Het vriendelijk uitbottend landschap

cropped-p1040225.jpg

Een etappe van het Groot Frieslandpad, van Dirkshorn naar Nieuwe Niedorp, gelopen op vrijdag 29 maart 2019

In Dirkshorn raak ik, nog vóór we goed en wel vertrokken zijn, mijn wandelgenoot kwijt. Voor een foto van het kleitablet naast de deur was ik het trappetje van het oude raadhuis opgeklommen en na gedane zaken weer op de begane grond bleek zij mij spoorloos. De over een boekje gebogen gestalte waarvan ik bij tegenlicht met een half oog veronderstelde dat zij het was, die zich daar op de route oriënteerde, bleek de helft van een duo Jehova’s Getuigen te zijn. Jehova’s Getuigen zijn altijd met z’n tweeën, om één of andere reden. Het kan niet anders of er is per regio altijd een even aantal Jehova’s Getuigen. In elk geval, zij stonden zich op iets heel anders te oriënteren, namelijk de bekering van Dirkshorn, maar waren, na mijn wat verwarde uitleg, niet te beroerd met mij in het rond te kijken. En inderdaad, daar stond mijn wandelgenoot één en ander met stijgende verbazing te bezien.

P1040116

Langs het haventje verlaten wij Dirkshorn, steken onderlangs de N245 over en bereiken via een sluis van robuust hekwerk de grasdijk langs het meer. Het meer van Dirkshorn. Langs de ringvaart van de polder die vroeger het Woudmeer was lopen we verder. Een meneer met een Adidasbroek zit op een hekje, de zonnebril in de grijze krullen gestoken, het gezicht idolaat naar de zon gekeerd. Beter kan het haast niet, roept hij ons toe over het water. Wij beamen het grif, het is schitterend weer. De lente is amper een week oud of we lopen nu al zonder jas.

P1040160

Links, aan de overkant van de vaart, staat een gemaal. Industriële uitstraling. Robuust, maar ook met een oog voor schoonheid opgemetseld uit rode baksteen.
Rechts zien we een groot, knaloranje weiland liggen, een smet op het vriendelijk uitbottend landschap. Doodgespoten met glyfosaat, beter berucht als Roundup. Wij mopperen dat het een schande is en dat we beter zouden moeten weten. Dat er in Amerika al hoge schadevergoedingen aan kankerpatiënten worden toegekend, maar dat we dat hier natuurlijk allemaal overdreven Amerikaanse malligheid vinden. Dat we hier wel even democratisch zullen besluiten dat dat hele glycofaatverhaal een hoax van linkse gekkies is, net als de klimaatverandering, en dat je er hier dus heus geen kanker van krijgt. Fakenews, om onze hardwerkende boeren dwars te zitten. Ja, de recente politieke ontwikkelingen in ons mooie vaderland zitten ons nog behoorlijk hoog, deze heerlijke dag vlak na de verkiezingen. Maar wat doe je eraan?
De lucht weerspiegelt blauw in het water, de zon verandert het riet in goud, in de berm bloeien dotterbloem, klein hoefblad en narcis. Dat dan weer wel.

P1040207

De lange, monumentale dorpsstraat van Oudkarspel leidt ons tot bij de Allemanskerk. Die zo heet omdat hij, na in 1969 tijdens dakreparaties bijna volledig door brand te zijn verwoest, vanaf 1970 werd herbouwd met geld dat grotendeels door de bevolking van Oudkarspel bijeen werd gebracht. Met vereende krachten, zogezegd. Daarvóór had de kerk trouwens ook al het nodige meegemaakt. De oudste resten zijn nog van de 11e eeuw, toen de kerk nog Aldenkercha heette. De oorspronkelijke toren stamt uit de 12e eeuw. In de 14e eeuw werd daar dan weer een nieuwe kerk aan gebouwd, die in de 15e eeuw werd uitgebreid met een koor. Tweemaal werd de toren getroffen door de bliksem, tweemaal werd hij herbouwd. In 1868 werd de aanvankelijk sobere kerk uitbundig gepimpt tot een neogotisch exemplaar, waarbij de toren een spits kreeg. Bij de laatste herbouw is die spits weer weggelaten, op zeer uitdrukkelijk verzoek van de Rijksmonumentendienst, die de kerk terug wilde zien in de originele staat, zoals hij bekend was van oude afbeeldingen, zonder spits. Hoewel de toren die in 1621 door de bliksem werd verwoest toch ook een spits gehad schijnt te hebben. Ook een originele staat, zou je zeggen. Maar goed, daar waren misschien geen plaatjes van.

