De dunne grenzen van het fatsoen

cropped-p1070905.jpg

Een etappe van De lange weg naar huis*, van Santpoort Noord naar Zandvoort, gelopen op vrijdag 22 november 2019

Omwille van het klimaat en andere praktische overwegingen bereizen wij de etappes van onze lange wandeling naar huis met het openbaar vervoer. Dat is niet altijd even comfortabel. Vooral op de terugweg, die zich na een dag wandelen uiteraard door de avondspits beweegt, moeten we vaak tot boven Alkmaar genoegen nemen met een krappe staanplaats in een afgeladen halletje, of, als we geluk hebben, met een plakkerige zitplaats op een smerig trappetje. Het is niet anders. Wie het klimaat wil dienen moet offers brengen. Vanuit dat perspectief bezien zou je het ook als bemoedigend kunnen ervaren dat de trein zo goedgevuld is, al is het dan met gratis reizende studenten. Ik wil daar niet meteen een oordeel over hebben.

P1070778

Waar ik wel meteen een oordeel over heb, is de jongeman die we in onze eerste trein op de heenweg aantreffen. Lang- en breeduit uitgestrekt neemt hij samen met zijn rugzak een hele vierzitter in beslag, in een verder behoorlijk gevulde coupé. Hij houdt zich slapend en reageert niet op onze afwachtende aanwezigheid naast zijn koninkrijk. Zijn kapsel zit onberispelijk in model gekamd en geboetseerd, maar voor de rest ziet hij er wat smoezelig uit. Er zitten vlekken in zijn shirt, er liggen croissantkruimels op zijn jas en er hangt een meer dan vage dranklucht om hem heen. Mijn zoon wurmt zich mild en toegeeflijk tussen verschillende ledematen door naar de moeilijk bereikbare restanten van een zitplaats, maar ik heb het opeens wel even gehad met dat hedonistische, verwende, onverschillige en egocentrische millennialgedrag. Okay, dan maar een boomer. Ik duw wat tegen zijn schouder en roep iets over zitten, en plaats maken, wat dan uiteindelijk met gepaste onwilligheid gebeurt. Zolang we tegenover elkaar zitten blijft hij gedrogeerd knikkebollen. Niettemin lijkt hij op weg te zijn naar school, gezien het tijdstip op de dag, de rugzak en het station waar hij uitstapt. Ik heb ernstig medelijden met degene die zuks in de klas heeft zitten.
In de sprinter naar Santpoort Noord zijn we zelf de aso’s, al is het per ongeluk. Zo dun is die scheidslijn nou eenmaal en daarom moeten we er ook zo voorzichtig mee omgaan. Om de reistijd aangenaam te vullen hebben mijn zoon en ik, in de veilige beslotenheid van onze tweezitter, een gesprek over de thema’s van de tijd en zo komt, het is eind november, ook Sinterklaas langs, met zijn omstreden knecht. Zelf hebben wij daar nogal randstedelijke ideeën over, die in onze nieuwe woonomgeving echter maar nauwelijks worden gedeeld, zodat het fijn is het daar nu toch eens over te kunnen hebben, zonder op eieren te lopen. Zonder het gevaar ruzie te krijgen met iemand waar je helemaal geen ruzie mee wilt hebben. Als we zo een tijdje gemoedelijk in onze eigen bubbel hebben zitten schimpen en smalen, blijken we toch niet alleen te zijn geweest. Tussen de banken door wordt ons een verstoorde blik toegeworpen door een vrouw die voor ons zit, zo blijkt. Met, zo blijkt meteen daarna, een zoontje in de gelovige leeftijd. Snel en beschaamd veranderen we van onderwerp, al zal het te laat geweest zijn. Maar goed, ter onzer verdediging zij opgemerkt: wie rekent er heden ten dage nou nog op dat er kinderen in de trein zitten zónder witte oordopjes en hypnotiserende beeldschermpjes.

P1070798

In Santpoort pakken we met horten en stoten de draad van het Nederlands Kustpad weer op. Dat zal ons ons naar Den Haag brengen, onze geboortestad. Er wordt hier bepaald niet scheutig omgesprongen met de vertrouwde roodwitte markeringen en we rommelen wat heen en weer, slaan op goed geluk wat links- of rechtsaf hier en daar, maar vlak voordat het mopperen wordt komt het goed. Zoals altijd, het komt altijd goed. We lopen door en over de Duin en Kruidberg richting de zee, richting het strand. Het eerste stuk, de Heerenduinen, is een bebost gebied. De bomen zijn overwegend kaal, het bos doet grijzig aan, hoewel de zon er doorheen schijnt en het zwerk blauw is.
Aan de rand heeft zich een kuddetje konikpaarden opgesteld. Schijnbaar onbewogen staan ze dwars over het wandelpad hun ziel in lijdzaamheid te bezitten. Ik kan het niet laten wat foto’s te maken en ik ben niet de enige, ik moet de nodige moeite doen de paarden er zonder felgekleurde medewandelaars op te krijgen. De paarden zal dat allemaal worst wezen, zolang het geen paardenworst is natuurlijk. Er gaan er wat op hun rug liggen rollen, wat een leuk, aandoenlijk gezicht is. Taalkundig wikiweetje dat ik tegenkwam toen ik voor de zekerheid even checkte of dit inderdaad konikpaarden waren: dat zijn het dus niet. Het zijn koniks. Konik is het Poolse woord voor paardje, kon is paard. Het is een Pools ras oorspronkelijk, vandaar. Als we het over konikpaarden hebben, mensen, hebben we het dus eigenlijk over paardjepaarden, wat natuurlijk geen gezicht is, als woord. Weer iets geleerd.

