Een etappe andersom

Een fotoverslag van de etappe De Zilk – Haarlem van het Hollands Kustpad, die we voor de gelegenheid andersom liepen, op vrijdag 11 april 2014.

Advertenties

De kunst van het omdenken

Hollands Kustpad, van Haarlem naar De Zilk, gelopen op vrijdag 11 april 2014

Het is verleidelijk, op een ochtend als deze, in welgemeend gemopper op de NS te blijven hangen. Aan de andere kant, als je twee keer moet overstappen onderweg, weet je het eigenlijk al: dat gaat natuurlijk een keer fout. Je kunt je daar ook bij neerleggen. In mijn jonge jaren was de grap al dat NS de afkorting was voor Niet Stipt. Mijn jonge jaren, kun je nagaan. En in al die tijd is dat blijkbaar niet veranderd, al is het lachen me soms ook wel een beetje vergaan, inmiddels.
Waar vanochtend de ene trein met vijf minuten vertraging het station binnenloopt, vertrekt de aansluitende sprinter evengoed precies op tijd, waardoor hij dus niet meer aansluit, en ik hem nog juist het perron zie verlaten. De bus naar De Zilk kunnen we nu ook wel vergeten, en die rijdt eens in het uur. Gelukkig bedenkt mijn schoonzus, mijn wandelgenoot, die van de andere kant aan komt rijden, in de gauwigheid dat we de etappe ook best andersom kunnen lopen. Van Haarlem naar De Zilk.
En zie: zo keren de zaken zich dan al snel weer ten goede, want nu starten we de dag met een vrolijke cappuccino en onze bol in de zon op een terras aan het Spaarne. Dat was in De Zilk zeer zeker niet gelukt. Bovendien dwalen we nu aan het begin van de dag door het oude centrum van Haarlem, langs vriendelijke hofjes en glopjes en historische grandeur, die we aan het eind van een stevige dagmars en haastend op weg naar de trein vast minder op waarde hadden weten te schatten.

Afbeelding

Tevreden over deze wending en ons eigen creatief omdenkend vermogen verspreiden we blijkbaar zoveel vrolijkheid en plezier dat het opvalt: er wordt veel en welwillend gegroet, in Haarlem. Een mevrouw die ons, bekent zij, per ongeluk zo smakelijk hardop hoort genieten, vertrouwt ons toe dat zíj daar nog helemaal niet aan toe was gekomen, aan genieten, de afgelopen dagen, met al dat mooie weer. Omdat ze niks anders deed dan de tuin en de schuur op orde brengen. Even vrezen wij een ellenlange klaagzang, maar ons advies onmiddellijk met een kop koffie in de zon te gaan zitten, neemt zij prompt ter harte, en wij wandelen verder.
Een eindje richting Zandvoort, langs deftige lanen  en uitgestrekte landgoederen, stuiten we op Kraantje Lek, niet te verwarren met de halfgelijknamige rapper. Het is een uitspanning waarvan de naam zeer tot onze verbeelding spreekt, ook omdat wij die om één of andere reden al heel lang kennen, zonder er ooit geweest te zijn. Een herberg, volgens het bijbehorend bord, waar in zeer vroeger tijden de vissers uit Zandvoort, met hun zilte koopwaar lopend op weg naar de Haarlemse vismarkt, even neerstreken. Maar die ruige tijd is voorbij. Nu blijkt het een doodgewoon pannenkoekenhuis te zijn, waar groepjes dagjesmensen saai op af sloffen, vanaf de zilvergrijze middenklasser op het parkeerterrein. Zodat wij Kraantje Lek bij nader inzien liever laten voor wat het is.
We beklimmen een rulle zandheuvel, de eerste voorpost van de duinen, en vinden een omgevallen boom om even op te zitten. Tijd voor de traditionele mueslibol met oude kaas. We krijgen al snel luidruchtig gezelschap van twee vermoedelijke bakfietsmoeders. In elk geval gaan ze geheel in die voor hun leeftijd misschien net iets te meisjesachtige stijl gekleed: met kleurige jasjes, genopte rokjes over driekwart leggings, het haar in een schijnbaar achteloze knot, zonnebril niet ter zake doend bovenop het hoofd. Hijgend en puffend bereiken zij onze top.
“Dit is toch niet leuk?”, schalt de eerste die boven is, en kijkt naar ons voor bijval. Wij vinden het geen handige opmerking naar mensen met wandelschoenen, rugzakken en mueslibollen met oude kaas, maar we glimlachen beleefd. Bovendien, kakelen de bakfietsmoeders beteuterd verder, hadden ze eigenlijk verwacht dat ze vanaf deze top een fraai uitzicht over de zee zouden hebben. Maar Haarlem ligt niet aan zee, zo blijkt. Dus hoewel ze allebei een grote, dure camera om de nek hebben hangen, gaan ze zonder een foto te maken al snel weer naar beneden. Drie kwartier naar Zandvoort lopen, dat wordt ze echt te dol. Dat is iets dat je beter te paard kunt doen, besluiten ze eensgezind.