P1040226

Dan gaat het richting Nieuwe Niedorp, over hier en daar door schapen begraasde grasdijken langs het kanaal Alkmaar Kolhorn, de Omval. We lopen langs akkers met frisse, jonge aanplant – we gokken op boerenkool, maar weten het niet zeker. Een sleedoorn in zeer uitbundige bloei. Kieviten buitelen door de lucht, zwanen zitten op hun nest, kraaien begeven zich op rooftocht. Hier en daar zien we een lege eierschaal liggen waarvan je rond deze tijd toch waarschijnlijk nog moet vermoeden dat de kraai met succes heeft toegeslagen.
In een verder verlaten uitloper van het Waartje ligt een ongeregeld rijtje boten, in diverse staten van onderhoud en min of meer bewoond. Het doet aan als een verzamelplaats voor vrijbuiterige types die hier zo’n beetje hun gang kunnen gaan zonder dat de buren komen zeuren. We raken in gesprek met een man die aan die omschrijving voldoet. Hij vertelt over zijn herdershond, die gedurig enthousiast om ons heen dart en die hij telkens goedmoedig tot de orde roept. Hij was met de hond op politietraining gegaan, vertelt hij, maar dat had hij niet lang volgehouden. Hij had het zielig gevonden voor de hond, omdat die er altijd maar agressief moest zijn. Dat leek hem zo veel stress opleveren. Hij had zijn hond liever zoals hij nu was, vrolijk en speels. Werd hij waarschijnlijk nog ouder ook.

p1040332.jpg

We lopen verder door vlak groen land, grijze akkers die omgeploegd liggen te wachten op wat onvermijdelijk komen gaat: maïs of kool. Hier en daar een betonnen brug over het kanaal, in de verte lange rijen hoge bomen langs de weg. Vanuit hun weiland kijken twee alpaca’s ons dommig na. Oude poldermolens en moderne windmolens doorbreken eensgezind de einder. Ook die enorme, witte molens beginnen al zo’n vertrouwd beeld te vormen dat je ze eigenlijk ook wel gewoon weer mooi zou kunnen gaan vinden. Waarom niet? Die oude poldermolens werden in hun tijd ook verguisd als horizonvervuiling, wanstaltige bouwsels die, zodra het stoomgemaal zijn intrede deed, maar beter snel konden worden afgebroken. Nu zijn ze zo’n beetje het oerHollandsch symbool geworden van nostalgiegekkies die altijd maar bang zijn dat er eens iets zou veranderen.
Met de volgende brug steken we het kanaal over en dalen af naar Nieuwe Niedorp, waar de auto onder de kerktoren staat geparkeerd. Terwijl we de schoenen verwisselen en ons opmaken voor de thuisreis klinkt er saxofoonmuziek uit een raam. Het was een mooie dag.

Bekijk eventueel het fotoalbum bij deze wandeling.

Advertenties

Welkom in Westfriesland

cropped-p1030565.jpg

Een etappe van het Groot Frieslandpad, van Schoorl naar Dirkshorn, gelopen op vrijdag 15 februari 2019

We zijn er een jaartje tussenuit geweest, dus misschien dat het daaraan ligt, maar in Schoorl lopen we als een stelletje beginnelingen in het rond te dwalen op zoek naar hoe het nou toch in vredesnaam verder gaat, na de eerste etappe. We volgen wel pijlen maar gaan gaandeweg twijfelen of het de goede zijn, we komen inderdaad op een vijfsprong maar weten niet of het dezelfde is als die het boekje beschrijft, lopen heen en toch maar weer terug en zo plakken we onbedoeld een paar kilometer doelloos rondjes draaien aan de wandeling vast. Maar wat maakt het uit, het weer is prachtig, het lijkt verdorie wel lente geworden, midden in februari. Het wemelt van de jonge gezinnen met kinderen rond het bezoekerscentrum, terwijl het gewoon een vrijdag is en bij ons weten nog geen vakantie. Moeten al die mensen niet werken, vragen wij ons af, moeten al die kinderen niet naar school? Maar goed.. Wij lopen hier immers ook, op dezelfde gewone vrijdag, onder hetzelfde lentezonnetje, terwijl we er toch nog niet uitzien als pensionado’s, hopen we dan maar dat de andere mensen denken.

