Welkom in Westfriesland

cropped-p1030565.jpg

Een etappe van het Groot Frieslandpad, van Schoorl naar Dirkshorn, gelopen op vrijdag 15 februari 2019

We zijn er een jaartje tussenuit geweest, dus misschien dat het daaraan ligt, maar in Schoorl lopen we als een stelletje beginnelingen in het rond te dwalen op zoek naar hoe het nou toch in vredesnaam verder gaat, na de eerste etappe. We volgen wel pijlen maar gaan gaandeweg twijfelen of het de goede zijn, we komen inderdaad op een vijfsprong maar weten niet of het dezelfde is als die het boekje beschrijft, lopen heen en toch maar weer terug en zo plakken we onbedoeld een paar kilometer doelloos rondjes draaien aan de wandeling vast. Maar wat maakt het uit, het weer is prachtig, het lijkt verdorie wel lente geworden, midden in februari. Het wemelt van de jonge gezinnen met kinderen rond het bezoekerscentrum, terwijl het gewoon een vrijdag is en bij ons weten nog geen vakantie. Moeten al die mensen niet werken, vragen wij ons af, moeten al die kinderen niet naar school? Maar goed.. Wij lopen hier immers ook, op dezelfde gewone vrijdag, onder hetzelfde lentezonnetje, terwijl we er toch nog niet uitzien als pensionado’s, hopen we dan maar dat de andere mensen denken.

P1030465

In Schoorl zelf komen we als eerste terecht bij een schattig klein raadhuisje. Volgens het opschrift op de met krullen en consoles versierde topgevel is het van 1601. Het staat naast de hervormde kerk, die van 1783 is. Het raadhuisje, lezen we op internet, bestaat uit slechts één ruimte, de raadszaal, met een portaaltje. Niettemin is het in gebruik geweest tot 1901 voordat het door nieuwbouw werd vervangen. In 1931 kwam het gebouwtje in handen van de Vereniging Hendrick de Keyser, die zich het behoud van architectonisch of historisch waardevolle huizen ten doel heeft gesteld. Aan het Schoorlse raadhuis hebben ze een hele kluif gehad want wij lezen dat de gemeente destijds bij de overdracht de voorwaarde had gesteld dat het gebouwtje een paar meter naar achter zou worden verplaatst, zodat, toen al, de weg verbreed kon worden. Het raadhuisje is toen baksteen voor baksteen afgebroken en iets naar achteren weer opgebouwd. In het perkje voor raadhuis en kerk wordt één van Schoorls grootheden, schilder en tekenaar Jan van Scorel (1495 – 1562), geëerd, met twee bronzen beelden. Voor het raadhuis staat de kunstenaar zelf, ten voeten uit; voor de kerk een ruimtelijke opvatting van één van zijn schilderijen, de Jeruzalemvaarders.

P1030526

Verder lopen we met een boogje om Schoorl heen, steken bij Schoorldam de N9 en het Noordhollandsch Kanaal over en betreden dan via de Westfriese Omringdijk de uitgestrekte platheid van de drie Frieslanden die onze route de komende tijd doorkruist. Hoog bovenop de dijk krijgen we daar een aardig voorproefje van, weidse vergezichten van weilanden, akkers en sloten met om de zoveel tijd een bescheiden kerktorentje aan de einder. We lopen er maar een klein stukje van en zeker niet het interessantste maar de Westfriese Omringdijk is 126 km lang en doet precies wat de naam al zegt, hij omringt heel West Friesland. Van Noordzee naar Zuiderzee en weer terug. Een bijzonder idee. Ook om je voor te stellen dat aan de linkerkant van deze dijk de zee dus eeuwenlang een meer dan serieuze bedreiging is geweest, het ziet er nu zo vredig uit allemaal en de zee lijkt erg ver weg. Maar ook: zó hoog is die dijk nou ook weer niet. Hoe veilig zou je je erachter voelen wanneer de golven er bij storm en tegenweer tegenaan zouden beuken? Het kwam in zijn lange geschiedenis dan ook regelmatig voor dat de omringdijk doorbrak en het binnenkolkend zeewater enorme kraters sloeg in het achterliggend land. De ronde meren die daardoor ontstonden waren zo diep dat het makkelijker was de dijk er bij reparatie maar omheen te leggen. Deze zogenaamde wielen met de zich eromheen kronkelende dijk bieden vandaag een betoverende en schilderachtige aanblik, maar ze getuigen ook van de drama’s die zich er in vroeger tijden hebben afgespeeld.