Afbeelding

Wij krijgen de zee trouwens ook niet te zien vandaag. Na de Kennemerduinen buigen we ruim voor Zandvoort af, de Amsterdamse Waterleidingduinen in, waar we de rest van de dag zullen lopen. Een uitgestrekt en afwisselend gebied. We lopen over bospaden, onder het fris, ontluikend groen. We zien donker naaldhout, we passeren meertjes en vennen. Komen soms langs weidse zandvlaktes die eerder aan verre savannes of steppen doen denken, met hier en daar een enkele noeste, weerbarstige boom. Op andere plekken geven strakke betonnen beekjes, langs wiskundige bochten meanderend, het landschap eerder een parkachtige aanblik. Hier stroomt het toekomstig drinkwater van de Amsterdammer onder de brug.
Net als bij de vorige etappe struikelen we over de herten. We zien ze na bijna iedere bocht. Ze zien ons ook, maar schuw zijn ze nauwelijks. Het kost zó weinig moeite ze te fotograferen dat we dat op het laatst ook maar achterwege laten. Al blijft het een bijzondere ervaring deze dieren in het wild tegen te komen. Het woord overlast komt niet meteen bij ons op, al staan ze natuurlijk ook niet bij ons in de achtertuin de knoppen van de bomen te vreten.
Eenmaal weer terug in De Zilk, waar we de laatste keer ook al waren geëindigd, is het de bus die ons in de steek laat. In de veertig minuten die we moeten wachten, kunnen we, zo rekenen we snel even uit, net zo goed zelf naar station Hillegom lopen. Waar we dan, als we een beetje dóórlopen én het even mee zit, precies de sprinter terug naar huis kunnen halen.

Zwartwandelen tussen tam wild

Hollands Kustpad, Katwijk – De Zilk, gelopen op 22 februari  2014

Halt! Besetzt! Het snerpt bijna karikaturaal over het tot dan zo zacht tevreden en vredig murmelend terras, voor het eerst zonovergoten en goedgevuld waarschijnlijk, dit jaar. Heel even verwachten we Rijk de Gooijer in een Wehrmacht-uniform, maar het is een wat vroege Duitse toerist. Die trouwens wel méént wat hij zegt. Hij heeft zijn jasje niet voor niets over één van de laatste twee terrasstoelen gehangen, vóór hij binnen ging bestellen, dus die laatste twee stoelen zijn voor hem. Verdammt noch mal! Zacht voor zich uit monkelend kiest de man die er juist wilde gaan zitten het hazenpad. De Duitse toerist en zijn vriendin nemen plaats en trekken zich tevreden hand in hand van hun bier nippend niets aan van het gesundes Volksempfinden dat hier, anderhalve generatie later, toch nog altijd over het terras huivert.
We zijn dan al bijna aan het eind van de etappe en hebben ons door de uitbundige zon en het terras laten verleiden vast wat op de zomer vooruit te lopen en even te gaan zitten en iets te drinken. Modern gewend aan digitaal betalen als we zijn, kunnen we er nog net genoeg contant geld voor uit twee portemonnees schrapen. Op het terras is het vervolgens nog warmer dan we al dachten, maar dat blijkt ook te komen door een rijtje warmtelampen, die de zon blijkbaar toch nog niet helemaal vertrouwen, zo in zijn eentje.  Nou ja goed, voor ons en voor het milieu had dat niet gehoeven, maar het komt misschien ook omdat het weer er vanochtend, toen we uit Katwijk vertrokken, een stuk somberder uitzag.

