Van Lutjewinkel tot Veenhuizen

Een fotoverslag van de wandeling van Lutjewinkel naar Veenhuizen. Een etappe van het Noordhollandpad.

Advertenties

De mooiste dag uit de week geplukt

Noordhollandpad, van Lutjewinkel tot Veenhuizen, gelopen op woensdag 26 februari 2014

Het is niet de eerste keer dat ik het Noordhollandpad loop. Dat was een jaar of wat geleden, toen ik nog maar net in Noord Holland woonde, als uitgeweken randstedeling. Het leek me toen een leuke manier mijn nieuwe provincie van dichtbij te leren kennen. En dat was het ook. Nu loop ik hetzelfde pad opnieuw, maar met mijn oudste zoon. Dat maakt het op weer een heel andere manier een bijzondere wandeling. Om te beginnen is het natuurlijk al bijzonder dat je zoon dat nog wil, als aanstormend puber, een beetje in het openbaar met zijn oude vader lopen wandelen. Nou gebiedt de eerlijkheid hier ook te melden dat elke nieuwe etappe steeds meer tactisch enthousiasmerende inleiding behoeft, maar goed, het lukt toch nog altijd wel. En eenmaal op pad maak je als vader onderweg dus ook weer van alles mee waar je zonder je zoon aan je zijde misschien helemaal geen oog voor zou hebben gehad. Jongensdingen. De wereld door jongensogen. En gesprekken van jongens onder elkaar.

Afbeelding

We startten in De Cocksdorp, op Texel, twee jaar terug, verzonnen er in Den Helder een extra etappe bij, over het Marineterrein en langs Huis ter Duin, liepen weer volgens het boekje over Wieringen terug naar boven, naar Den Oever, en pakten vanaf de Pishoek bij Wieringerwaard de route naar het zuiden weer op, door Kolhorn tot Lutjewinkel, waar we de laatste keer, een paar maanden geleden alweer, waren gebleven. En waar we ons nu, bij dezelfde brug, weer af laten zetten.
Stomtoevallig maar feilloos hebben we de mooiste dag uit de week geplukt. Een dag die de naam voorjaarsvakantie recht doet, want het mag februari zijn, normaalgesproken een belachelijke maand voor een voorjaarsvakantie, maar, geloof het of niet, het ís vandaag ook lente. Je voelt het, je ruikt het, je ziet het. Wij wel in elk geval, want wij lopen lekker buiten, onder een strakblauwe hemel. En de zon kijkt stralend op ons neer. Wat een heerlijk dagje, roepen de merels en de mezen, de ganzen en de hazen, de kieviten en de scholeksters en alle andere vogels waarvan wij de namen kennen. De uitlopende narcissen. Het voorzichtige waasje groen overal.  Wat een heerlijk dagje, roept ook de kanoër, die ons monter inhaalt in het kanaal. Wat een heerlijk dagje, inderdaad, roepen wij vrolijk terug. We staan dan net een beetje te picknicken, leunend tegen een boerenhek, want, okay, de lente is nog wél te pril om op de grond in het gras te gaan zitten.