P1030465

In Schoorl zelf komen we als eerste terecht bij een schattig klein raadhuisje. Volgens het opschrift op de met krullen en consoles versierde topgevel is het van 1601. Het staat naast de hervormde kerk, die van 1783 is. Het raadhuisje, lezen we op internet, bestaat uit slechts één ruimte, de raadszaal, met een portaaltje. Niettemin is het in gebruik geweest tot 1901 voordat het door nieuwbouw werd vervangen. In 1931 kwam het gebouwtje in handen van de Vereniging Hendrick de Keyser, die zich het behoud van architectonisch of historisch waardevolle huizen ten doel heeft gesteld. Aan het Schoorlse raadhuis hebben ze een hele kluif gehad want wij lezen dat de gemeente destijds bij de overdracht de voorwaarde had gesteld dat het gebouwtje een paar meter naar achter zou worden verplaatst, zodat, toen al, de weg verbreed kon worden. Het raadhuisje is toen baksteen voor baksteen afgebroken en iets naar achteren weer opgebouwd. In het perkje voor raadhuis en kerk wordt één van Schoorls grootheden, schilder en tekenaar Jan van Scorel (1495 – 1562), geëerd, met twee bronzen beelden. Voor het raadhuis staat de kunstenaar zelf, ten voeten uit; voor de kerk een ruimtelijke opvatting van één van zijn schilderijen, de Jeruzalemvaarders.

P1030526

Verder lopen we met een boogje om Schoorl heen, steken bij Schoorldam de N9 en het Noordhollandsch Kanaal over en betreden dan via de Westfriese Omringdijk de uitgestrekte platheid van de drie Frieslanden die onze route de komende tijd doorkruist. Hoog bovenop de dijk krijgen we daar een aardig voorproefje van, weidse vergezichten van weilanden, akkers en sloten met om de zoveel tijd een bescheiden kerktorentje aan de einder. We lopen er maar een klein stukje van en zeker niet het interessantste maar de Westfriese Omringdijk is 126 km lang en doet precies wat de naam al zegt, hij omringt heel West Friesland. Van Noordzee naar Zuiderzee en weer terug. Een bijzonder idee. Ook om je voor te stellen dat aan de linkerkant van deze dijk de zee dus eeuwenlang een meer dan serieuze bedreiging is geweest, het ziet er nu zo vredig uit allemaal en de zee lijkt erg ver weg. Maar ook: zó hoog is die dijk nou ook weer niet. Hoe veilig zou je je erachter voelen wanneer de golven er bij storm en tegenweer tegenaan zouden beuken? Het kwam in zijn lange geschiedenis dan ook regelmatig voor dat de omringdijk doorbrak en het binnenkolkend zeewater enorme kraters sloeg in het achterliggend land. De ronde meren die daardoor ontstonden waren zo diep dat het makkelijker was de dijk er bij reparatie maar omheen te leggen. Deze zogenaamde wielen met de zich eromheen kronkelende dijk bieden vandaag een betoverende en schilderachtige aanblik, maar ze getuigen ook van de drama’s die zich er in vroeger tijden hebben afgespeeld.

P1030501

Bij aanvang van het Groot Frieslandpad hebben wij ons een goed voornemen gemaakt: al wandelend ontfermen wij ons over plastic zwerfafval in berm en beemd. We rapen het op, we nemen het mee en gooien het thuis in de plastic bak. Iemand moet het doen anders ligt het er voor eeuwig tenslotte. Dan maar gutmenschen, dan maar klimaatdrammers. Ook vandaag hebben we er speciaal een tasje voor meegenomen en wanneer we de dijk even verlaten om een stukje langs het Noordhollandsch Kanaal te lopen zien we de eerste oogst al liggen. Stukken plastic, bierblikjes, plastic flessen.. welgemoed beginnen we te rapen, maar al gauw slaat de twijfel toe. We lopen hier achter een camping met vaste huisjes langs, waar de grijze mistroostigheid overigens als een natte dweil overheen hangt, en het lijkt erop dat deze grasstrook met bosschage tussen kanaal en camping als hangplek fungeert. Hier kunnen we aan het rapen blijven. Straks lopen we de rest van de wandeling met ieder twee extra tassen vol andermans plastic schillen en dozen. Heel even komen we in gewetensnood maar we besluiten toch dat dit te gek is. Zelfs van gutmenschen kun je dit niet verwachten. We nemen de ergste stukken mee, maar verder moet de camping zelf maar even de handen uit de mouwen steken.

