Alles wat groeit en bloeit

cropped-p1040545.jpg

Van Bergen aan zee naar Castricum, een etappe van De lange weg naar huis, gelopen zondag 21 april 2019, eerste paasdag

Voor de laatste keer laten we ons volledig verzorgd met de auto op ons startpunt afzetten, mijn jongste zoon en ik. Bergen aan zee. Vanaf hier zullen we met het openbaar vervoer moeten heen en weren. Zo ver zijn we al van huis, op onze tocht naar Den Haag en weer terug. Het is eerste Paasdag, het weer is ons welgezind. De temperaturen zijn zomers, we zullen licht verbrand terugkeren vanavond, al weten we dat nog niet. Wel heb ik als voorzorg mijn hoedje opgezet. Eerste keer dit jaar.

P1040408

Bij de Zeeweg duiken we meteen de duinen in, een schitterend gebied. Meanderende zandwegen door glooiend en open terrein, met plukjes bomen hier en daar die zich ondanks protest uiteindelijk toch telkens opnieuw, grillig en krullend, naar de wind hebben moeten voegen. Bij een poeltje staan wat paardjes loom en fotogeniek te wezen. Ze kijken ook naar ons. Er wordt bedachtzaam wat gedronken. We staan er een tijdje bij stil en zien dan plotseling een gele kwikstaart. En nog één, en nog één. Op het laatst zijn het er vijf. Het staat mij vagelijk bij dat dit een bijzondere waarneming is, maar dat kan net zo goed onzin zijn. Wel ben ik erg tevreden met mezelf dat ik deze vogeltjes zonder pardon en haperen weet te benoemen. Al is dat ook weer niet zó moeilijk want als ik er zelf een naam voor zou moeten verzinnen zou het waarschijnlijk ook gele kwikstaart worden. Het is een vogel die zijn naam eer aan doet. Ze lijken een beetje bij de paarden rond te blijven darren. Vermoedelijk omdat daar lekker veel insecten op af komen, vertel ik mijn zoon iets voor de hand liggends.
Verderop buigen we ons gezamenlijk over wat sporen in het zand. Vragen ons en elkaar af wat hier gelopen zou kunnen hebben. We menen kussenpootjes met nageltjes te zien, te klein voor een vos, volgens ons. Niet de lange achterpootafdrukken van een konijn. Een wezel of een hermelijn misschien. Als die hier voorkomen tenminste, daar hebben we hier en nu geen idee van maar later blijkt op internet dat dat inderdaad tot de mogelijkheden behoort. Het tweede spoor is meer een soort bandenspoor. Ik houd het op een hazelworm, of een slangetje. Een flinke rups, zou ook nog kunnen, bedenk ik me nu ik dit schrijf.

P1040428

Halverwege Egmond nemen we een stukje strand, het is niet voor niets strandweer tenslotte. Erg veel mensen zien we nog niet, het is nog vroeg en we zitten ver van beide badplaatsen. Wat wandelaars. Twee vissers zitten hun tijd te beiden. Een rijtje joggers. Naarmate we Egmond naderen wordt het wat drukker met badgasten. Er worden kuilen gegraven, dammen opgeworpen en balletjes overgegooid.
Langs de duinrand staat een lange rij stacaravans als strandhuisjes opgesteld. Mooi is anders, vind ik persoonlijk, en ik stoor me graag aan het idee dat mensen zich op deze manier een stuk strand toe-eigenen, als een soort privégebied, waar het strand natuurlijk van iedereen is. Hoewel dit dan wel weer beter is dan de onder architectuur gebouwde patserige eenheidsworst waar de gemiddelde projektontwikkelaar het liefst heel de kust mee wil verpesten, als hij de kans krijgt.

P1040452

Het gebouw dat als eerste oprijst op een duintop, als voorbode van Egmond, doet wat denken aan het Zeehuis in Bergen aan zee. Ondanks de lelijke glazen aanbouw heeft het een zekere grandeur. Helaas zegt de lelijke glazen aanbouw meer over Egmond dan de rest van het gebouw want grandeur komen we verder niet tegen. Egmond is gewoon lelijk, sorry dat we het zeggen. Wat er eventueel nog aan authentiek vissersdorperigs zou kunnen staan is aan het oog onttrokken door stompzinnig lelijke appartementenflats met uitzicht op zee en andere toeristenmeuk. Op de boulevard staat vergeefs een treurige kermis opgesteld. De vuurtoren JCJ van Speijk staat van top tot teen in de steigers maar is zelfs zo nog verreweg het mooiste meisje van Egmond. Toeristen hebben daar geen boodschap aan, blijkt. Over de boulevard sjokken Duitse families en gezinnen goedgemutst richting het strand, bepakt en bezakt met parasols, klapstoelen, boodschappentassen met diversen en kratten en koelboxen vol etenswaren. Fraai is het allemaal niet, maar goed. De zomer lijkt begonnen.
Na Egmond mogen we gelukkig de duinen weer in, al is het tegen betaling. We horen heel de dag al, en ook hier weer, enorm veel vogelgeluiden. Alleen van de koekoek in de verte weten we zeker wat het is. Het gemauw van een buizerd gaat ook nog. Het lukt me een paar kleine vogeltjes min of meer scherp op de foto te krijgen zodat ik thuis kan uitvissen wat we gezien hebben. Dat blijkt dan ook wel weer lastiger dan ik dacht omdat je als vogelaar eigenlijk ook het geluid erbij moet kunnen onthouden. Alleen zo zijn tjiftjaf en fitis van elkaar te onderscheiden. En dan kan het ook nog een fluiter zijn. Een tweede vogeltje lijkt mij een nachtegaal toe, maar dat durf ik hier nauwelijks op te schrijven. Een derde lijkt zoveel op de roodborsttapuit dat ik dat wel met zekerheid durf te stellen.

