeker, het niet eerder betreden gebied gevoel, maar ook iets lastigs, als je niet de hele tijd naar beneden wilt kijken, waar je je voeten zet. Op andere plekken is er dan opeens een waterpas vlonderpad over de moeilijkheden heen aangelegd, trappetjes met een leuning erlangs godbetert, waardoor je het gevoel krijgt in iets Eftelingachtigs terecht te zijn gekomen, een toeristenattractie. Een natuurbelevenis. En dat moeten we dan ook weer niet hebben. Gelukkig blijft het bij een enkele uitzondering.

morlaix wandeling st michel le yaudet 057

Verderop loop ik een zwart in zee uitstekend rotsplatform op. Mijn aandacht wordt getrokken door twee vierkante blokken, metalig grijs glanzend, die zo te zien zijn afgebroken en nu min of meer op hun kant liggen en wat ongemakkelijk hun binnenste tonen. De rots blijkt een soort Indische cake, een grijze spekkoek van flinterdunne laagjes leisteen, ieder voor zich onbegrijpelijk breekbaar. Hier en daar plooien de laagjes zich elegant en zonder mopperen om grote stukken witte kiezelsteen heen. Drie stappen verder sta ik weer op een enorm brok versteend houtskool, lijkt het. Verbrand hout, verweerd, samengeperst, matzwart, met mysterieuze, ondiepe gaten in een onregelmatig patroon en een duidelijke houtnerf. Hoelang ligt dit er al, vraag ik mij af. En hoe is het ontstaan? Wist ik er maar wat van.. Als ik de branding die er omheen bruist visueel omkeer, zou ik me kunnen voorstellen dat een vloedgolf van hete, rokende lava, vloeibaar gesteente, sissend en schuimend de zee inkruipt en daar langzaam afkoelt, en stolt. En stopt. Rots wordt.

morlaix wandeling st michel le yaudet 079

Zoals veel lange afstandspaden wordt ook de GR34 gemarkeerd met de bekende roodwitte strepen, het logo van de wandelaar, soms zo afgebladderd en geteisterd door weer en wind dat ze bijna onvindbaar zijn geworden. Maar op gezette tijden, vaak op plekken waar je de route kunt verlaten, staat hier bovendien een paal in de grond met borden die de richting aangeven naar dorpen en steden links en rechts. Opvallend is dat op alle borden die ik zo de afgelopen wandelingen ben tegengekomen alle Franse plaatsnamen met viltstift zijn voorzien van hun Bretonse vertaling. In steeds hetzelfde handschrift. Ik vind het wel een inspirerende en hoopgevende gedachte dat op een goede dag dus iemand op pad is gegaan, met een watervaste viltstift in de hand, en een reserve in de rugzak, om langs een wandelroute van volgens Wikipedia 1700 kilometer zijn punt te maken en de al even dwarse Bretonse taal van de ondergang te redden. Goed werk. En nu weet ik tenminste dat Locqémeau eigenlijk gewoon Lokemo heet. Hier buigt de route met een flinke bocht om Pointe de Dourven, met een achterommetje langs de betere buurten en de kapitalere huizen langzaam landinwaarts, langs de Baie de la Vierge, een brede riviermonding die pas bij Lannion kan worden overgestoken. Het water heeft nu een duidelijke overkant, de baai wordt snel smaller. Ik loop door het bos langzaam omhoog en door een langgerekt en schijnbaar uitgestorven dorp weer naar beneden om uiteindelijk terecht te komen bij Le Yaudet. Ar Yeoded dus, in goed Bretons.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s