P1030548

Weer terug op de dijk lopen we door Krabbendam, een vriendelijk dorpje dat aan weerszijden tegen het dijklichaam opkruipt, en zien dan dat datzelfde dijklichaam aan de andere kant van Krabbendam opeens een heel stuk hoger is. Dat heeft ongetwijfeld te maken met de duinen van Schoorl, de hoogste duinen van het land, die verderop gelegen overgaan in de Hondsbossche zeewering, een notoire zwakke plek in de kustverdediging. Hier kon de omringdijk wel een extraatje gebruiken.
Dan staat daar Huis te Nuwendoorn. Of wat er voor door moet gaan. Een voormalige dwangburcht van Floris de Vijfde. Gebouwd, verwoest en weer opgebouwd in de 13e eeuw, en in de 14e eeuw zonder verklaring van de aardbodem verdwenen. Op de fundamenten die in onze eigen tijd werden teruggevonden en hersteld, is een paar jaar geleden een soort van ruïne gebouwd, met nep afgebrokkelde muren van moderne materialen, tot zelfs van die tuincentrum stenen in betonijzerkooien aan toe, hoe treurig wil je het hebben? De toren, het minst erge onderdeel, wordt gesuggereerd door een stalen skelet met dito trappen en fungeert in het seizoen als uitzichttoren. Voor toeristen. Als die eropaf komen tenminste.

P1030568

Terwijl wij dit allemaal zo staan te overwegen en de term Vinex-ruïne uit onze mouw schudden, stopt er een auto op tien meter afstand. Wat een beetje vreemd is omdat we aan het eind van een stoffig en doodlopend landweggetje staan. Het is een donkere auto, met donkere ruiten. Er stapt een jongeman uit, met een koffer. Verborgen achter de auto buigt de jongeman zich over de koffer, de koffer gaat open. Het is niet het soort koffer waar je een weekendje mee gaat logeren bij vrienden. Wat de jongen aan het doen is kunnen we niet zien, maar hij ís iets aan het doen. Misschien kijken we teveel Homeland, maar zo’n koffer is het wel. Het wordt tijd om verder te wandelen, besluiten we conflictvermijdend, al moeten we dan wel langs de auto, en de jongeman. Uiteraard loopt het goed af, de jongeman staat een peperdure drone startklaar te maken en geeft ons maar al te graag een demonstratie. Op zijn schermpje kunnen we zien wat de drone aan beelden doorgeeft. Zo zien we onszelf een beetje sullig omhoog staan te kijken, met onze rugzakjes om. Maar als de drone dan echt het luchtruim kiest en we hem nog slechts als een onhoorbaar stipje aan het zwerk zien staan, zien we Huis te Nuwendoorn op het schermpje vanuit de lucht, we zien de Westfriese Omringdijk door het landschap kronkelen, we zien de wijde omgeving, haarscherp. Het is even verbazingwekkend als verontrustend.

P1030596

De wandeling gaat verder door Eenigenburg, een charmant dorp waar de tijd minder vat op lijkt te hebben. Dat het op een aantal terpen is gebouwd, is vanuit de verte nog goed te zien. Op één ervan staat het kerkje, met een piepklein kerkhofje ernaast. We lopen er even naar toe, al hoeft dat niet van het routeboekje. Het is een schattig kerkje met een houten torentje en het is van 1792. Ene Dirk Pronk legde de eerste steen, op zijn zesde. De lange oprijlaan herinner ik me statig omzoomd van hoge bomen, maar die zijn inmiddels van voor tot achter vervangen door ijle sprietjes waarvan het moeilijk is voor te stellen dat het ooit weer hoge bomen zullen worden.
Als we Eenigenburg weer verlaten biedt het boekje ons twee mogelijke routes. Op de gok kiezen we er één maar voor we goed en wel op weg zijn wordt ons een halt toegeroepen door een meneer die in zijn tuin snoeiafval staat klein te knippen. De meneer is tanig van gestalte, draagt een oorring, een baardje van een week en doet wat denken aan een piraat. Of een kunstenaar. Dat we de andere route moeten nemen, adviseert hij ons vriendelijk doch dringend, omdat die veel leuker is. De route die wij nu gekozen hebben is saai, aldus de meneer. En zo keren wij terug op onze schreden, want ja.. ga daar maar eens tegenin. Spijt hebben we er niet van gekregen trouwens want het was een aardig ommetje langs een zeer onaangeharkt stukje niemandsland, en daar houden wij wel van.
Het laatste stuk voert ons nog door Stroet, een lintdorp dat wij in de breedte passeren, na 357 stappen zijn we er al weer uit. Vlak voor Groenveld, in het zicht van de molen, buigen we naar rechts af om dwars door de weilanden en over grasdijkjes, langs de golfbaan Dirkshorn te bereiken. Vertrekpunt voor de volgende etappe.