P1040466

Waarom het nou zo leuk is om dat allemaal dan weer precies te willen weten, weet ik eigenlijk niet en dat is natuurlijk ook helemaal niet interessant. Als je iets leuk vindt moet je je vooral niet af gaan zitten vragen waarom. Vandaar dat we ook nog even een vogelkijkhut in sluipen. We kijken uit over een meertje met daarin alleen een meerkoet. Tja, die hebben we thuis ook. Sterker nog, in het slootje aan onze achtertuin zit een stel pal onder onze neuzen stoïcijns te broeden. We willen alweer rechtsomkeert maken als er plotseling toch nog iets anders langs zwemt. Het is klein, het duikt onder water maar ik zie wel dat het geen kuifeendje of koet is. Ik poch met mijn niet bestaande kennis tegen mijn zoon dat het wel eens een dodaars zou kunnen zijn. Ik weet zelf niet waar ik het vandaan haal, maar thuis blijkt het wel zo te zijn. Kleinste fuut van Europa, of de wereld zelfs. En uitermate schuw. Pakken we toch maar weer even mee.
Tegen Castricum aan lopen we langs een stuk nieuwe natuur. Dat wil zeggen, dat moet het misschien nog worden. Nu is het een tamelijk troosteloze zandvlakte waar alles wat groeit en bloeit met wortel en tak is uitgeroeid. Er staan alleen nog wat skeletten van bomen, die er misschien voor de insecten of het verrottingsproces zijn blijven staan. Of voor de apocalyptische sfeer. Er is geen informatie over wat de plannen zijn, welk nobel doel gediend wordt, en dat is jammer want na een dag wandelen door een schitterend natuurgebied ziet dit er toch tamelijk vijandig en destructief uit.

P1040537

Terwijl ik er wat kunstzinnige foto’s van maak, want zo ben ik dan ook wel weer, blijven twee dames in zeer onflatteuze korte broeken angstvallig buiten beeld staan wachten. Ze willen niet op social media, roepen ze ter verklaring. Ach ja, het gevaar loert overal. Daarna blijven ze wel nog vrij lang in ons uitzicht voor ons uit wandelen.
Op het zandpad verdiepen we ons in een vrij groot insect dat steeds een stukje voor ons uit lijkt te vliegen en gravende bewegingen maakt in het rulle zand. Het lijkt mij een soort wesp, en dat is het ook, lees ik later. Een langsteelgraafwesp. Jaja. En daarvan de duinaardrupsendoder, om precies te zijn. Waarop ik wel eens wilde weten hoe de duinaardrups er uit zou zien, maar zo zit het niet. Er bestaat geen duinaardrups. De duinaardrupsendoder doodt elke rups die hem voor de voeten komt, om hem in te graven als voedsel voor één van zijn larven. En naast de duinaardrupsendoder bestaan dan ook nog andere soorten rupsendoders. De kleine rupsendoder, bijvoorbeeld. Terwijl er dus ook een paddenstoel blijkt te zijn die rupsendoder heet. Ja, je leert best veel op een wandeling. Als je je ogen maar open houdt, en niet te veel haast hebt.
Dan lopen we het verkoelende bos in richting het station van Castricum. Het klinkt ondankbaar op zo’n vroege mooie dag, maar de zon is best warm. We zijn bovendien aangekomen bij het moment waarop we merken dat we licht verbrand zijn.
Het bos heeft die typische lichtgroene kleur van de lente. Berkjes die net zijn uitgelopen, abelen die licht lijken te geven met hun witbehaarde blaadjes, kastanjes al vol in het blad, eiken die nog moeten beginnen. Een en al belofte van leven en geluk.
De trein missen we op drie seconden, hooguit vier, maar dat laten we ons de dag niet bederven.

Bekijk eventueel het fotoalbum bij deze wandeling.

Advertenties

Reigers en aalscholvers

cropped-p1030977.jpg

Van Schoorldam naar Bergen aan zee, een etappe van De Lange Weg Naar Huis, gelopen op zondag 17 maart 2019

We zijn onderweg naar Den Haag, mijn jongste zoon en ik. In etappes wandelen we van onze woon- naar onze geboorteplaats. En weer terug. Een maand geleden uit Schagen vertrokken staan we hier, op de Westfriese dijk, vlak voor Schoorldam, waar we vorige week gebleven waren en waar we ons vandaag weer af hebben laten zetten, dus nog maar aan het begin van onze lange weg naar huis. Vol goede moed uiteraard, want we doen het voor de lol. Bovendien is het weer eens prachtig weer, de zon komt telkens opnieuw achter de haastig voortjagende wolken tevoorschijn.. we hebben ja niks te klagen, dus dat doen we dan ook niet.
Via de helwitte Schoorldammerbrug steken we het in tegenlicht blikkerend Noordhollands kanaal over, duiken met het fiets- en voetgangerstunneltje onder de N9 door, langs het Betoverde Bos van kunstenaarsduo BlokLugthart, met de zeven gitzwarte merels die refereren aan het wapen van Schoorl, en door de lommerrijke buitenwijken van Schoorl lopen we richting de kust, die we pas in Bergen aan zee echt zullen bereiken.

