Van een weerbarstige, onaangeharkte schoonheid

Een etappe van het Hollands Kustpad, van Bergen aan Zee naar Petten, via Camperduin, gelopen op dinsdag 9 september 2014

Een saaie wandeling, wordt ons in het vooruitzicht gesteld, aan de koffietafel in Bergen. Heel saai. En het is een inwoner van het deftige dorp zelf, die de route van vandaag eens hoofdschuddend bekijkt, in ons boekje, dus hij kan het weten. Het gaat alleen maar door het bos, stelt hij vast, en wijst ons hoe het óók zou kunnen. Hoe het beter zou zijn, volgens hem. Hoewel we geen redenen hebben zijn gelijk te betwijfelen natuurlijk, besluiten we toch, in eensgezinde eigenwijsheid, de route te lopen zoals die nou eenmaal staat aangeduid. Tja. En spijt hoeven we daar niet van te krijgen want saai wil het vandaag zeker niet worden. Dat kan trouwens ook helemaal niet, een saaie wandeling. Dan moet het wel heel vreemd lopen, wil een wandeling saai worden.
Alleen al de bonte verzameling paddestoelen die we onderweg tegenkomen, maakt het een bijzondere tocht. We zien ze in grote hoeveelheden, de zwammen en de boleten,  in alle soorten en maten en kleuren van de regenboog. Van lichtgrijs, een zweempje groen, zachtgeel en een zeer subtiel lila, tot knalrood, voetbal-oranje en pimpelpaars. Plus natuurlijk nog alle beschikbare schakeringen beige, omber en oker en bruin, tot en met zwart aan toe. Lyrisch over zoveel mysterieuze schoonheid knielen we telkens weer eerbiedig neer, in de berm, om er zoveel mogelijk van op de foto te krijgen, om elkaar heen manoeuvrerend proberend elkaars camera buiten beeld te houden. Tot we moeten inzien dat het een onmogelijke opgave is. Dat, als we in dit tempo doorgaan, we niet heel ver zullen komen vandaag, en zeker niet in Petten, waar de auto staat.


Bergen aan Zee laten we volgens het boekje een beetje links liggen en we duiken bij het Zeehuis rechtsaf de duinen in. Door het bos inderdaad. Maar al snel ook langs stukken heide, in bloei nog hier en daar, en schitterend paars afstekend tegen de sombere lucht. Hetzelfde doet het pijpestrootje, maar dan in het geel uiteraard. We lopen over golvend terrein, in karresporen van zand, slingerend langs watertjes en duinvalleitjes, heksenbosjes van kronkelend eikenhout. En al is het loof nog groen, het heeft onmiskenbaar ook al een vleugje herfst te verbergen. Grijsgroene cirkels IJslands mos doen ons zelfs al aan de kerst vooruitdenken, zij het tegen wil en dank. Het mos zelf heeft daar nog geen last van, in volle glorie puilt het onaangedaan de bosrand uit. Naaldbossen. Kaarsrechte stammen, zilvergrijs, strak in het gelid op een glooiend tapijt van gouden naalden met een speels dessin van zwarte dennenappels in een onregelmatig patroon.

HK bergen petten 125

Richting Schoorl stuiten we op spiritueel centrum Heel en Al. Een geestig bedoelde naam, zo lijkt het, waarschijnlijk ten onrechte. Het is een wat ongezellig aandoende verzameling lage, witgeverfde bakstenen gebouwtjes, met de rug naar de wereld, als een schildpad weggedoken in een duinpan, in zichzelf gekeerd, de hekken op slot. Op ons maakt het eerder een benauwde dan een spirituele indruk. Maar goed, wij hebben er geen verstand van.
Verderop beklimmen we wat volgens een trots bordje het hoogste duin van Nederland is. Vijfenvijftig-en-een-halve meter. Nou ja, hooggebergte is het niet natuurlijk, een vlag hoeven we niet te planten, maar eerlijk is eerlijk, het uitzicht mag er wezen. Links zien we de zee naar ons knipogen, heel in de verte, rechts glooit een zwart naaldbos om haar eigen open plekken heen in een vergezicht dat in de Eiffel zeker ook niet zou misstaan. Maar, hier ligt Schoorl aan de voet verscholen.