Bekijk eventueel ook het fotoalbum.
Voor meer verslagen over deze wandeling kijk je op samenuitenthuis, het weblog van de wandeling langs het Groot Frieslandpad.

Nog één keer terug naar de kust

cropped-p1020428.jpg

Eerste etappe van het Groot Frieslandpad, van Bergen aan zee naar Schoorl, gelopen op donderdag 3 januari 2019

Na een noodgedwongen pauze van een jaar in onze wandelpraktijk voelde Bergen aan zee als een logisch en vertrouwd vertrekpunt voor een nieuwe grote tocht, die langs het Groot Frieslandpad. Nog eenmaal een etappe langs de kust, na eerder zo lang het Nederlands Kustpad te hebben gelopen. Nog eenmaal door de duinen en langs het strand, de zeewind in de haren en de neus, om de draad weer op te pakken. Nog één keer terug naar de kust. Een overgangsetappe, als het ware. Afscheid van het oude en opmaat tot het nieuwe.

p1020370

Het is een onverwacht mooie dag vandaag, met volop zon tussen een handvol te verwaarlozen felle buitjes door, en een meestentijds toch blauwe hemel, we konden het beslist slechter treffen. We zitten nog pal op de feestdagen, het jaar is nog vers, het is nog kerstvakantie.. kortom, we zijn niet de enigen die eropuit trekken. De strandtent, waar we ons nieuwe avontuur aanbreken met koffie zonder appeltaart, loopt langzaam maar zeker vol. Gezinnen met kinderen in het Duits, oudere stellen in deftige jassen met shawls en licht verwaaide kapsels, mensen met bodywarmers en trouwe viervoeters en kunstzinnige types met hoeden, we zitten niet voor niets vlakbij Bergen tenslotte, het zelfbenoemd kunstenaarsdorp.
Groot is het niet, Bergen aan zee, en we krijgen er ook niet veel van te zien, wat misschien ook weer niet zó erg is, afgaand op wat we er wel van zien. We omzeilen een heel stuk langs het strand en worden dan via de achteruitgang het duingebied in geleid.

p1020347

Vlak daarvoor, aan het eind van de boulevard, passeren we wel nog een rijtje wat oudere gebouwen, dat, hoewel statig en met de nodige allure, de opzichtige poenerigheid van wat er verder zoal aan deze goudkust staat mist, en dat een stukje van de nog jonge geschiedenis van het dorp vertegenwoordigt. Het Zeehuis, met aanliggende gebouwen, dat in 1908, in het toen nog nagelnieuwe Bergen aan zee werd gebouwd. In opdracht en op kosten van het Amsterdams Burgerweeshuis. En dat tot vlak voor de zestiger jaren van de vorige eeuw als kinderkolonie heeft gediend, waar Amsterdamse bleekneusjes, onder het regime van rust, reinheid en regelmaat, een aantal weken konden genieten van strand, bos en duinen, zon, zee en frisse buitenlucht. In één van de gebouwen ter linkerzijde schijnt later Adriaan van Dis nog te zijn geboren en turbulente jeugdjaren te hebben doorgebracht, altijd leuk om te weten dat soort dingen; het Zeehuis zelf is nu een natuurvriendenhuis van Nivon, waar we even binnenlopen om een kaartje voor het duingebied te kopen, zoals het de goed opgevoede wandelaar betaamt; en de gebouwen ter rechterzijde vertonen alle kenmerken van inmiddels in officiëlere status omgezette bewoning door krakers. Van hoog boven ons worden wij tenslotte nog gadegeslagen door Huize Glory, waarvan we alleen het overal bovenuit stekend torentje zien, dat de hele wandeling zichtbaar zal blijven aan de horizon.

