Boleten, plaatjeszwammen en de Duinen van Six

Een etappe van het Hollands Kustpad, van Castricum naar Bergen aan Zee, gelopen op zondag 24 augustus 2014

De Schotse kust, die is mooi. Heel mooi. Adembenemend. De kust van Bretagne ook trouwens, heel mooi. Ruig, ongerept, en lieflijk tegelijk. Schoorvoetend bijna komen we allebei terug van vakantie, terug aan de Hollandse kust. Zullen we het nog wel weten te waarderen, het Hollands Kustpad, na al dat toch min of meer exotische en romantisch ongepolijste natuurspektakel? Al die imposante rotspartijen, kliffen en baaien. Die brede, droogvallende stranden. De geheimzinnige eilanden verderop in zee. Vinden we het niet saai straks, van Castricum naar Bergen aan Zee? Nee natuurlijk. Wat een flauwekul. De kust is de kust is de kust uiteraard, en die is nou eenmaal overal anders. Maar waar het ook is, overal heeft zij haar eigen charme, zeker ook tussen Castricum en Bergen. Het is goed weer thuis te zijn.
Vanaf het station nemen we de kortste weg naar Johanna’s Hof, bij Bakkum, voor een bakkie. Meer mensen zijn op dat idee gekomen trouwens, het bos wemelt van de drentelende dagjesmensen met kinderwagens, heen en weer hobbelende en rennende peuters en kleuters met stokken en loopfietsjes en allerlei wilde plannen. En geef ze eens ongelijk, want voor het eerst in lange tijd is het vandaag weer eens een zonnige zondag. Hop, op naar het bos. Zo deden wij dat vroeger ook, toen we zelf nog in de kleine kinderen zaten. Heerlijk.
Ook Johanna’s terras is afgeladen. De appeltaart zal wel beroemd zijn want daar wordt aan bijna alle tafeltjes flink van gegeten, met of zonder slagroom. Het gonst daardoor bovendien van de wespen, die er ook wel pap van lusten, maar daar was op gerekend: ieder tafeltje is voorzien van zo’n kleurige elektrische vliegenmepper, en menig huisvader zit daar met een verwilderde blik in de ogen ongecoördineerd en kansloos mee om zich heen te slaan, om vrouw en kinderen tegen de opdringerige natuur te beschermen. Het is een grappig gezicht, eerlijk gezegd. Wij lachen in ons vuistje, net als de wespen waarschijnlijk. Maar appeltaart nemen we niet. We waren toch al aan de lijn.

hk castricum bergen az 039

Nu we er zo veel van zien staan, langs berm en beemd, dringt de vraag zich op: zijn het nou paddestoelen of toch paddenstoelen? Een eenduidig antwoord blijkt er niet te zijn, het is zo’n woord waar de regelen der Nederlandsche Taal geen vat op hebben, en dat past eigenlijk wel bij deze mysterieuze groeisels. Waarvan het bijvoorbeeld ook vreemd is dat we geneigd zijn er vandaag een voorbode van de onvermijdelijke herfst in te zien, nu ze met zovelen de berm uit puilen. Terwijl dat dus een hardnekkig misverstand schijnt te zijn, ook in het voorjaar en de zomer kun je ze volop vinden. En verdorie, het ís ook pas augustus, nog een volle maand te gaan.
Niet alleen de juiste spelling stelt ons voor problemen, ook van soortnamen, eetbaarheid of andere wetenswaardigheden hebben we weer eens geen idee. Van een paar opvallend grote exemplaren leren we later op facebook, van een deskundige, dat het de reuzenparasolzwam is, maar als we hem uitgebreid fotograferen, weten we dat nog niet. Dus wanneer een passerende dame, in de optimistische veronderstelling waarschijnlijk dat wij er als wandelaars wel verstand van zullen hebben, bij ons informeert wat voor paddestoel dit nou is, weten wij niets beters naar voren te brengen dan het wat lollige: een grote. De oudere heer, die de dame vergezelt, wordt knorrig van zo’n dom, onwetend antwoord en moppert van boleet en plaatjeszwam en dat je dat aan de onderkant kunt zien. Aan de plaatjes. Maar, foetert hij nog even door, als de duitse leraar van Wim de Bie, zelfs dán zijn er nog hónderden soorten boleten en plaatjeszwammen. Al mopperend en gesticulerend verwijdert hij zich buiten gehoorsafstand, de dame wat aarzelend in zijn kielzog. Wij concluderen dat de knorrige meneer dus ook geen idee heeft, net als wij, maar dat hij wel tot de diepste kennis is gekomen die je kunt bereiken, namelijk dat je vooral heel veel níet weet.