P1030501

Bij aanvang van het Groot Frieslandpad hebben wij ons een goed voornemen gemaakt: al wandelend ontfermen wij ons over plastic zwerfafval in berm en beemd. We rapen het op, we nemen het mee en gooien het thuis in de plastic bak. Iemand moet het doen anders ligt het er voor eeuwig tenslotte. Dan maar gutmenschen, dan maar klimaatdrammers. Ook vandaag hebben we er speciaal een tasje voor meegenomen en wanneer we de dijk even verlaten om een stukje langs het Noordhollandsch Kanaal te lopen zien we de eerste oogst al liggen. Stukken plastic, bierblikjes, plastic flessen.. welgemoed beginnen we te rapen, maar al gauw slaat de twijfel toe. We lopen hier achter een camping met vaste huisjes langs, waar de grijze mistroostigheid overigens als een natte dweil overheen hangt, en het lijkt erop dat deze grasstrook met bosschage tussen kanaal en camping als hangplek fungeert. Hier kunnen we aan het rapen blijven. Straks lopen we de rest van de wandeling met ieder twee extra tassen vol andermans plastic schillen en dozen. Heel even komen we in gewetensnood maar we besluiten toch dat dit te gek is. Zelfs van gutmenschen kun je dit niet verwachten. We nemen de ergste stukken mee, maar verder moet de camping zelf maar even de handen uit de mouwen steken.

P1030548

Weer terug op de dijk lopen we door Krabbendam, een vriendelijk dorpje dat aan weerszijden tegen het dijklichaam opkruipt, en zien dan dat datzelfde dijklichaam aan de andere kant van Krabbendam opeens een heel stuk hoger is. Dat heeft ongetwijfeld te maken met de duinen van Schoorl, de hoogste duinen van het land, die verderop gelegen overgaan in de Hondsbossche zeewering, een notoire zwakke plek in de kustverdediging. Hier kon de omringdijk wel een extraatje gebruiken.
Dan staat daar Huis te Nuwendoorn. Of wat er voor door moet gaan. Een voormalige dwangburcht van Floris de Vijfde. Gebouwd, verwoest en weer opgebouwd in de 13e eeuw, en in de 14e eeuw zonder verklaring van de aardbodem verdwenen. Op de fundamenten die in onze eigen tijd werden teruggevonden en hersteld, is een paar jaar geleden een soort van ruïne gebouwd, met nep afgebrokkelde muren van moderne materialen, tot zelfs van die tuincentrum stenen in betonijzerkooien aan toe, hoe treurig wil je het hebben? De toren, het minst erge onderdeel, wordt gesuggereerd door een stalen skelet met dito trappen en fungeert in het seizoen als uitzichttoren. Voor toeristen. Als die eropaf komen tenminste.

P1030568

Terwijl wij dit allemaal zo staan te overwegen en de term Vinex-ruïne uit onze mouw schudden, stopt er een auto op tien meter afstand. Wat een beetje vreemd is omdat we aan het eind van een stoffig en doodlopend landweggetje staan. Het is een donkere auto, met donkere ruiten. Er stapt een jongeman uit, met een koffer. Verborgen achter de auto buigt de jongeman zich over de koffer, de koffer gaat open. Het is niet het soort koffer waar je een weekendje mee gaat logeren bij vrienden. Wat de jongen aan het doen is kunnen we niet zien, maar hij ís iets aan het doen. Misschien kijken we teveel Homeland, maar zo’n koffer is het wel. Het wordt tijd om verder te wandelen, besluiten we conflictvermijdend, al moeten we dan wel langs de auto, en de jongeman. Uiteraard loopt het goed af, de jongeman staat een peperdure drone startklaar te maken en geeft ons maar al te graag een demonstratie. Op zijn schermpje kunnen we zien wat de drone aan beelden doorgeeft. Zo zien we onszelf een beetje sullig omhoog staan te kijken, met onze rugzakjes om. Maar als de drone dan echt het luchtruim kiest en we hem nog slechts als een onhoorbaar stipje aan het zwerk zien staan, zien we Huis te Nuwendoorn op het schermpje vanuit de lucht, we zien de Westfriese Omringdijk door het landschap kronkelen, we zien de wijde omgeving, haarscherp. Het is even verbazingwekkend als verontrustend.