P1030955

In die lommerrijke buitenwijken treffen we ook een klein maar fijn stukje bos waarin wat naaldbomen staan die hun kroon als een enorm parapluscherm hoog over het pad uitspreiden. Als zwarte gaten in het takkenpatroon ligt daarop een aantal flinke reigernesten verspreid. Dat het reigernesten zijn weten we zeker wanneer we een reiger net zo nieuwsgierig naar beneden zien kijken wie er daar onder zijn huis staat te dralen als wij naar boven of we een teken van leven ontwaren. Het is een koddig gezicht, die toch echt verbaasde vogelblik boven die eigenwijze puntsnavel. Wat de reiger van ons denkt wordt duidelijk wanneer een ferme straal dunne vogelpoep vlak naast ons in de berm fluimt. Dat had heel anders af kunnen lopen.

P1030966

Het centrum van Schoorl kondigt zich aan met een kerk en daarnaast het piepkleine oude raadhuisje. Omdat ik hier ter gelegenheid van een eerdere wandeling al eens wat over had opgezocht, kan ik nu ook aan mijn zoon vertellen dat dit schattige raadhuisje van 1601 is. Dadsplaining zou je dit kunnen noemen, omdat die wijsheid ook met grote, gouden letters op de gevel staat genoteerd. Het raadhuisje, lepel ik de rest van mijn internetkennis op, bestaat uit slechts één ruimte, de raadszaal. Met, okay, nog een portaaltje. Niettemin is het in gebruik geweest tot 1901 voordat het door inmiddels ook allang weer verlaten nieuwbouw werd vervangen. Over duurzaam bouwen gesproken. In 1931 kwam het gebouwtje in handen van de Vereniging Hendrick de Keyser, die zich het behoud van architectonisch of historisch waardevolle gebouwen ten doel heeft gesteld. Aan het Schoorlse raadhuis hebben ze een hele kluif gehad omdat de gemeente destijds bij de overdracht de voorwaarde had gesteld dat het gebouwtje een paar meter naar achter zou worden verplaatst, zodat, toen al, de weg verbreed kon worden, ten behoeve van het oprukkend autoverkeer. Het raadhuisje is toen baksteen voor baksteen afgebroken en iets naar achteren weer opgebouwd.
In het perkje voor raadhuis en kerk wordt één van Schoorls grootheden, schilder en tekenaar Jan van Scorel (1495 – 1562), geëerd, met twee bronzen beelden. Voor het raadhuis staat de kunstenaar zelf, ten voeten uit; voor de kerk een ruimtelijke opvatting van één van zijn schilderijen, de Jeruzalemvaarders. Daarover schreef ik al in de rubriek Kunst Onderweg op het weblog van de wandeling langs het Groot Frieslandpad.

P1030977

Bij het bezoekerscentrum beklimmen we de trap naar wat het hoogste duin van Nederland genoemd wordt, we spreken graag in de overtreffendste trap in ons landje aan de Zuiderzee. Eenmaal boven is het uitzicht echter zeker weids te noemen. Aan onze voeten ligt de landkaart van de kop van Noordholland. We zien de karakteristieke twee kerktorens van Schagen, waar we vandaan komen, dichterbij de kerktorens van Warmenhuizen en Dirkshorn, de windmolens langs de N242 en aan de horizon de flatgebouwen van Hoorn. Achter ons laat de zee zich al zien, tussen de Schoorlse duinen.
Vanaf hier volgen we de roodwitte stickers en pijlen van het Nederlands Kustpad richting Bergen aan zee. Al snel passeren we onafzienbaar lange rijen hoog opgetaste boomstammen die langs de weg liggen te wachten op verder transport. Hier wordt aan de natuur gewerkt. Natuurbeheer. Er is de laatste tijd veel over te doen.

P1030984

Natuurbeheerders claimen meer variatie in het landschap te willen aanbrengen door stukken bos te kappen: stuifduinen, verschraalde gebieden, heide, een hoger grondwaterpeil, waardoor ook verdwenen plant- en diersoorten hun herintrede zouden kunnen doen. Boze tongen beweren dat al dat gekapte bos de organisaties goed geld oplevert als biomassa voor het opwekken van groene energie, die daarmee uiteraard opeens een stuk minder groen wordt. En hoe lang kun je daarmee doorgaan voordat de bomen op zijn? Wij weten niet zo goed wie we moeten geloven. Maar een rotgezicht is het wel, zo’n muur van gerooide bomen. Verderop komen we inderdaad wat drassige stukken tegen, maar weten dan weer niet of dit nu al het resultaat kan zijn van al dat natuurbeheer. Verder vinden we het gebied waar we doorheen wandelen eigenlijk al behoorlijk afwisselend. We lopen door stoïcijnse naaldbossen waar de stammen kaarsrecht in het gelid staan en maar weinig verdere begroeiing onder zich gedogen, door zilverwit oplichtende, ijle berkenbosjes, door krullerige heksenbosjes waarvan de stammen en takken zich kermend en in grote radeloosheid ten hemel lijken te kronkelen. We doorkruisen heidevelden en passeren vennetjes en poeltjes, we stijgen en dalen en glooien tevreden met de zandpaden en klinkerweggetjes mee. Van ons zou het ook wel zo mogen blijven, mocht iemand het willen weten.