P1070826

Verderop stuiten we op een boom die onze aandacht trekt. Het is een flinke wilg, zwaar toegetakeld door het bestaan en de elementen. Geblakerd, ingestort, afgebroken, hol, zonder schors en uitgebeten, maar wonderbaarlijk genoeg gedeeltelijk ook nog levend. Nieuwe twijgen wachten geduldig op de lente, die zeker weer komen gaat. We bestuderen het wrak een tijdje en vragen ons af of de bliksem hier misschien is ingeslagen, of dat er fikkie in is gestookt. We gaan even uit van het eerste. We zien de restanten van zo’n knoest waar heel veel kleine takjes aan hebben gezeten. Wat we zien moet het bewateringssysteem geweest zijn, een verzameling afgebroken houten buisjes. Maar weer eens onder de indruk van de natuur en haar veerkracht lopen we door. Misschien, denken we, dat als wij mensen de boel definitief voor onszelf hebben verpest, de natuur, opgelucht allicht, er wel weer bovenop komt. Aan de horizon achter ons, als om deze gedachte te illustreren, steekt nog regelmatig de dampende en rokende skyline van IJmuiden boven de duintoppen uit.
Door een meer open gebied, lichtgevend groen bemost met grijze doornenstruiken en naar de wind gevormde, mismaakte boompjes, knoestig, weerbarstig, zwart afstekend tegen de blauwe lucht, naderen we de zee, we horen haar al ruisen. Steeds meer paden blijken onder water te staan en ook flinke stukken duin lijken te zijn ondergelopen. De aanhoudende regen van de afgelopen tijd, nemen wij aan. Het is moeilijk voor te stellen dat er nog een probleem met een te laag grondwaterpeil zou zijn, bij deze aanblik, maar we weten het niet.
Dan draaien we het strand op, lopen een stukje langs die goeie ouwe branding, met de lage zon in de ogen en Zandvoort opdoemend uit de heiigheid in de verte. Druk is het niet. Een enkele wandelaar, een misplaatst ogende kraai en een groepje kantoormannen waarvan we bij het verlaten van het strand concluderen dat ze met ov fietsen zijn gekomen. Een teamuitje dus, waarschijnlijk. Een heisessie op het strand. Al wandelend langs de branding nieuwe ideeën opdoen, een verfrissende kijk op de zaken. Een beetje sparren, of zoiets. Wij spelen even met de gedachte een aantal van die identieke ov fietsen om te ruilen en zo de hernieuwde teamgeest op de proef te stellen. We verkneukelen ons bij voorbaat in het gedoe dat zal ontstaan, maar we doen het niet natuurlijk. De pret van de gedachte volstaat.
Bij Parnassia aan zee trekken we weer landinwaarts richting Haarlem, door de Kennemerduinen, grijsgroene glooiingen rond een aantal grote waterplassen en gelardeerd met het eeuwig donkergroen van naaldbossen. We klimmen en dalen over mulle zandpaden maar moeten elders ook regelmatig op zoek naar een alternatieve strook grond waar we de voeten droog neer kunnen zetten.

P1070898

In de berm vinden we een libelle, een rode libelle. Op sterven na dood, dat behoeft geen verwondering deze tijd van het jaar. Door hem op te pakken verstoren wij zijn sterfbed hoogstwaarschijnlijk, wat misschien niet kies is van ons, maar goed, het was al gebeurd voor we er bij nadachten. Hij valt bijna uit elkaar en heeft geen puf meer om te vliegen, met de laatste kracht klemt hij zich dan maar aan deze vreemde vinger vast, berustend in ieder lot. Is dat zielig, bij een libelle, vragen wij ons af. Moeten we ingrijpen, hem uit zijn lijden verlossen? Is er sprake van lijden? We weten het niet. We bekijken het beestje een tijdje en zetten het dan terug in de berm, waar de natuur dan haar loop maar moet hebben. Weer thuis lees ik in het tijdschrift van Landschap Noord Holland iets over de zeldzame vuurlibelle die onlangs weer rond de Noordhollandse duinwateren zou zijn gesignaleerd. Meer waarschijnlijk hebben we hier te doen met de steenrode heidelibelle. Die is algemeen voorkomend, lees ik, en vliegt nog net in november. Dus dat zou kloppen. De bloedrode heidelibelle, die ook nog bestaat dus, vliegt slechts tot oktober. Dan zou dit wel heel erg een latertje zijn. Uiterlijk kunnen we op de bijgeleverde plaatjes trouwens maar nauwelijks verschillen tussen deze drie types ontwaren. Geen eigenlijk.
Verder richting Haarlem passeren we een roze granieten steen met moeilijk leesbaar opschrift. Het blijkt te gaan om een oorlogsmonument en het is één steen uit een serie van acht die hier in de duinen is neergezet ter nagedachtenis aan de vele gijzelaars en verzetsmensen die hier in de oorlog gefusilleerd zijn. In 45 anonieme en ongemarkeerde massagraven is een gedeelte van de lichamen na de oorlog teruggevonden, de meesten daarvan zijn inmiddels herbegraven op de Eerebegraafplaats Bloemendaal. Op elk van de stenen staat vermeld hoeveel mensen er rond die plek lagen begraven. Nog veel meer mensen zijn nooit teruggevonden omdat zij na hun executie gecremeerd werden, de bezetter wilde met dit alles voorkomen dat haar slachtoffers een eervol graf zouden krijgen. Dat de oorlog nog altijd leeft blijkt uit de grote hoeveelheid steentjes, gekleurde scherfjes en dennenappels die op het monument zijn gelegd, klaarblijkelijk als eerbetoontjes, weten we sinds Daan Roosegaarde met dit idee aan de haal ging.