P1030596

De wandeling gaat verder door Eenigenburg, een charmant dorp waar de tijd minder vat op lijkt te hebben. Dat het op een aantal terpen is gebouwd, is vanuit de verte nog goed te zien. Op één ervan staat het kerkje, met een piepklein kerkhofje ernaast. We lopen er even naar toe, al hoeft dat niet van het routeboekje. Het is een schattig kerkje met een houten torentje en het is van 1792. Ene Dirk Pronk legde de eerste steen, op zijn zesde. De lange oprijlaan herinner ik me statig omzoomd van hoge bomen, maar die zijn inmiddels van voor tot achter vervangen door ijle sprietjes waarvan het moeilijk is voor te stellen dat het ooit weer hoge bomen zullen worden.
Als we Eenigenburg weer verlaten biedt het boekje ons twee mogelijke routes. Op de gok kiezen we er één maar voor we goed en wel op weg zijn wordt ons een halt toegeroepen door een meneer die in zijn tuin snoeiafval staat klein te knippen. De meneer is tanig van gestalte, draagt een oorring, een baardje van een week en doet wat denken aan een piraat. Of een kunstenaar. Dat we de andere route moeten nemen, adviseert hij ons vriendelijk doch dringend, omdat die veel leuker is. De route die wij nu gekozen hebben is saai, aldus de meneer. En zo keren wij terug op onze schreden, want ja.. ga daar maar eens tegenin. Spijt hebben we er niet van gekregen trouwens want het was een aardig ommetje langs een zeer onaangeharkt stukje niemandsland, en daar houden wij wel van.
Het laatste stuk voert ons nog door Stroet, een lintdorp dat wij in de breedte passeren, na 357 stappen zijn we er al weer uit. Vlak voor Groenveld, in het zicht van de molen, buigen we naar rechts af om dwars door de weilanden en over grasdijkjes, langs de golfbaan Dirkshorn te bereiken. Vertrekpunt voor de volgende etappe.

Bekijk eventueel ook het fotoalbum.
Voor meer verslagen over deze wandeling kijk je op samenuitenthuis, het weblog van de wandeling langs het Groot Frieslandpad.

Advertenties

Opperdoezer rondje

cropped-p1030364.jpg

Groene Wissel Opperdoes, gelopen op zondag 3 februari 2019

Startpunt voor de wandeling van vandaag is station Opperdoes. Toch ben ik niet met de trein gekomen, daarvoor ben ik te laat. Als ik dat had gewild, had ik mijn dagje tussen 1887 en 1936 moeten plannen. In die jaren werd er een regelmatige stoomtreindienst onderhouden tussen Hoorn en Medemblik, en Opperdoes was aan die spoorlijn een halte. Eind dertiger jaren was deze dienst voor passagiers, met de opkomst van de flexibeler busdiensten, niet rendabel meer. Het goederenvervoer ging wel nog door, tot zelfs 1980 aan toe.
station_opperdoes-2