P1040057

Bij een klein meertje, gedeeltelijk omzoomd door grillige, zwart afgekloven skeletten van bomen treffen we twee aalscholvers die op een boomstronk vlak boven het water zitten te zitten. Het geheel biedt een licht prehistorische aanblik. Dat heb je met aalscholvers, daar is niet veel meer aan het basisontwerp gerommeld, sinds de schepping. Deze twee zitten niet in de karakteristieke houding met de vleugels wijd te drogen. Blijkbaar zijn ze al droog, en wachten ze tot het tijd wordt voor een nieuwe duik. Ze lijken niet erg onder de indruk van onze aanwezigheid en zelfs wanneer we steeds iets dichterbij sluipen, blijven ze onverveerd op hun boomstammetje zitten, al houden ze ons duidelijk zichtbaar wel scherp in de gaten. Ze zullen niet veel zin hebben om net opgedroogd als ze zijn meteen weer te water te moeten en stellen dat paniekmoment zo lang mogelijk uit. Het stelt ons in de gelegenheid de vogels een tijdje rustig van dichtbij te bekijken, wat wij als bijzonder ervaren. We zien dat ze veel mooier zijn dan je van een afstandje zou zeggen. Niet egaal dominee-zwart maar met een schitterend, subtiel schubbenpatroon op de vleugels, wufte witte pluimpjes die daaronder uit piepen en een staart als een gesteven plooirokje tot net iets boven de knie. Een fikse punk-hanekam op het hoofd. Ons oordeel over de aalscholver is bij dezen bijgesteld.
Als eerste teken dat we Bergen naderen zien we het torentje van Huize Glory boven de bomen uitsteken. Lang geleden beklommen we dat enigszins in verval zijnde torentje, langs wenteltrappen en trappenhuizen, om boven op de glazen omgang met meegebrachte verrekijkers de omgeving af te speuren. We weten het allebei nog. Langs het Zeehuis tenslotte lopen we Bergen aan zee binnen. Het laatste stukje doen we over het strand, om de zee even gedag te zeggen. Het waait stevig, het zand stuift op, we worden verwelkomd en uitgezwaaid door een woeste branding.

Bekijk eventueel ook het fotoalbum bij deze wandeling.

Nog één keer terug naar de kust

cropped-p1020428.jpg

Eerste etappe van het Groot Frieslandpad, van Bergen aan zee naar Schoorl, gelopen op donderdag 3 januari 2019

Na een noodgedwongen pauze van een jaar in onze wandelpraktijk voelde Bergen aan zee als een logisch en vertrouwd vertrekpunt voor een nieuwe grote tocht, die langs het Groot Frieslandpad. Nog eenmaal een etappe langs de kust, na eerder zo lang het Nederlands Kustpad te hebben gelopen. Nog eenmaal door de duinen en langs het strand, de zeewind in de haren en de neus, om de draad weer op te pakken. Nog één keer terug naar de kust. Een overgangsetappe, als het ware. Afscheid van het oude en opmaat tot het nieuwe.

p1020370

Het is een onverwacht mooie dag vandaag, met volop zon tussen een handvol te verwaarlozen felle buitjes door, en een meestentijds toch blauwe hemel, we konden het beslist slechter treffen. We zitten nog pal op de feestdagen, het jaar is nog vers, het is nog kerstvakantie.. kortom, we zijn niet de enigen die eropuit trekken. De strandtent, waar we ons nieuwe avontuur aanbreken met koffie zonder appeltaart, loopt langzaam maar zeker vol. Gezinnen met kinderen in het Duits, oudere stellen in deftige jassen met shawls en licht verwaaide kapsels, mensen met bodywarmers en trouwe viervoeters en kunstzinnige types met hoeden, we zitten niet voor niets vlakbij Bergen tenslotte, het zelfbenoemd kunstenaarsdorp.
Groot is het niet, Bergen aan zee, en we krijgen er ook niet veel van te zien, wat misschien ook weer niet zó erg is, afgaand op wat we er wel van zien. We omzeilen een heel stuk langs het strand en worden dan via de achteruitgang het duingebied in geleid.

p1020347

Vlak daarvoor, aan het eind van de boulevard, passeren we wel nog een rijtje wat oudere gebouwen, dat, hoewel statig en met de nodige allure, de opzichtige poenerigheid van wat er verder zoal aan deze goudkust staat mist, en dat een stukje van de nog jonge geschiedenis van het dorp vertegenwoordigt. Het Zeehuis, met aanliggende gebouwen, dat in 1908, in het toen nog nagelnieuwe Bergen aan zee werd gebouwd. In opdracht en op kosten van het Amsterdams Burgerweeshuis. En dat tot vlak voor de zestiger jaren van de vorige eeuw als kinderkolonie heeft gediend, waar Amsterdamse bleekneusjes, onder het regime van rust, reinheid en regelmaat, een aantal weken konden genieten van strand, bos en duinen, zon, zee en frisse buitenlucht. In één van de gebouwen ter linkerzijde schijnt later Adriaan van Dis nog te zijn geboren en turbulente jeugdjaren te hebben doorgebracht, altijd leuk om te weten dat soort dingen; het Zeehuis zelf is nu een natuurvriendenhuis van Nivon, waar we even binnenlopen om een kaartje voor het duingebied te kopen, zoals het de goed opgevoede wandelaar betaamt; en de gebouwen ter rechterzijde vertonen alle kenmerken van inmiddels in officiëlere status omgezette bewoning door krakers. Van hoog boven ons worden wij tenslotte nog gadegeslagen door Huize Glory, waarvan we alleen het overal bovenuit stekend torentje zien, dat de hele wandeling zichtbaar zal blijven aan de horizon.