P1070919

Bij Overveen, vlak voor Haarlem, kiezen we voor de routeverkorting van het Kustpad. De rondwandeling door Haarlem hoeven we niet per se te maken, vinden we eensgezind, we zijn tenslotte op weg naar Den Haag en hoewel dat nou ook weer niet helemaal kaarsrechttoe rechtaan hoeft natuurlijk, kun je ook overdrijven. Door het Brouwerskolkpark, langs een afwateringskanaal, lopen we richting Kraantje Lek, waar volgens de berichten 17e eeuwse vissersvrouwen, zeulend met emmers verse vis van Zandvoort naar de markt in Haarlem, het water in hun emmers verversten. Zich verfristen met een slok.
Met het zicht op een klein, wat lager gelegen parkeerterrein horen we een knal, het onmiskenbare geluid van blikschade en sneuvelende no claim kortingen. We zien het onder onze neus gebeuren ook nog. Een kek tweepersoons sport bmwtje parkeert achteruit uit en boort zijn achterwerk voortvarend in de achterbumper van een robuust bedoelde bmw suv. We bevinden ons onder de openhaardrook van Haarlem, het is een deftig parkeerterrein. Hoewel je daar meteen je aantekeningen bij kunt zetten want hoewel het een tamelijk bruuske en luidruchtige botsing was, verlaat het kekke sportautootje de plaats des onheils zonder omkijken of pardon. De schade aan de getroffen bumper is niet onaanzienlijk zien wij bij nadere inspectie, wat ook te denken geeft voor een suv natuurlijk, maar laten we die weg niet inslaan. Wij besluiten dat we dit niet zomaar kunnen laten passeren. We noteren het kenteken van het kekke sportautootje en schrijven een briefje met ons telefoonnummer voor onder de ruitenwisser. Nog vóór Zandvoort worden we gebeld en brengen we verslag uit van wat we gezien en gehoord hebben. Op een bomvol perron 4 van Sloterdijk worden we dan nogmaals gebeld en krijgt het verhaal een wat onwaarschijnlijke wending. De eigenaar van de suv had bij toeval op een parkeerterrein van een restaurant de sport bmw met ons kenteken zien staan, had de bestuurder ervan binnen aan de koffie getroffen en haar aangesproken op het gebeurde. Waarop die dat, deftig en al, in alle toonaarden ontkende, getuigen of niet. Truth is stranger than fiction, Mark Twain schreef het al. Hoe het afgelopen is weten we niet, maar het geval, en de slechtheid van de mens, heeft ons nog geruime tijd bezig gehouden.

P1070936

We komen langs het landgoed Elswout, waarvan ik weet dat daar de geweldige kinderserie Loenatik werd opgenomen, waar ik altijd met veel plezier naar keek, met mijn kinderen, maar waar mijn zoon dan weer geen enkele herinnering aan blijkt te hebben zodat ik me moet gaan afvragen of ik dat dan met mijn dochter keek, en hoe oud die serie dan eigenlijk alweer is en, niet in de laatste plaats, hoe oud ik zelf dan in godsnaam ben. En of ik dat nog wel wil weten.
Door de duinen gaat het dan langs het spoor naar Zandvoort. Het begint al wat te schemeren en wanneer we langs hetzelfde spoor met de trein Zandvoort weer uit rijden is het buiten nacht. En half vijf ‘s middags. Het veelbesproken circuit, waar we om die reden een kijkje wilden nemen, laten we voor de volgende keer.

*Met mijn jongste zoon loop ik een zelfverzonnen langeafstandswandeling van Schagen, onze woonplaats, langs de Noordzee naar Den Haag, onze geboorteplaats. En weer terug door het Groene Hart en langs het IJsselmeer. Zo lopen we van huis naar huis. Vandaar dat we deze vader en zoon wandeling ‘De lange weg naar huis’ hebben genoemd.

Bekijk eventueel ook het fotoalbum bij deze wandeling.