p1030156.jpg

Het stationsgebouwtje staat er vandaag nog steeds, aan zijn enkel spoor, met kloek opschrift aan voor- en achterzijde, en wordt ook nog steeds gebruikt, al is het nu alleen voor de toeristische stoomtram. Daarvoor ben ik dan weer te vroeg, deze derde februari, hoe stralend blauw die ook mag zijn. Een briefje aan de deur van het station raadt de reiziger overigens voorzichtig af te Opperdoes op of af te stappen. Het mag wel, zo staat er te lezen, maar voor de optimale treinervaring is het beter de hele rit, van Hoorn naar Medemblik of vice versa, te maken.
Op internet lees ik dat Opperdoes een streng calvinistisch eiland is, in een overwegend atheïstisch of op zijn hoogst rooms West Friesland. Ik meen daar iets van mee te krijgen wanneer ik, het dorp doorkruisend, een kerk passeer waaruit een zwaar en vreugdeloos gezang opklinkt dat zich log achter het orgel aan voortsleept. Ik hoor het een tijdje aan, omdat ik er nu toch ben, en waan mij in vroeger tijden. Of in een Nederlandse boekverfilming, waar het er ook graag gereformeerd aan toe mag gaan.

P1030170

Verderop staat trouwens nog een kerkje, zie ik dan. Veel ouder dan het gebouw waar ik naar sta te luisteren. Het staat op een terp, wat niet zo vreemd is aangezien Opperdoes minder dan negentig jaar geleden nog zo’n beetje aan zee lag. De Zuiderzee, wel te verstaan. Beschermd tegen de woeste, onberekenbare baren achter de Westfriese Omringdijk. De dijk ligt er nog steeds, inmiddels verworden tot monument want de woeste baren werden in 1930 het zwijgen opgelegd, toen de Wieringermeer werd drooggemalen en ingepolderd. De naamloze hervormde dorpskerk op de terp werd gebouwd in 1530, ter vervanging van de kort daarvoor door Grote Pier, met zijn Friese en Gelderse troepen, platgebrande kerk.
Ik verlaat Opperdoes langs een lange kaarsrechte weg, aan één kant afgezet met al even lange en kaarsrechte bomen die als silhouetten scherp afsteken tegen de lage, verblindende winterzon, en betreed een leeg en uitgestrekt, functioneel landschap dat wordt gedomineerd door grote, groene loodsen van golfplaat. Landbouwmachines. Een kerktorentje aan de horizon hier en daar en plukjes hoge bomen die de wind wegvangen voor een enkele boerderij. Zwartgrijze moddervelden waar resten kool op liggen te stinken, maar ook keurig in lijnen geploegde akkers die al helemaal klaar lijken te zijn voor de volgende oogst, van misschien wel de vermaarde Opperdoezer Ronde.

P1030243

Op weg naar Oostwoud word ik ingehaald door een medewandelaar in felgekleurde sportkleding. Ik had haar al opgemerkt terwijl ik stond te fotograferen, een activiteit die het tempo er nog wel eens uit wil halen bij mij. Nou heb ik helemaal geen hekel aan medewandelaars, maar als ze gedurig vlak achter me of vlak voor me blijven lopen kan ik dat nog wel eens vergeten. Mede op grond van de felgekleurde sportkleding had ik nu echter al ingeschat dat zij harder ging dan ik. En dat dit dus goed ging aflopen. Had ik gedacht. Maar het loopt anders. De felgekleurde medewandelaar houdt haar pas in en blijft naast me lopen om een praatje te maken. Dat ik zeker de hele dag op pad ben, aan de rugzak te zien. En dat ik wel wat warm gekleed ben, in die leren jas. Ik beaam het allemaal, vooral de leren jas is te warm voor het weer, en veronderstel op mijn beurt dat zij dan waarschijnlijk uit Opperdoes komt gelopen. En van het één komt het ander, we babbelen wat over het weer en wandelperikelen en zo word het zomaar een ontmoeting onderweg. Zie, daar ben ik dan ook weer niet te beroerd voor.
Oostwoud blijkt een charmante mengeling van glimmend onderhouden stolpboerderijen, rijk geornamenteerd en glanzend in de groene en witte lak, en panden die de tijd minder goed hebben doorstaan, met rommelige erfjes en geïmproviseerde boetjes en bouwsels, waar een soort vrijbuitersbestaan lijkt te worden geleid. Door mensen die het zelf wel uitzoeken. Op één of andere manier heb ik dat altijd als iets typisch Noordhollands gezien, wat natuurlijk nergens op slaat want dit soort gezellige rommelerven vind je waarschijnlijk overal wel. Maar goed, laat mij maar.