hk castricum bergen az 170

Wat ze in Schotland en Bretagne trouwens dan weer niet hebben, zijn Hollandse luchten. Zodra we even voorbij Castricum het bos uitlopen en het open duingebied betreden, worden we er de rest van de dag volop op getrakteerd. Soms strakblauw met hier en daar een plukje elkaar verdringende witte wolkjes, een handvol witte strepen van het vliegverkeer, soms opeens ook donkergrijs met alleen nog ruimte voor een klein streepje zon, dat verderop een detail van het landschap raadselachtig aanlicht. Het landschap dat in een schijnbaar eenkleurig grijsgroen richting Egmond en Bergen heuvelt en glooit, maar bij nadere beschouwing uit een rijke schakering aan tinten blijkt te bestaan. Alle kleuren groen en grijs, roestbruin en zwart, gele en paarse accenten van bloemen en bloeiende heide, het knalrood van de bessen in de afgeladen meidoorns en het feloranje van de al even volle duindoorn. Van de laatste proeven we een paar bessen, gewoon omdat dat kan, weten wij ook eens wat. Ze zijn misschien lastig te plukken, van tussen de venijnige stekels, en je knijpt ze eigenlijk te makkelijk kapot, maar lekker zijn ze ook. Bitterzuur, vreselijk zuur, maar lekker. En hartstikke gezond. Hollands superfood. Daar hoef je echt geen peperdure gedroogde Inca Berries of goji-bessen voor uit de moderne-fratsen-winkel te halen.

hk castricum bergen az 158

Van Egmond aan Zee vragen we ons in gemoede af waarom er in vredesnaam überhaupt toeristen op af komen. Wij zien niets dan geparkeerde auto’s en uitgebluste, anonieme betonnen stoeptegel treurnis waar alle vreugdeloze pogingen er iets van te maken duidelijk zichtbaar mislukt zijn en waarmee het waarschijnlijk wel nooit meer goed zal komen ook. Alleen de vuurtoren kan ons bekoren. Maar goed, een vuurtoren, daar kan niet veel mee fout gaan. Pas als we Egmond weer uitlopen, terug de duinen in, zien we wat weleens veel meer het echte Egmond zou kunnen zijn. Hier treffen we een charmant anarchistisch biotoop  van mini-vrijstaatjes die zich her en der in bestaande valleitjes en duinpannetjes hebben ingegraven, kriskras bescherming zoekend tegen weer en wind. Een slordige lappendeken van scharrige volkstuintjes, met ludieke namen als Luilekkerlandje, Papagaaientuin en Vitamine Zee. Wrakke, zelfverzonnen huisjes, wankel opgetrokken uit overgeschoten stukken golfplaat, plaathout en restanten schuttingdelen of anderszins, en kozijnen die zijn blijven liggen na de verbouwing thuis. Er wil ook niet erg veel groeien op de zilte zandgrond blijkbaar, veel tuintjes zien eruit of de bezitters het hebben opgegeven voor dit jaar. Het ligt braak of er staat hooguit nog wat zieltogend groen op te verpieteren. Boerenkool, prei, aardappels. Hier en daar een eenzame zonnebloem. Tegen de achtergrond van de kasteelachtige villa die vanaf de boulevard van Egmond hooghartig toezicht houdt, heeft het tafereel iets middeleeuws. Heel, héél in de verte blijkt dat ook te kloppen. Tot voor kort was dit duingebied privé-eigendom van een adellijke familie die het als jachtgebied gebruikte, de familie Six van Wimmenum. In 1948 besloot de toenmalige jonkheer de leegrakende familie-schatkist aan te vullen door in zijn duingebied landjes te verhuren aan het gemene volk, om er aardappels op te verbouwen. Sindsdien spreekt men hier van de Duinen van Six, hoewel het gebied, sinds de provincie het overnam van jonkheer Six, officieel de Wimmenummerduinen heet. Maar probeer dat maar eens in één keer goed uit te spreken.
Richting Bergen aan Zee worden we geacht een toegangskaart aan te schaffen, maar met de Egmondse anarchie nog in het achterhoofd besluiten we vandaag dat de natuur van iedereen is.

Advertenties