p1020404

Tot aan Schoorl zullen we geen bebouwing meer tegenkomen. We wandelen door een afwisselend duinlandschap, klimmend en dalend over zanderige paden en paadjes, door luchtige eikenbosjes waarvan de boompjes al net zo onbezorgd vrolijk kronkelen als de paden zelf. Maar ook door compacte, bijna donkere naaldbossen, met kaarsrechte stammen in streng geometrisch gelid, die doen denken aan het onheilspellend bos uit De Noorderlingen, van Alex van Warmerdam. Waar je elk moment een postbode verwacht, die bij een vijver heimelijk brieven zit open te stomen, boven een fluitketeltje op het vuur. Of een bijziende jager op een herenfiets, met een geweer op de rug.
We wandelen over open vlaktes, waar wind en zand vrij spel hebben, en over heidevelden waarvan je het jammer vindt dat je te laat bent voor de bloeiperiode. Hoewel de natuur zich blijkbaar niet zo heel strikt meer aan al die opgelegde tijdschema’s houdt want we passeren ook een in volle, felgele bloei staande bremstruik, zodat we ons heel even in een nog wat fris voorjaar kunnen wanen. Verder zijn de kleuren winters. Maar als je goed kijkt zijn ze verre van somber. We zien het helle, bijna oplichtende groen van het mos dat opkruipt tegen wortels en stammen en dode stronken bedekt. Grote vlakken IJslands mos, met de kleur van koperpatina. Het roodbruin tapijt van dennennaalden dat over dalen en duinen glooit en dat, wanneer de zon er opstaat, opwarmt tot bijna vuurrood. En zelfs het zwart van de uitgebloeide en schijnbaar dode heide bestaat uit subtiele schakeringen van donkerbruin en paars.
Op het strand, dat we ook nog even aandoen, zien we een grote groep strandlopertjes schattig op één poot aan de rand van de branding staan, de snavels op de rug tussen de veren gestoken, wat drentelende scholeksters eromheen, met hun knalrode zwaarden recht vooruit. En meeuwen, natuurlijk meeuwen. In de duinen hangen geheel in het zwart gehuld als boze pubers wat grote grazers lusteloos in het rond.

p1020407

Niet ver van het strand van Schoorl zien we wat wind met het landschap kan doen. De bomen die hier groeien hebben zich goedschiks of kwaadschiks naar haar grillen geschikt: wat hoog is staat zwaar uit het lood geblazen en wat laag is gebleven zoekt het vooral in de breedte, en probeert niet boven het duin uit te steken waarachter het zich angstvallig verschuilt. Het biedt een bijzondere aanblik van weerbarstige meegaandheid.
We zien armzalige restjes bomen en gehavende staketsels eenzaam bij elkaar staan in een verder kale vlakte en vermoeden het gevolg van de grote bosbranden die hier zo’n tien jaar geleden hebben gewoed. Er is zelfs een roetroute uitgezet. We zien ook inderdaad stammen die een zwarte rok dragen, waar het vuur zichtbaar aan gelikt lijkt te hebben maar die de dans verder zijn ontsprongen. Tijdelijk. Want de naaldboom, die hier ruim honderd jaar geleden werd aangeplant om de dorpen erachter te beschermen tegen wegstuivende duinen en sindsdien in toenemende mate in alomtegenwoordigheid de boventoon heeft gevoerd, moet de laatste tijd en de komende jaren ruim baan maken voor nieuwe visies op deze natuur. Staatsbosbeheer, de eigenaar van het gebied, wil een meer afwisselend duingebied creëren, waar ook weer ruimte is voor stuivend zand, open vlaktes en zelfs de zee, zo af en toe. Voor heidevelden en loofbomen, nattere en drogere gebieden, een gezonder grondwaterpeil. Om zo ook uit beeld verdwenen planten- en diersoorten terug te brengen. We overtuigen onszelf ervan dat het ook in dit geval niet goed zal zijn alles altijd maar bij het oude te  houden, dat alles tenslotte altijd in beweging is. Het levert soms de treurig stemmende aanblik van hoge stapels in stukken gezaagde boomstammen op, en tijdelijk kaalgeslagen stukken duin, maar dat moeten we er dan misschien maar voor over hebben.

Bekijk eventueel ook het fotoalbum bij deze wandeling.
Lees uitgebreider over de wandeling langs het Groot Frieslandpad op het weblog samenuitenthuis.

Van een weerbarstige, onaangeharkte schoonheid

Een etappe van het Hollands Kustpad, van Bergen aan Zee naar Petten, via Camperduin, gelopen op dinsdag 9 september 2014

Een saaie wandeling, wordt ons in het vooruitzicht gesteld, aan de koffietafel in Bergen. Heel saai. En het is een inwoner van het deftige dorp zelf, die de route van vandaag eens hoofdschuddend bekijkt, in ons boekje, dus hij kan het weten. Het gaat alleen maar door het bos, stelt hij vast, en wijst ons hoe het óók zou kunnen. Hoe het beter zou zijn, volgens hem. Hoewel we geen redenen hebben zijn gelijk te betwijfelen natuurlijk, besluiten we toch, in eensgezinde eigenwijsheid, de route te lopen zoals die nou eenmaal staat aangeduid. Tja. En spijt hoeven we daar niet van te krijgen want saai wil het vandaag zeker niet worden. Dat kan trouwens ook helemaal niet, een saaie wandeling. Dan moet het wel heel vreemd lopen, wil een wandeling saai worden.
Alleen al de bonte verzameling paddestoelen die we onderweg tegenkomen, maakt het een bijzondere tocht. We zien ze in grote hoeveelheden, de zwammen en de boleten,  in alle soorten en maten en kleuren van de regenboog. Van lichtgrijs, een zweempje groen, zachtgeel en een zeer subtiel lila, tot knalrood, voetbal-oranje en pimpelpaars. Plus natuurlijk nog alle beschikbare schakeringen beige, omber en oker en bruin, tot en met zwart aan toe. Lyrisch over zoveel mysterieuze schoonheid knielen we telkens weer eerbiedig neer, in de berm, om er zoveel mogelijk van op de foto te krijgen, om elkaar heen manoeuvrerend proberend elkaars camera buiten beeld te houden. Tot we moeten inzien dat het een onmogelijke opgave is. Dat, als we in dit tempo doorgaan, we niet heel ver zullen komen vandaag, en zeker niet in Petten, waar de auto staat.