Afbeelding

Het kanaal Alkmaar-Kolhorn hebben we de hele ochtend langszij gehad, glinsterend in het lage licht. Links of rechts, want hier en daar steken we over naar de andere kant, over steeds weer dezelfde ouderwetse, smalle betonnen brug, waarvan er bij het aanleggen van het kanaal blijkbaar meteen een flink aantal zijn gegoten. Langs Winkel en Nieuwe Niedorp gaat het. Bekend terrein inmiddels, maar nieuw vanuit het gezichtspunt van de wandelaar over de grasdijk, waar je in het dagelijks leven niet komt.
Op sommige punten is de route veranderd ten opzichte van de vorige keer dat ik er liep. Bij Winkel is een stukje dijk, dat destijds nog tamelijk drastisch onvriendelijk als privédijk was afgesloten, nu toch opengesteld, zodat we het industriegebied niet in hoeven. Verderop verlaten we eerder dan ik me herinner de verharde weg en stuiten we op een duidelijk nieuw aangelegd vogelmeertje. Vogels zijn er nog niet, zo nieuw is het blijkbaar. Maar hazen zijn er des te meer. We hebben ze verrast, ze springen ons vlak voor de voeten weg. We schrikken er bijna van en vragen ons lachend af hoe het kan dat ze ons niet hebben zien aankomen. Het zijn wilde dieren, nota bene. Hoe moet dat als er een vos aankomt? Ze hebben geen schijn van kans! Maar tegelijk vragen we ons af hoe het mogelijk is dat wijzelf zulke grote beesten niet eens hebben zien zitten, op een stoppelig grasveldje, terwijl we er nota bene met ons neus bovenop stonden. Het is gelukkig de prehistorie niet, we zouden jagers van niks zijn geweest.

Afbeelding

Verderop, bij Verlaat, schrikken we nogmaals van wilde dieren. Honden, zijn het deze keer, en kwaadaardig bovendien. Vanuit het niets springen ze hard blaffend en gemeen grommend tevoorschijn vanachter hun boerderij, die blijkbaar zelfs  op klaarlichte dag nog zwaar bewaakt moet worden, dat geeft toch ook te denken. Mijn zoon, een hondenliefhebber nog wel, zoekt bescherming bij zijn vader, die niets van honden moet hebben, en wel precies hierom: dat je als voorbeeldig burger nietsvermoedend op de openbare weg kunt lopen en dan zonder enige aanleiding bedreigd en geïntimideerd kunt worden door twee loslopende, moordlustig uitziende grote honden, zonder dat er ergens een eigenaar te zien is die zijn kuthonden onder controle houdt, laat staan zijn excuses aan komt bieden voor zijn onbeschoft gedrag. En je weet ook nooit zeker of die krengen bij hun erfgrens gaan stoppen, want opgevoed zijn ze dus niet. Dit keer komen we met de schrik vrij gelukkig, maar kilometers later hebben we het er nog over.
Oude Niedorp is deze dagen omgedoopt tot Valkenburcht, zo blijkt als we er binnen lopen. Een jolig bord, met niet eens een grappige naam, in een kleilandschap langs een verlaten polderweg. Carnaval in Noord Holland. Het is een beetje een sneue vertoning.
Bij Oude Niedorp wijken we trouwens met een klein ommetje van de route af om een rondje om de ruïnekerk te lopen. Van de vorige keer, toen het per ongeluk gebeurde, weet ik nog dat dat de moeite waard is. En vandaag zelfs nog meer want tot onze verrassing is de ruïne inmiddels, na een soort van renovatie, opengesteld en kunnen we in de luwte op een bankje van het zonnetje genieten. Tussen de dakloze, afgebrokkelde muren met de gapende, lege boogvensters hangt een eeuwenoude, gewijde sfeer. We bekijken de foto’s die hier en daar hangen en leren zo dat dit de St Werenfriduskerk is, die het nodige heeft meegemaakt, op het stille Hollandse land. In de late Middeleeuwen als katholieke kerk gebouwd, in 1648 verbouwd en protestants geworden. Een toren die er in 1732 werd bijgezet, werd in 1814 alweer gesloopt, samen met twee zijbeuken. In 1953 gerestaureerd en in 1977 tenslotte afgebrand tot de ruïne die het nu nog is. We lopen wat rond en proberen ons voor te stellen hoe het ooit geweest is. We ontcijferen de verweerde en in vreemd oud Nederlandsch gestelde opschriften op de grafstenen en filosoferen wat over het leven en de vergankelijkheid.

Afbeelding

De bedoeling was om vandaag Obdam te halen, maar dat blijkt een halte te ver. En om het leuk te houden, weet vader inmiddels, is het zaak om op tijd te stoppen. De volgende etappe begint daarom niet in Obdam, maar in Veenhuizen.