p1030289.jpg

Heel even denk ik dat ik ook nog iets van een voormalige haven tegenkom: een open gebleven veldje aan het water met een handvol uit de kluiten gewassen dukdalven en meerpalen. Ik meen ook iets van een beschoeiing uit de grond omhoog te zien steken. Het doet me een klein beetje denken aan de gedempte haven op Schokland, vandaar. Maar ook dit zal wel onzin zijn want Oostwoud ligt toch wel erg ver van de zee en ik vind er later ook niks over terug, dus.. Ik heb geen idee waar ik dan wel naar sta te kijken.
Broerdijk, waar ik dan doorheen loop, is een kleine verzameling huizen en huisjes in de bocht van de weg, aan het spoor. Het is wat het is, kun je denken, maar zo is het blijkbaar niet. Er staan maar liefst twéé toeristische informatieborden, die de boel er echter niet per se beter op maken. Het ene is voor een molen uit 1570, de molen van Gerbrandt Jacobsz Van Hoechkerspel namelijk, waarvan meteen maar wordt vermeld dat niemand eigenlijk weet waar die nou precies gestaan heeft, terwijl hij, volgens hetzelfde bord, pas in 1964 werd gesloopt. Het tweede bord brengt een inmiddels verdwenen ‘destructor’ in herinnering. Een slachthuis voor, ik citeer: oud en wrak vee. Het rook niet erg lekker, eufemeert het bord nostalgisch, als de wind verkeerd stond moesten ramen en deuren gesloten blijven. Ach, ach, ach, die goeie ouwe tijd toch. Bij tijd en wijle hangt er in deze regionen overigens wel precies die spruitjeslucht. Dat zijn dan de koolbladeren die na de oogst op het land achterblijven. En dan maakt het niet uit hoe de wind staat. En ook niet of je ramen en deuren gesloten houdt.

P1030372

Langs een fietspad slinger ik door de weilanden terug naar het noorden en beland zo in Twisk. Een lintdorp dat schijnbaar volledig bestaat uit zeer goed onderhouden en glimmend opgepoetste stolpboerderijen vol pracht en praal, en pittoreske Noordhollandse huisjes en geveltjes. Geparkeerde auto’s zijn zo goed als buiten beeld gehouden, en ik krijg al snel het idee door een openluchtmuseum te lopen, al blijft het opletten voor de rijdende exemplaren want die zijn meestal groot, breed en geruisloos, aan een goudkust als deze, en de weg is smal en zonder stoep.
Hierna gaat het terug naar Opperdoes. Ik passeer een ruime waterplas, met veel riet en een broedwand voor oeverzwaluwen. De plas fungeert als opvangbekken voor een teveel aan water in barre tijden. Eens in het jaar gebeurt het dat het gebied onder water komt te staan, lees ik op de site van het Westfries Weekblad. Verder is het een broedgebied en rust- en verblijfplaats voor vele soorten vogels, die het blijkbaar geen punt vinden dat ze pal naast de N239 en de gemeentewerf zijn gepland.
Op het laatste stuk terug naar het begin heb ik de Westfriese Omringdijk aan de linkerhand als horizon. Zou ik die willen beklimmen, om een afsluitende blik op de Wieringermeer te werpen, en me er de Zuiderzee voor te stellen, dan moest ik een breed water en de provinciale weg oversteken, dus dat komt er niet van. En als ik later zelf over de provinciale weg langs de dijk naar huis rijd, bedenk ik pas te laat dat ik de auto even aan de kant had kunnen zetten, om de dag alsnog in zelfbedachte stijl af te ronden, hoewel dat makkelijk had gekund.

Bekijk eventueel ook het fotoalbum.

This Guy Was Taking His Morningwalk When He Saw A Canada Goose Wearing A Plastic Necklace. And This Is What Happened Next.