Bergen aan Zee laten we volgens het boekje een beetje links liggen en we duiken bij het Zeehuis rechtsaf de duinen in. Door het bos inderdaad. Maar al snel ook langs stukken heide, in bloei nog hier en daar, en schitterend paars afstekend tegen de sombere lucht. Hetzelfde doet het pijpestrootje, maar dan in het geel uiteraard. We lopen over golvend terrein, in karresporen van zand, slingerend langs watertjes en duinvalleitjes, heksenbosjes van kronkelend eikenhout. En al is het loof nog groen, het heeft onmiskenbaar ook al een vleugje herfst te verbergen. Grijsgroene cirkels IJslands mos doen ons zelfs al aan de kerst vooruitdenken, zij het tegen wil en dank. Het mos zelf heeft daar nog geen last van, in volle glorie puilt het onaangedaan de bosrand uit. Naaldbossen. Kaarsrechte stammen, zilvergrijs, strak in het gelid op een glooiend tapijt van gouden naalden met een speels dessin van zwarte dennenappels in een onregelmatig patroon.

HK bergen petten 125

Richting Schoorl stuiten we op spiritueel centrum Heel en Al. Een geestig bedoelde naam, zo lijkt het, waarschijnlijk ten onrechte. Het is een wat ongezellig aandoende verzameling lage, witgeverfde bakstenen gebouwtjes, met de rug naar de wereld, als een schildpad weggedoken in een duinpan, in zichzelf gekeerd, de hekken op slot. Op ons maakt het eerder een benauwde dan een spirituele indruk. Maar goed, wij hebben er geen verstand van.
Verderop beklimmen we wat volgens een trots bordje het hoogste duin van Nederland is. Vijfenvijftig-en-een-halve meter. Nou ja, hooggebergte is het niet natuurlijk, een vlag hoeven we niet te planten, maar eerlijk is eerlijk, het uitzicht mag er wezen. Links zien we de zee naar ons knipogen, heel in de verte, rechts glooit een zwart naaldbos om haar eigen open plekken heen in een vergezicht dat in de Eiffel zeker ook niet zou misstaan. Maar, hier ligt Schoorl aan de voet verscholen.

HK bergen petten 153

Richting Groet ontmoeten we de Roetroute. Hier woedde in 2009 een grote brand, waarvan wordt aangenomen dat die werd aangestoken, al weet nog altijd niemand door wie. Laat staan waarom. Pas na dagen blussen was het vuur gedoofd, in de tussentijd werden honderden mensen geëvacueerd en uiteindelijk ging zo’n 150 hectare bos, duin en heide verloren. De Roetroute loopt om en door dit aangetaste gebied, om te laten zien uiteraard wat een brand kan aanrichten. En ons tot voorzichtigheid te manen. Kent u ze nog, de drie O’s? Vijf jaar later is het nu, en nog altijd biedt het terrein een mistroostige aanblik. Kale, geblakerde stammen, staketsels van bomen steken doods en naargeestig af tegen de lucht. Je lijkt de natte as nog te ruiken. Toch hééft het ook iets, vinden wij. Het zal wel oneerbiedig zijn, dus we vinden het stilletjes, maar het is ook móói, op één of andere manier. De romantiek van de verwoesting. De schoonheid van de dood. Zoiets. Een illustratie bovendien van de kracht van de natuur, want tussen al die romantische verwoesting steekt, onstuitbaar, nieuw leven de kop op. Allerlei grassen en struikjes en berkjes, bijvoorbeeld, en ander loof. Al zal het meeste daarvan misschien wel aangeplant zijn. Staatsbosbeheer, zo blijkt, is nou ook weer niet zó verdrietig over het verlies van al die naaldbomen. Gek genoeg blijkt de brand precies te passen in het streven naar meer diversiteit in het gebied, meer loofboom, en meer stuifduin. Als het geen cliché was, zou je kunnen zeggen: een geluk bij een ongeluk.