HK bergen petten 153

Richting Groet ontmoeten we de Roetroute. Hier woedde in 2009 een grote brand, waarvan wordt aangenomen dat die werd aangestoken, al weet nog altijd niemand door wie. Laat staan waarom. Pas na dagen blussen was het vuur gedoofd, in de tussentijd werden honderden mensen geëvacueerd en uiteindelijk ging zo’n 150 hectare bos, duin en heide verloren. De Roetroute loopt om en door dit aangetaste gebied, om te laten zien uiteraard wat een brand kan aanrichten. En ons tot voorzichtigheid te manen. Kent u ze nog, de drie O’s? Vijf jaar later is het nu, en nog altijd biedt het terrein een mistroostige aanblik. Kale, geblakerde stammen, staketsels van bomen steken doods en naargeestig af tegen de lucht. Je lijkt de natte as nog te ruiken. Toch hééft het ook iets, vinden wij. Het zal wel oneerbiedig zijn, dus we vinden het stilletjes, maar het is ook móói, op één of andere manier. De romantiek van de verwoesting. De schoonheid van de dood. Zoiets. Een illustratie bovendien van de kracht van de natuur, want tussen al die romantische verwoesting steekt, onstuitbaar, nieuw leven de kop op. Allerlei grassen en struikjes en berkjes, bijvoorbeeld, en ander loof. Al zal het meeste daarvan misschien wel aangeplant zijn. Staatsbosbeheer, zo blijkt, is nou ook weer niet zó verdrietig over het verlies van al die naaldbomen. Gek genoeg blijkt de brand precies te passen in het streven naar meer diversiteit in het gebied, meer loofboom, en meer stuifduin. Als het geen cliché was, zou je kunnen zeggen: een geluk bij een ongeluk.

kustopkracht 007

Groet heeft een sympathiek, wit kerkje dat hoog op een terp temidden van een dorpspleintje schattig staat te wezen. Het torentje zagen we al ver van tevoren boven de bosrand uitsteken, met veel verder op de achtergrond de molen in de Harger en Pettemerpolder. Want na Groet is alles plat. Bij Groet houden de hoogste duinen van Nederland op, om pas na Petten een stuk lager weer te beginnen. Daartussenin ligt de Hondsbossche Zeewering, een monument van de eeuwige Hollandse strijd tegen het water, wie heeft hem niet gehad, met aardrijkskunde, op school? Of anders wel in een dictee. Mooi van lelijkheid. Een kilometerslange streep van fantasieloos asfalt en pokdalig beton. Als je er in het midden overheen klimt, verdwijnt hij links en rechts in zijn eigen verdwijnpunten. Van horizon tot horizon ben je dan afgesloten van al het andere, je bent er alleen met de zee. Tenminste, zo was het voorheen. De strijd tegen het water is hier inmiddels een nieuwe fase ingegaan. De 140 jaar oude dijk is als zwakke schakel in de kustverdediging aangemerkt en krijgt versterking van miljoenen kubieke meter zand. Over de hele lengte wordt een heel nieuw stuk Nederland gemaakt, door de Nederlanders, zoals de mythe voorschrijft. 250 meter de zee in. Het is een indrukwekkend schouwspel, dat wel. Pronte boten varen af en aan met zand, dat ergens ver uit zicht van de zeebodem wordt opgezogen. Roestige pijpleidingen doorsnijden het nieuwe land en braken onafgebroken gore stromen zand uit in de zee, tot het ook land is. Ronkend en brullend werpen shovels en graafmachines er links en rechts enorme bergen van op. De dijk ligt er beteuterd bij. Onderaan het nieuwe duin sijpelt het laatste restje zee eruit, in een hulpeloos stroompje terug naar huis.

HK bergen petten 207

Langs de Hargervaart steken we de Harger en Pettemerpolder over, richting Petten. Een soort vrijstaatje, lijkt het te zijn, waar eigen regels en wetten gelden. Langs de kant liggen boten in zeer verschillende staten van onderhoud, aangevuld soms met zelfverzonnen bouwsels en buitenissige constructies met wastafels, badkamerspiegels en douchekoppen waarvan het toch nauwelijks te geloven is dat die inderdaad als sanitaire voorziening bedoeld zijn, zo in de open lucht. Het past echter naadloos in het beeld dat we verder van deze polder krijgen: een tikkeltje onaangepast. Ongeschaafd en eigenwijs. Van een weerbarstige, hoekige en onaangeharkte schoonheid. Die er straks, naarmate het kustprojekt vordert en het gebied, zo lezen wij op internet, “economische en toeristische impulsen” moet krijgen, waarschijnlijk toch aan zal moeten geloven. De eerste keurig nette beschoeiingen worden tenminste de grond al ingeramd.

