Natuurliefhebbers van likmevestje

Hollands Kustpad, van Haarlem tot Santpoort Noord,
gelopen op dinsdag 3 juni 2014

Tjongejonge, we lijken wel een stelletje beginners! Sneue amateurs! Station Haarlem nota bene, geen onbekend terrein toch. Meer dan twintig minuten staan we bij verschillende uitgangen en bij verschillende bloemenstallen tevergeefs op elkaar te wachten. Lijdzaam aan te nemen dat de ander wel vertraging zal hebben. Pas dán kan er een sms’je van af. Ondertussen zien we trouwens wel allebei dezelfde lucht steeds donkerder worden. Terwijl alle weergoden nog wel in alle toonaarden hadden beloofd dat de zon ons de hele dag zou begeleiden, op ons kustpad. Mooie boel. Als we bij Het Wachtlokaal de wandeling openen met een cappuccino, klettert de regen al bijna meteen op het markies. Alsof het nog wat uitmaakt bekijken we buienradar maar eens en zien daar dat heel Nederland het bekende, groene onbewolkt is. Héél Nederland? Nee, alleen boven Haarlem hangt één klein, maar heel donkerblauw wolkje. Nou ja, dát klopt dan in elk geval. Fréderique Spigt, die hier blijkbaar de bediening doet, of het moest haar zuster wezen, heeft óók géén idee waarom het nou juist in Haarlem moet regenen. Wel brengt ze ons met alle plezier een tweede bakkie troost. En als het na een kwartiertje stevig bijpraten toch opeens weer droog is, steekt ze haar vrolijke hoofd nog even om de hoek om ons daar met een breed gebaar op te wijzen. Dat we op pad kunnen. Kijk eens aan. Andere steden roepen het wel van zichzelf, maar wíj denken, en niet voor het eerst: Háárlem heeft ‘t .

Image

Door een statig Kenaupark en de betere wijken met de ruimere huizen lopen we richting Overveen. Net voorbij het station begint het verdorie opnieuw te plenzen. Onder een lekkende boom bij de Joodse begraafplaats bezitten we onze ziel in lijdzaamheid, met een lichtgewicht plastic poncho voor noodgevallen, en een paraplu die die naam niet mag dragen. We zijn slecht voorbereid, beseffen we maar al te goed. Maar hé, de zon zou schijnen. Het is gewoon niet eerlijk.
Pal onder onze lekkende boom stopt een auto uit het duurdere segment. Een al even dure meneer stapt uit, en werpt schijnbaar achteloos een handjevol afval in een gemeentelijke afvalbak. Zonder boe of ba stapt hij weer in en rijdt verder. Twee heren zonder plu en zonder jas lopen zonder blikken of blozen langs, in dezelfde richting. Achter de muur, achter de getraliede poort staan de natte grafstenen wat ordeloos in het gelid. Het is tijd om verder te lopen.
Wanneer we de Kennemerduinen bereiken, breekt uiteindelijk definitief de zon door. Fijn voor ons, maar te laat voor een grote groep verzopen kleuters die, gehuld in zanderige handdoeken en plakkende zomerjasjes, de speelplaats verlaten, hand in hand terug naar school van een verregend uitje. Volgende keer toch maar paraplu’s meenemen, verzucht de ene beteuterde juf tegen de andere. We zijn dus niet de enigen die, met het weerbericht in het achterhoofd, slecht voorbereid van huis gaan.

