Een helder, bijna welluidend kroe kroe

header dwingelderveld

Een herfstwandeling over en langs het Dwingelderveld, gelopen op maandag 23 oktober 2017

Herfstvakantie. Dan kun je je plannen beter niet te veel van het weer af laten hangen want dan kom je de deur niet uit. En dat zou zonde zijn, nietwaar. Kijk maar eens naar een dag als vandaag. Ja, de lucht is grijs en dreigend. En ja, er valt eens een buitje, zoals buienradar al had voorspeld, en er zou er straks best nog een kunnen vallen. Maar veel vaker nog is het droog, het bos ruikt heerlijk als het is natgeregend, de lucht is frisser dan ooit en de grijze wolkenluchten en de heiige vergezichten hebben een heel eigen, betoverende schoonheid. Bovendien komt het zonnetje er ook af en toe nog doorheen, het is herfst tenslotte, veranderlijk weer. Prima omstandigheden voor een herfstwandeling, zo moet je het zien. Wij laten ons in elk geval niet kisten en krijgen daar geen spijt van.

DSC01063

We lopen van Dwingeloo in de bosrand langs het Dwingelderveld richting Lhee, over schelpenpaadjes en brede boslanen, maken een kronkel over de heide en vinden in de vallende schemer onze weg terug over smalle, soms moeilijk zichtbare paden en paadjes door het bos. Maar al lopen we op veel plaatsen over een dik, licht verend, roodbruin pakket van afgevallen blad, het herfsttapijt is nog lang niet af. De bomen gaan ook nog volop in herfstkleuren getooid, variërend van groenig geel en gelig groen tot roestbruin, bordeaux en knalrood. Een lust voor het oog, zo clichématig als het zijn mag. En nu dat woord toch gevallen is: het schijnt een misvatting te zijn dat paddestoelen alleen in de herfst voorkomen. Dat schijnt een romantisch en onwaar cliché te zijn. Dat heb ik wel eens ergens gehoord, dat heb ik wel eens ergens gelezen. Maar ik weet niet of de kabouters dat ook weten want tjongejonge, wat hebben we er veel gezien, paddestoelen bedoel ik. Paddenstoelen, zo u wilt. Bermen, stronken en boomstammen vol. In soorten, maten, cirkels, rijen, groepjes en kleuren. The usual suspects als vliegenzwam, stuifzwam en elfenbankje, de soorten waar je dan heel stoer de naam van denkt te weten, al begin ik nu ik het zo opschrijf alweer te twijfelen of elfenbankje wel een officiële naam is.. is dat niet meer een kinderaanduiding die ten onrechte is blijven hangen? Dat geldt trouwens misschien ook wel voor eekhoorntjesbrood.. En wat ik nu een stuifzwam noem, was dat niet een bovist? Is er verschil tussen een bovist en een boleet, en zo ja: welke is wat? Of andersom?

paddestoelen dwingelderveld

In het bezoekerscentrum, dat we een paar dagen later bezoeken, wordt ons bij een zwaar geurende herfsttafel bevestigd wat we al wel wisten ook: er bestaan honderden verschillende soorten paddestoelen, die zelfs de kenner soms maar moeilijk uit elkaar kan houden. We zouden het ontzettend leuk vinden er alles van en over te weten, maar leggen ons er bij neer dat dat er nooit van zal komen. Het is onbegonnen werk. Het is teveel. Al belet dat ons niet er plezier aan te beleven. We zien vreemde en buitenissige exemplaren en bij gebrek aan de boom der kennis zijn we niet te beroerd er zelf, als Adam en Eva in het paradijs, een naam voor te verzinnen. Zo ontdekken wij bijvoorbeeld de Anemoonamoniet, de Hortensiazwam, de Gewone Koeienvlaai en de Kokosbovist. Stuk voor stuk zeer afdoende namen wat ons betreft, al worden we voor twee ervan bijna ter plekke gecorrigeerd door de boswachter die toevallig ons pad kruist. Als hij ons vanuit de verte gebiologeerd over de natuur gebogen ziet staan, stapt hij van zijn houten fiets om ons op eventuele bijzonderheden te wijzen. En om een praatje te maken allicht, want zoals hij de eerste levende ziel is die wij tegenkomen, zijn wij dat misschien ook voor hem.

DSC01054

Of wij op het paadje links achter ons de gekraagde aardster hebben gezien? Vraagt de boswachter, met twinkelende oogjes. Een bijzondere, zo niet zeldzame paddestoel, die op het Dwingelderveld alléén op juist dát paadje voorkomt, voor zover hij weet. Wij herkennen onmiddellijk onze Anemoonamoniet en vertellen opgetogen dat die ons inderdaad is opgevallen. Onze Hortensiazwam, die langs hetzelfde paadje stond, herkent de boswachter dan weer als de Grote Sponszwam, al had hij hem zelf nog niet gezien op die plek. Voordat hij weer verder fietst, misschien wel om de Grote Sponszwam alsnog te gaan bekijken, vertrouwt hij ons toe dat we, als we geluk hebben, best eens kraanvogels tegen zouden kunnen komen. Een ontmoeting waar wij de rest van de wandeling op gespitst blijven.
We passeren sprookjesachtige miniatuurlandschappen van boomstronken begroeid met bekertjesmos, rendierenmos en piepkleine paddestoeltjes en zwammetjes, de sporen van het helgroene mos in dit perspectief als een geheimzinnig woud van reusachtige bomen. We gaan er graag voor door de knieën, om ons te laten betoveren. Een afgebroken stuk met bekertjesmos begroeid schors gaat voorzichtig in mijn capuchon gepakt mee naar huis. Net als twee door de bosbeheerder uit de grond gerukte dennetjes. Daar komen we de aankomende kerst wel mee door.