p1020404

Tot aan Schoorl zullen we geen bebouwing meer tegenkomen. We wandelen door een afwisselend duinlandschap, klimmend en dalend over zanderige paden en paadjes, door luchtige eikenbosjes waarvan de boompjes al net zo onbezorgd vrolijk kronkelen als de paden zelf. Maar ook door compacte, bijna donkere naaldbossen, met kaarsrechte stammen in streng geometrisch gelid, die doen denken aan het onheilspellend bos uit De Noorderlingen, van Alex van Warmerdam. Waar je elk moment een postbode verwacht, die bij een vijver heimelijk brieven zit open te stomen, boven een fluitketeltje op het vuur. Of een bijziende jager op een herenfiets, met een geweer op de rug.
We wandelen over open vlaktes, waar wind en zand vrij spel hebben, en over heidevelden waarvan je het jammer vindt dat je te laat bent voor de bloeiperiode. Hoewel de natuur zich blijkbaar niet zo heel strikt meer aan al die opgelegde tijdschema’s houdt want we passeren ook een in volle, felgele bloei staande bremstruik, zodat we ons heel even in een nog wat fris voorjaar kunnen wanen. Verder zijn de kleuren winters. Maar als je goed kijkt zijn ze verre van somber. We zien het helle, bijna oplichtende groen van het mos dat opkruipt tegen wortels en stammen en dode stronken bedekt. Grote vlakken IJslands mos, met de kleur van koperpatina. Het roodbruin tapijt van dennennaalden dat over dalen en duinen glooit en dat, wanneer de zon er opstaat, opwarmt tot bijna vuurrood. En zelfs het zwart van de uitgebloeide en schijnbaar dode heide bestaat uit subtiele schakeringen van donkerbruin en paars.
Op het strand, dat we ook nog even aandoen, zien we een grote groep strandlopertjes schattig op één poot aan de rand van de branding staan, de snavels op de rug tussen de veren gestoken, wat drentelende scholeksters eromheen, met hun knalrode zwaarden recht vooruit. En meeuwen, natuurlijk meeuwen. In de duinen hangen geheel in het zwart gehuld als boze pubers wat grote grazers lusteloos in het rond.

p1020407

Niet ver van het strand van Schoorl zien we wat wind met het landschap kan doen. De bomen die hier groeien hebben zich goedschiks of kwaadschiks naar haar grillen geschikt: wat hoog is staat zwaar uit het lood geblazen en wat laag is gebleven zoekt het vooral in de breedte, en probeert niet boven het duin uit te steken waarachter het zich angstvallig verschuilt. Het biedt een bijzondere aanblik van weerbarstige meegaandheid.
We zien armzalige restjes bomen en gehavende staketsels eenzaam bij elkaar staan in een verder kale vlakte en vermoeden het gevolg van de grote bosbranden die hier zo’n tien jaar geleden hebben gewoed. Er is zelfs een roetroute uitgezet. We zien ook inderdaad stammen die een zwarte rok dragen, waar het vuur zichtbaar aan gelikt lijkt te hebben maar die de dans verder zijn ontsprongen. Tijdelijk. Want de naaldboom, die hier ruim honderd jaar geleden werd aangeplant om de dorpen erachter te beschermen tegen wegstuivende duinen en sindsdien in toenemende mate in alomtegenwoordigheid de boventoon heeft gevoerd, moet de laatste tijd en de komende jaren ruim baan maken voor nieuwe visies op deze natuur. Staatsbosbeheer, de eigenaar van het gebied, wil een meer afwisselend duingebied creëren, waar ook weer ruimte is voor stuivend zand, open vlaktes en zelfs de zee, zo af en toe. Voor heidevelden en loofbomen, nattere en drogere gebieden, een gezonder grondwaterpeil. Om zo ook uit beeld verdwenen planten- en diersoorten terug te brengen. We overtuigen onszelf ervan dat het ook in dit geval niet goed zal zijn alles altijd maar bij het oude te  houden, dat alles tenslotte altijd in beweging is. Het levert soms de treurig stemmende aanblik van hoge stapels in stukken gezaagde boomstammen op, en tijdelijk kaalgeslagen stukken duin, maar dat moeten we er dan misschien maar voor over hebben.

Bekijk eventueel ook het fotoalbum bij deze wandeling.
Lees uitgebreider over de wandeling langs het Groot Frieslandpad op het weblog samenuitenthuis.