Advertenties

Boleten, plaatjeszwammen en de Duinen van Six

Een etappe van het Hollands Kustpad, van Castricum naar Bergen aan Zee, gelopen op zondag 24 augustus 2014

De Schotse kust, die is mooi. Heel mooi. Adembenemend. De kust van Bretagne ook trouwens, heel mooi. Ruig, ongerept, en lieflijk tegelijk. Schoorvoetend bijna komen we allebei terug van vakantie, terug aan de Hollandse kust. Zullen we het nog wel weten te waarderen, het Hollands Kustpad, na al dat toch min of meer exotische en romantisch ongepolijste natuurspektakel? Al die imposante rotspartijen, kliffen en baaien. Die brede, droogvallende stranden. De geheimzinnige eilanden verderop in zee. Vinden we het niet saai straks, van Castricum naar Bergen aan Zee? Nee natuurlijk. Wat een flauwekul. De kust is de kust is de kust uiteraard, en die is nou eenmaal overal anders. Maar waar het ook is, overal heeft zij haar eigen charme, zeker ook tussen Castricum en Bergen. Het is goed weer thuis te zijn.
Vanaf het station nemen we de kortste weg naar Johanna’s Hof, bij Bakkum, voor een bakkie. Meer mensen zijn op dat idee gekomen trouwens, het bos wemelt van de drentelende dagjesmensen met kinderwagens, heen en weer hobbelende en rennende peuters en kleuters met stokken en loopfietsjes en allerlei wilde plannen. En geef ze eens ongelijk, want voor het eerst in lange tijd is het vandaag weer eens een zonnige zondag. Hop, op naar het bos. Zo deden wij dat vroeger ook, toen we zelf nog in de kleine kinderen zaten. Heerlijk.
Ook Johanna’s terras is afgeladen. De appeltaart zal wel beroemd zijn want daar wordt aan bijna alle tafeltjes flink van gegeten, met of zonder slagroom. Het gonst daardoor bovendien van de wespen, die er ook wel pap van lusten, maar daar was op gerekend: ieder tafeltje is voorzien van zo’n kleurige elektrische vliegenmepper, en menig huisvader zit daar met een verwilderde blik in de ogen ongecoördineerd en kansloos mee om zich heen te slaan, om vrouw en kinderen tegen de opdringerige natuur te beschermen. Het is een grappig gezicht, eerlijk gezegd. Wij lachen in ons vuistje, net als de wespen waarschijnlijk. Maar appeltaart nemen we niet. We waren toch al aan de lijn.

hk castricum bergen az 039

Nu we er zo veel van zien staan, langs berm en beemd, dringt de vraag zich op: zijn het nou paddestoelen of toch paddenstoelen? Een eenduidig antwoord blijkt er niet te zijn, het is zo’n woord waar de regelen der Nederlandsche Taal geen vat op hebben, en dat past eigenlijk wel bij deze mysterieuze groeisels. Waarvan het bijvoorbeeld ook vreemd is dat we geneigd zijn er vandaag een voorbode van de onvermijdelijke herfst in te zien, nu ze met zovelen de berm uit puilen. Terwijl dat dus een hardnekkig misverstand schijnt te zijn, ook in het voorjaar en de zomer kun je ze volop vinden. En verdorie, het ís ook pas augustus, nog een volle maand te gaan.
Niet alleen de juiste spelling stelt ons voor problemen, ook van soortnamen, eetbaarheid of andere wetenswaardigheden hebben we weer eens geen idee. Van een paar opvallend grote exemplaren leren we later op facebook, van een deskundige, dat het de reuzenparasolzwam is, maar als we hem uitgebreid fotograferen, weten we dat nog niet. Dus wanneer een passerende dame, in de optimistische veronderstelling waarschijnlijk dat wij er als wandelaars wel verstand van zullen hebben, bij ons informeert wat voor paddestoel dit nou is, weten wij niets beters naar voren te brengen dan het wat lollige: een grote. De oudere heer, die de dame vergezelt, wordt knorrig van zo’n dom, onwetend antwoord en moppert van boleet en plaatjeszwam en dat je dat aan de onderkant kunt zien. Aan de plaatjes. Maar, foetert hij nog even door, als de duitse leraar van Wim de Bie, zelfs dán zijn er nog hónderden soorten boleten en plaatjeszwammen. Al mopperend en gesticulerend verwijdert hij zich buiten gehoorsafstand, de dame wat aarzelend in zijn kielzog. Wij concluderen dat de knorrige meneer dus ook geen idee heeft, net als wij, maar dat hij wel tot de diepste kennis is gekomen die je kunt bereiken, namelijk dat je vooral heel veel níet weet.