DSC01116

Verderop, wanneer we de heide zijn opgelopen en een aantal vennen zijn gepasseerd, worden we andermaal met onze onwetendheid op natuurgebied geconfronteerd. Op een picknicktafel ligt iets, of groeit iets, of leeft iets, iets intrigerends, dat ons voor raadselen plaatst. Het is een bobbelig hoopje van een behangerslijmachtige substantie, een onsmakelijk drilpuddinkje, alles bij elkaar ter grootte van een duim. Als een sterk uitvergroot klompje cellen ligt het daar, een onverklaarbaar embryo. Er steekt een sliertje uit, een navelstreng, een restje darm, met het vermoeden van bloederigheid en eromheen en half er op liggen zwarte bolletjes, alsof iemand er een lepel kaviaar overheen heeft geschept. Zijn het de inmiddels opgezwollen ingewanden van een diertje dat hier op een nare manier aan zijn eind is gekomen? En zijn de zwarte bolletjes zijn laatste maaltje geweest? De zaden van het een of ander? Is het een slijmerige zwamsoort? Een schimmel? Met zwarte bolletjes als sporen? Heeft iemand hier iets vies zitten doen? We komen er eenmaal weer thuis, op internet pas achter. Het blijkt te gaan om sterrenschot, uit bijgelovige overlevering ook wel heksensnot genoemd. Hier is een vrouwelijke kikker te grazen genomen, door een reiger, of een ooievaar. Of een kraanvogel natuurlijk. En wat op tafel is blijven liggen, is het weer uitgekotste kikkerdril. De wittige substantie het door maagsappen en regen opgezwollen en opengebarsten eiwit, de zwarte bolletjes de onfortuinlijke kikkertjes die nooit zullen meemaken hoe weergaloos mooi maar ook gevaarlijk en wreed het leven op het Dwingelderveld kan zijn.

DSC01148

Dan, als we de hoop al bijna hebben opgegeven, horen we een helder, bijna welluidend kroe kroe in de lucht. Allebei tegelijk steken we onze vinger in de lucht: hoor je het? We horen het allebei. Het is een nieuw geluid voor ons leken, en we weten dus niet welke vogel er bij hoort, maar voor hetzelfde geld is het een kraanvogel. Uiteraard hebben we ook geen idee welk geluid een kraanvogel maakt. We weten zo weinig eigenlijk. Wel zien we in een flits een grote vogel achter de bomen verdwijnen zodat we ons in elk geval even kunnen verheugen in de mogelijkheid dat het een kraanvogel was die we hoorden. Een verheugen van korte duur omdat we vrij snel daarna opnieuw het kroe kroe horen, dat deze keer duidelijk zichtbaar gemaakt wordt door iets dat zeer zeker geen kraanvogel is. Eerder een kraai. Maar een kraai, dat weten we dan in elk geval nog wel, zegt géén kroe kroe. En zeker niet helder of bijna welluidend. Het is ook groter dan een kraai, zien we nu. Met waarschijnlijk kinderlijk aandoende logica besluiten we dat het dan wel een roek zal zijn. Waarom niet. Ook leuk. Thuis op internet worden we vervolgens in verwarring gebracht wanneer we lezen dat de kraanvogel weldegelijk een helder, trompet-achtig kroe kroe voortbrengt. Zie je nou wel, zeggen we tegen elkaar. Maar als we het bijgeleverde geluidsbestand afspelen weten we weer beter, een kraanvogel was het niet. Voor de zekerheid spelen we dan ook de roek af. Een factcheck kan nooit kwaad tenslotte. En dat blijkt, want mijn hemel, wat een roek voortbrengt, dat komt niet eens bij welluidend in de buurt. Het is geen kroe kroe, het is geen krassen, het is niks, het is geluidsoverlast. Uiteindelijk komen we uit bij de raaf. De raaf roept precies het kroe kroe dat wij hebben gehoord. Helder en bijna welluidend. We snappen er niks van. Wordt in de bekende fabel van De La Fontaine niet beweerd dat de raaf zó vals krast dat hij niet mee mag zingen in het koor van vogels? Dat moet een vergissing zijn. De La Fontaine heeft duidelijk een roek gehoord, maar heeft net zo veel verstand van de natuur gehad als wij.

Bekijk eventueel ook het fotoalbum.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s