Afbeelding

Onder pittoreske donkergrijze wolken namelijk lopen we om te beginnen over de boulevard van Katwijk, door de duinen, naar de boulevard van Noordwijk en trekken op grond hiervan de voorlopige conclusie dat badplaatsen eigenlijk nooit echt heel erg mooi zijn. Zelfs niet sfeervol. Te veel moderne tijden hebben er te vaak hun tanden in gezet en alle joyeuze allure die je er zou verwachten, en die er vroeger natuurlijk ook geweest is, is verdwenen of verloederd tussen lelijke, grootschalige wansmaak. Kleine stukjes vergane glorie vinden we er nog van terug.
In Katwijk wordt zelfs het strand zelf onder handen genomen. Op de kaart gezet, misschien wel, lieve help. Het is in elk geval hermetisch afgesloten en het groot materieel rijdt er als in een jongensdroom brommend en brullend af en aan.
In Noordwijk hangen zoveel intimiderende bordjes en borden met drank-, drugs-, overlast- en samenscholingsverboden in het rond, dat je je er onveilig bij zou gaan voelen. Wij hoeven niet uit in Noordwijk, dat is duidelijk. Al kopen we er wel een haring, bij een haringkar aan de voet van de duinen. We geven er zelfs ons laatste beetje geld aan uit, wat ons verderop op de dag nog bijna in de problemen zal brengen, op een terras in de zon. Aan de wel erg keurig nette jongemannen die achter de vitrine staan menen we te kunnen zien dat Noordwijk nog altijd die streng religieuze inborst heeft, die van oudsher gebruikelijk is in vissersdorpen. Zo treffen we dus toch ook nog iets waar de moderne tijd blijkbaar geen vat op heeft gekregen. De haring krijgen we bovendien op een stuk papier, in plaats van een plastic bakje. En dat is ook lang niet gek.

Afbeelding

In de duinen voorbij Noordwijk, waar de zon inmiddels is gaan schijnen, waan ik mij plotseling een beetje in het Zwarte Woud. Langs een modderig en met grote tractorbanden kapotgereden bosweg liggen hoge stapels in stukken gezaagde stammen op nadere orders te wachten. Met felle kleuren uit de spuitbus is met vreemde afkortingen en codes aangegeven welk hout van wie is, precies zoals ik dat op mijn wandelingen tijdens onze zomervakanties in Duitsland zo vaak tegenkwam. Het verschil is dat er hier in de Hollandse duinen op gezette afstanden een bordje aan hangt, dat waarschuwt voor de gevaren, en verbiedt er op te klimmen. Immer liever blo Jan.
Voor we bij het Langevelderslag weer landinwaarts trekken, lopen we eerst nog een stuk langs de zee.  Altijd een prettig weerzien. En we zien de zee tijdens deze wandelingen nou ook weer niet zo vaak als je van een kustpad misschien zou verwachten.
De Zilk bereiken we via de Amsterdamse Waterleidingduinen. Een uitgestrekt duingebied waar, de naam zegt het al, Amsterdam zijn drinkwater heeft liggen, om te zuiveren. Bij de ingang vertelt een gebrekkig geplastificeerd A4tje ons nog net dat we een toegangskaart nodig hebben. Eigenlijk wisten we dat wel maar alweer blijken wij, vijftigers nota bene, te modern voor deze wereld, want wij hadden hier natuurlijk gewoon een automaat verwacht. Waar je je toegang kunt pinnen. Het is tenslotte een voorbode van de wereldstad Amsterdam. Maar nee, dat hadden wij gedacht. De toegangskaarten zijn op drie verschillende adressen te krijgen, met moeilijke openingstijden en alle drie op minstens een uur lopen afstand. We besluiten voor deze keer dan maar eens zwart te wandelen, dat hebben we nog nooit gedaan. Doen wij ook eens een keer iets dat niet mag. En hé, dit is Amsterdam, nietwaar?

Afbeelding

Waar de waterleidingduinen ook bekend om staan, zijn de herten. Hertenoverlast, volgens anderen. We hadden ze al op de blanke top der duinen zien springen toen we nog langs het strand liepen, dus misschien zit er wel iets in, in dat standpunt, maar aan de andere kant blijft het een bijzondere ervaring deze dieren zomaar min of meer in het wild tegen te komen. Zeker de mannetjes, met hun enorme geweien, zijn bepaald indrukwekkend.  Wild is een groot woord blijkt trouwens al gauw want wegrennen is er niet bij. Maar goed, dat doen Heckrunderen ook niet, dus wat zou het? Ons hoor je niet klagen. En zeker vandaag niet. Een dag met een gouden randje zogezegd.