hk castricum bergen az 170

Wat ze in Schotland en Bretagne trouwens dan weer niet hebben, zijn Hollandse luchten. Zodra we even voorbij Castricum het bos uitlopen en het open duingebied betreden, worden we er de rest van de dag volop op getrakteerd. Soms strakblauw met hier en daar een plukje elkaar verdringende witte wolkjes, een handvol witte strepen van het vliegverkeer, soms opeens ook donkergrijs met alleen nog ruimte voor een klein streepje zon, dat verderop een detail van het landschap raadselachtig aanlicht. Het landschap dat in een schijnbaar eenkleurig grijsgroen richting Egmond en Bergen heuvelt en glooit, maar bij nadere beschouwing uit een rijke schakering aan tinten blijkt te bestaan. Alle kleuren groen en grijs, roestbruin en zwart, gele en paarse accenten van bloemen en bloeiende heide, het knalrood van de bessen in de afgeladen meidoorns en het feloranje van de al even volle duindoorn. Van de laatste proeven we een paar bessen, gewoon omdat dat kan, weten wij ook eens wat. Ze zijn misschien lastig te plukken, van tussen de venijnige stekels, en je knijpt ze eigenlijk te makkelijk kapot, maar lekker zijn ze ook. Bitterzuur, vreselijk zuur, maar lekker. En hartstikke gezond. Hollands superfood. Daar hoef je echt geen peperdure gedroogde Inca Berries of goji-bessen voor uit de moderne-fratsen-winkel te halen.

hk castricum bergen az 158

Van Egmond aan Zee vragen we ons in gemoede af waarom er in vredesnaam überhaupt toeristen op af komen. Wij zien niets dan geparkeerde auto’s en uitgebluste, anonieme betonnen stoeptegel treurnis waar alle vreugdeloze pogingen er iets van te maken duidelijk zichtbaar mislukt zijn en waarmee het waarschijnlijk wel nooit meer goed zal komen ook. Alleen de vuurtoren kan ons bekoren. Maar goed, een vuurtoren, daar kan niet veel mee fout gaan. Pas als we Egmond weer uitlopen, terug de duinen in, zien we wat weleens veel meer het echte Egmond zou kunnen zijn. Hier treffen we een charmant anarchistisch biotoop  van mini-vrijstaatjes die zich her en der in bestaande valleitjes en duinpannetjes hebben ingegraven, kriskras bescherming zoekend tegen weer en wind. Een slordige lappendeken van scharrige volkstuintjes, met ludieke namen als Luilekkerlandje, Papagaaientuin en Vitamine Zee. Wrakke, zelfverzonnen huisjes, wankel opgetrokken uit overgeschoten stukken golfplaat, plaathout en restanten schuttingdelen of anderszins, en kozijnen die zijn blijven liggen na de verbouwing thuis. Er wil ook niet erg veel groeien op de zilte zandgrond blijkbaar, veel tuintjes zien eruit of de bezitters het hebben opgegeven voor dit jaar. Het ligt braak of er staat hooguit nog wat zieltogend groen op te verpieteren. Boerenkool, prei, aardappels. Hier en daar een eenzame zonnebloem. Tegen de achtergrond van de kasteelachtige villa die vanaf de boulevard van Egmond hooghartig toezicht houdt, heeft het tafereel iets middeleeuws. Heel, héél in de verte blijkt dat ook te kloppen. Tot voor kort was dit duingebied privé-eigendom van een adellijke familie die het als jachtgebied gebruikte, de familie Six van Wimmenum. In 1948 besloot de toenmalige jonkheer de leegrakende familie-schatkist aan te vullen door in zijn duingebied landjes te verhuren aan het gemene volk, om er aardappels op te verbouwen. Sindsdien spreekt men hier van de Duinen van Six, hoewel het gebied, sinds de provincie het overnam van jonkheer Six, officieel de Wimmenummerduinen heet. Maar probeer dat maar eens in één keer goed uit te spreken.
Richting Bergen aan Zee worden we geacht een toegangskaart aan te schaffen, maar met de Egmondse anarchie nog in het achterhoofd besluiten we vandaag dat de natuur van iedereen is.