kustopkracht 007

Groet heeft een sympathiek, wit kerkje dat hoog op een terp temidden van een dorpspleintje schattig staat te wezen. Het torentje zagen we al ver van tevoren boven de bosrand uitsteken, met veel verder op de achtergrond de molen in de Harger en Pettemerpolder. Want na Groet is alles plat. Bij Groet houden de hoogste duinen van Nederland op, om pas na Petten een stuk lager weer te beginnen. Daartussenin ligt de Hondsbossche Zeewering, een monument van de eeuwige Hollandse strijd tegen het water, wie heeft hem niet gehad, met aardrijkskunde, op school? Of anders wel in een dictee. Mooi van lelijkheid. Een kilometerslange streep van fantasieloos asfalt en pokdalig beton. Als je er in het midden overheen klimt, verdwijnt hij links en rechts in zijn eigen verdwijnpunten. Van horizon tot horizon ben je dan afgesloten van al het andere, je bent er alleen met de zee. Tenminste, zo was het voorheen. De strijd tegen het water is hier inmiddels een nieuwe fase ingegaan. De 140 jaar oude dijk is als zwakke schakel in de kustverdediging aangemerkt en krijgt versterking van miljoenen kubieke meter zand. Over de hele lengte wordt een heel nieuw stuk Nederland gemaakt, door de Nederlanders, zoals de mythe voorschrijft. 250 meter de zee in. Het is een indrukwekkend schouwspel, dat wel. Pronte boten varen af en aan met zand, dat ergens ver uit zicht van de zeebodem wordt opgezogen. Roestige pijpleidingen doorsnijden het nieuwe land en braken onafgebroken gore stromen zand uit in de zee, tot het ook land is. Ronkend en brullend werpen shovels en graafmachines er links en rechts enorme bergen van op. De dijk ligt er beteuterd bij. Onderaan het nieuwe duin sijpelt het laatste restje zee eruit, in een hulpeloos stroompje terug naar huis.

HK bergen petten 207

Langs de Hargervaart steken we de Harger en Pettemerpolder over, richting Petten. Een soort vrijstaatje, lijkt het te zijn, waar eigen regels en wetten gelden. Langs de kant liggen boten in zeer verschillende staten van onderhoud, aangevuld soms met zelfverzonnen bouwsels en buitenissige constructies met wastafels, badkamerspiegels en douchekoppen waarvan het toch nauwelijks te geloven is dat die inderdaad als sanitaire voorziening bedoeld zijn, zo in de open lucht. Het past echter naadloos in het beeld dat we verder van deze polder krijgen: een tikkeltje onaangepast. Ongeschaafd en eigenwijs. Van een weerbarstige, hoekige en onaangeharkte schoonheid. Die er straks, naarmate het kustprojekt vordert en het gebied, zo lezen wij op internet, “economische en toeristische impulsen” moet krijgen, waarschijnlijk toch aan zal moeten geloven. De eerste keurig nette beschoeiingen worden tenminste de grond al ingeramd.

Boleten, plaatjeszwammen en de Duinen van Six

Een etappe van het Hollands Kustpad, van Castricum naar Bergen aan Zee, gelopen op zondag 24 augustus 2014

De Schotse kust, die is mooi. Heel mooi. Adembenemend. De kust van Bretagne ook trouwens, heel mooi. Ruig, ongerept, en lieflijk tegelijk. Schoorvoetend bijna komen we allebei terug van vakantie, terug aan de Hollandse kust. Zullen we het nog wel weten te waarderen, het Hollands Kustpad, na al dat toch min of meer exotische en romantisch ongepolijste natuurspektakel? Al die imposante rotspartijen, kliffen en baaien. Die brede, droogvallende stranden. De geheimzinnige eilanden verderop in zee. Vinden we het niet saai straks, van Castricum naar Bergen aan Zee? Nee natuurlijk. Wat een flauwekul. De kust is de kust is de kust uiteraard, en die is nou eenmaal overal anders. Maar waar het ook is, overal heeft zij haar eigen charme, zeker ook tussen Castricum en Bergen. Het is goed weer thuis te zijn.
Vanaf het station nemen we de kortste weg naar Johanna’s Hof, bij Bakkum, voor een bakkie. Meer mensen zijn op dat idee gekomen trouwens, het bos wemelt van de drentelende dagjesmensen met kinderwagens, heen en weer hobbelende en rennende peuters en kleuters met stokken en loopfietsjes en allerlei wilde plannen. En geef ze eens ongelijk, want voor het eerst in lange tijd is het vandaag weer eens een zonnige zondag. Hop, op naar het bos. Zo deden wij dat vroeger ook, toen we zelf nog in de kleine kinderen zaten. Heerlijk.
Ook Johanna’s terras is afgeladen. De appeltaart zal wel beroemd zijn want daar wordt aan bijna alle tafeltjes flink van gegeten, met of zonder slagroom. Het gonst daardoor bovendien van de wespen, die er ook wel pap van lusten, maar daar was op gerekend: ieder tafeltje is voorzien van zo’n kleurige elektrische vliegenmepper, en menig huisvader zit daar met een verwilderde blik in de ogen ongecoördineerd en kansloos mee om zich heen te slaan, om vrouw en kinderen tegen de opdringerige natuur te beschermen. Het is een grappig gezicht, eerlijk gezegd. Wij lachen in ons vuistje, net als de wespen waarschijnlijk. Maar appeltaart nemen we niet. We waren toch al aan de lijn.