IMG_1564

 

 

Er wordt sneeuw verwacht vandaag, maar zover is het nog niet. Het duurt nog tot de middag, wordt beweerd. De weilanden waarlangs mijn ochtendwandeling loopt, dragen dan ook nog hun alledaags groen. Wel lijken er vanochtend veel meer ganzen te bivakkeren dan anders. Misschien wachten ze de sneeuw af, sla ik maar eens ergens een slag naar. Misschien hebben ze ook een code geel gekregen, en een negatief reisadvies. Een vliegverbod. Ik weet niet hoe hysterisch ganzen daarover doen, over sneeuw. Het zal wel toeval zijn.
Mijn aandacht ondertussen, tussen al dat opgewonden gegak en gehonk, wordt getrokken door een groepje Canadese ganzen. De Branta Canadensis, de grote Canadese gans. Een beetje deftige ganzen vind ik dat, vooral misschien door die lange, slanke, zwarte nek, en de witte bef onder de kop, waardoor ze wat doen denken aan rechters, of officieren van justitie. Er loopt een heel groepje achter elkaar aan te paraderen, links en rechts wat grazend, maar alles buitengewoon waardig.
Eentje springt eruit. Eentje heeft iets groenigs om de nek. Iets groen met wits. Ik zie het wel, maar de afstand is te groot om goed te zien wát het is. Plastic, denk ik direct. Plastic afval, de vloek van onze tijd. De schande van onze beschaving. Het beest heeft argeloos de kop ergens ingestoken en loopt nu met het handvat van een plastic draagtas om de nek, of een verpakking van McDonalds.
Ik zie ook meteen facebook- en twitterfilmpjes voor me, waarin dappere mannen met baarden hulpeloze schildpadden, zwanen of haaien uit iets plastics helpen, met een hoop gedoe, of een schaap weer op de poten zetten, of twee herten uit de knoop, met zo’n Amerikaanse tekstregel eronder waarvan om onduidelijke redenen ieder woord met een hoofdletter begint.
This Guy Was Taking His Morningwalk When He Saw A Canada Goose Wearing A Plastic Necklace. And This Is What Happened Next.
Ik zie het mezelf nog niet doen, maar dat hoeft dan ook niet. Op mijn lekker ingezoomde foto zie ik dat het anders zit. Dit lijkt meer een soort ring zoals je eerder om de poot zou verwachten, maar dan dus om de hals. In witte letters staat er een soort code op. EGK, maak ik ervan. Het is een vrij groot ding en het is natuurlijk geen porum, tjees, ik krijg gewoon medelijden met het beest.
Weer thuis op internet lees ik dat dat helemaal niet nodig is, dat medelijden, want dat de vogel er nauwelijks hinder van ondervindt. Aldus de Sovon, de Stichting Ornithologisch VeldOnderzoek Nederland, dus die zullen het wel weten. De ring is zo groot en zit om de hals zodat hij makkelijk vanaf grote afstand kan worden afgelezen zonder de vogels te verstoren, in tegenstelling vaak tot de pootring. Alleen vrouwtjes worden er mee uitgerust. Waarnemers van over de wereld geven de codes die ze gezien hebben door en zo verzamelt de wetenschap informatie over de eventuele trek, over overlevingskansen en broedsucces.
Wat dat laatste betreft is men dan bijvoorbeeld te weten gekomen dat de gemiddelde gans maar één keer in het leven succesvol jongen grootbrengt, terwijl men dacht dat dat ieder jaar was. Het zou misschien, denk ik dan weer, interessant zijn te onderzoeken in hoeverre zo’n halsring het broedsucces beïnvloedt. Misschien loopt de gemiddelde mannetjesgans liever geen onnodig risico met zíjn kansen op broedsucces en mijdt hij die merkwaardige vrouwtjes met zo’n raar groot, groen ding om de nek met geheimzinnige witte tekens erop. Daar komen rare eieren van, zal hij denken. En geef hem eens ongelijk.

Ook gepubliceerd op Het Bewijs, weblog van een man van goede wil.