hk castricum bergen az 039

Nu we er zo veel van zien staan, langs berm en beemd, dringt de vraag zich op: zijn het nou paddestoelen of toch paddenstoelen? Een eenduidig antwoord blijkt er niet te zijn, het is zo’n woord waar de regelen der Nederlandsche Taal geen vat op hebben, en dat past eigenlijk wel bij deze mysterieuze groeisels. Waarvan het bijvoorbeeld ook vreemd is dat we geneigd zijn er vandaag een voorbode van de onvermijdelijke herfst in te zien, nu ze met zovelen de berm uit puilen. Terwijl dat dus een hardnekkig misverstand schijnt te zijn, ook in het voorjaar en de zomer kun je ze volop vinden. En verdorie, het ís ook pas augustus, nog een volle maand te gaan.
Niet alleen de juiste spelling stelt ons voor problemen, ook van soortnamen, eetbaarheid of andere wetenswaardigheden hebben we weer eens geen idee. Van een paar opvallend grote exemplaren leren we later op facebook, van een deskundige, dat het de reuzenparasolzwam is, maar als we hem uitgebreid fotograferen, weten we dat nog niet. Dus wanneer een passerende dame, in de optimistische veronderstelling waarschijnlijk dat wij er als wandelaars wel verstand van zullen hebben, bij ons informeert wat voor paddestoel dit nou is, weten wij niets beters naar voren te brengen dan het wat lollige: een grote. De oudere heer, die de dame vergezelt, wordt knorrig van zo’n dom, onwetend antwoord en moppert van boleet en plaatjeszwam en dat je dat aan de onderkant kunt zien. Aan de plaatjes. Maar, foetert hij nog even door, als de duitse leraar van Wim de Bie, zelfs dán zijn er nog hónderden soorten boleten en plaatjeszwammen. Al mopperend en gesticulerend verwijdert hij zich buiten gehoorsafstand, de dame wat aarzelend in zijn kielzog. Wij concluderen dat de knorrige meneer dus ook geen idee heeft, net als wij, maar dat hij wel tot de diepste kennis is gekomen die je kunt bereiken, namelijk dat je vooral heel veel níet weet.

hk castricum bergen az 170

Wat ze in Schotland en Bretagne trouwens dan weer niet hebben, zijn Hollandse luchten. Zodra we even voorbij Castricum het bos uitlopen en het open duingebied betreden, worden we er de rest van de dag volop op getrakteerd. Soms strakblauw met hier en daar een plukje elkaar verdringende witte wolkjes, een handvol witte strepen van het vliegverkeer, soms opeens ook donkergrijs met alleen nog ruimte voor een klein streepje zon, dat verderop een detail van het landschap raadselachtig aanlicht. Het landschap dat in een schijnbaar eenkleurig grijsgroen richting Egmond en Bergen heuvelt en glooit, maar bij nadere beschouwing uit een rijke schakering aan tinten blijkt te bestaan. Alle kleuren groen en grijs, roestbruin en zwart, gele en paarse accenten van bloemen en bloeiende heide, het knalrood van de bessen in de afgeladen meidoorns en het feloranje van de al even volle duindoorn. Van de laatste proeven we een paar bessen, gewoon omdat dat kan, weten wij ook eens wat. Ze zijn misschien lastig te plukken, van tussen de venijnige stekels, en je knijpt ze eigenlijk te makkelijk kapot, maar lekker zijn ze ook. Bitterzuur, vreselijk zuur, maar lekker. En hartstikke gezond. Hollands superfood. Daar hoef je echt geen peperdure gedroogde Inca Berries of goji-bessen voor uit de moderne-fratsen-winkel te halen.

hk castricum bergen az 158

Van Egmond aan Zee vragen we ons in gemoede af waarom er in vredesnaam überhaupt toeristen op af komen. Wij zien niets dan geparkeerde auto’s en uitgebluste, anonieme betonnen stoeptegel treurnis waar alle vreugdeloze pogingen er iets van te maken duidelijk zichtbaar mislukt zijn en waarmee het waarschijnlijk wel nooit meer goed zal komen ook. Alleen de vuurtoren kan ons bekoren. Maar goed, een vuurtoren, daar kan niet veel mee fout gaan. Pas als we Egmond weer uitlopen, terug de duinen in, zien we wat weleens veel meer het echte Egmond zou kunnen zijn. Hier treffen we een charmant anarchistisch biotoop  van mini-vrijstaatjes die zich her en der in bestaande valleitjes en duinpannetjes hebben ingegraven, kriskras bescherming zoekend tegen weer en wind. Een slordige lappendeken van scharrige volkstuintjes, met ludieke namen als Luilekkerlandje, Papagaaientuin en Vitamine Zee. Wrakke, zelfverzonnen huisjes, wankel opgetrokken uit overgeschoten stukken golfplaat, plaathout en restanten schuttingdelen of anderszins, en kozijnen die zijn blijven liggen na de verbouwing thuis. Er wil ook niet erg veel groeien op de zilte zandgrond blijkbaar, veel tuintjes zien eruit of de bezitters het hebben opgegeven voor dit jaar. Het ligt braak of er staat hooguit nog wat zieltogend groen op te verpieteren. Boerenkool, prei, aardappels. Hier en daar een eenzame zonnebloem. Tegen de achtergrond van de kasteelachtige villa die vanaf de boulevard van Egmond hooghartig toezicht houdt, heeft het tafereel iets middeleeuws. Heel, héél in de verte blijkt dat ook te kloppen. Tot voor kort was dit duingebied privé-eigendom van een adellijke familie die het als jachtgebied gebruikte, de familie Six van Wimmenum. In 1948 besloot de toenmalige jonkheer de leegrakende familie-schatkist aan te vullen door in zijn duingebied landjes te verhuren aan het gemene volk, om er aardappels op te verbouwen. Sindsdien spreekt men hier van de Duinen van Six, hoewel het gebied, sinds de provincie het overnam van jonkheer Six, officieel de Wimmenummerduinen heet. Maar probeer dat maar eens in één keer goed uit te spreken.
Richting Bergen aan Zee worden we geacht een toegangskaart aan te schaffen, maar met de Egmondse anarchie nog in het achterhoofd besluiten we vandaag dat de natuur van iedereen is.