Image

We lopen door een zeer aantrekkelijk duingebied. Zandpaden en een heuvelachtig terrein van een bescheiden woestheid, met mysterieuze vergezichten. Links beheerst door een reusachtig kruis op een heuvel, dat met bijbelse allure overal bovenuit torent. Rechts doemen uit de heiige achtergrond regelmatig  de rokende, dampende contouren van de hoogovens op, het eeuwig vuur bleek oranje in top. Schotse Hooglanders met fotogeniek gekrulde horens staan met ongekamde haren voor de ogen onverstoorbaar in de verte te staren, tot aan hun buik in het spiegelend water. Aan de rand van het ven hoedt een waakse zwaan over zijn grijze jongen. Met veel kabaal zoekt een grote troep ganzen zijn heil een stuk verderop. Een aalscholverkolonie resideert mistroostig op een eigenhandig doodgescheten skelet van boomtakken en stammen, en biedt een prehistorische aanblik in zwart wit. Zeer langharige rupsen, in zwart en oranje, haasten zich van links naar rechts over het pad en kriskras door de berm. Als we er eenmaal op letten, zien we er steeds meer. Je zou er jeuk van krijgen. Het zou leuk zijn, bedenken we, wanneer tenminste één van ons nu wist, en uitgebreid kon vertellen, welke rups dit dan was, en van welke vlinder. Al was het alleen maar de Nederlandse naam. Maar we hebben geen idee. Thuis biedt het alwetend internet gelukkig uitkomst. Het blijkt de Grote Beervlinder, een wat de rups betreft dus zeer toepasselijke naam. Het is een dagactieve nachtvlinder, leren we ook nog. Die bestaan dus ook in het dierenrijk.

Image

Bij Parnassia aan Zee leggen we aan voor een kop thee. Niet dat we ons er heel erg welkom voelen want nog voor we er goed en wel zijn, pepert een onvriendelijk groot bord ons al een flink aantal regels in, waar we ons maar aan te houden hebben. Zo mogen we er niet op een laptop werken bijvoorbeeld, of op een tablet. Geen honden, geen eigen consumpties. Geen rennende kinderen, niet met de deuren slaan. Er worden bovendien géén waterflesjes gevuld en  toiletbezoek kost vijftig cent. Dat geldt ook voor klanten, legt een hip langs ons heen kijkende jongeman uit, omdat er namelijk een toiletjuffrouwtje zit. Om te controleren dat je niet stiekem flesjes met water gaat staan vullen, vermoeden wij. Het is blijkbaar het soort gelegenheid waar je, als je een glas water bij je eten vraagt, een designflesje peperduur onzinwater krijgt opgedrongen. Een mooie gelegenheid om wijlen Martin Bril eens aan te halen, die in zulke gevallen wraak nam door met een stalen gezicht te beweren dat hij Spa róód had besteld. Maar goed, waar maken we ons druk over, we hebben ons eigen water mee en als we het vriendelijk vragen, krijgen we zelfs nog een lepeltje bij de thee, om mee te roeren. Bovendien is er intussen een kleurrijke zwerm deftige oudere dames het terras opgefladderd die voor afleiding zorgt. Allervriendelijkst draaien de dames verbaal om elkaar heen om te bepalen wat de beste plek zou zijn om gezellig te gaan zitten, met z’n allen. Het maakt geen van de dames ook maar íets uit, al hebben ze op elkaars suggesties wel allemaal wat af te dingen. Waar ze het wel meteen over eens zijn, is dat ze eigenlijk het liefst op het afgesloten gedeelte van het terras zouden zitten.

Image

Langs het strand lopen we richting IJmuiden. En dat is ook wel weer eens wat anders, want al lopen we het Kustpad, de zee laat zich maar weinig zien. We klagen niet, maar het is fijn om onze vriend vandaag weer te ontmoeten. De zon blikkert op de metalige branding, golven zijn er nauwelijks, het strand strekt zich leeg voor ons uit. Het havenhoofd trekt een streep in de zee, en af en toe passeert in de verte een schimmige boot.
Voor het laatste stuk naar Santpoort Noord trekken we over de Duin en Kruidberg landinwaarts. In het rulle zand van het duin naar boven kronkelen en krioelen kleine zwarte rupsjes of wurmpjes of larfjes, we weten het weer eens niet maar ook hier is het: hoe langer we kijken hoe meer het er zijn. Thuis op internet determineren we het beestje als de grote tweestreep, een miljoenpoot. Een tikkeltje overdreven, deze benaming, dunkt ons, want groot kun je hem echt niet noemen met zijn hooguit anderhalve centimeter en bij nader inzoomen op de foto bleken er inderdaad wel pootjes aan te zitten, maar een miljoen waren het er zeker niet.

HK haarlem santpoort noord en 7sounds 116

We wandelen door een afwisselend duingebied met zandvlaktes, loof- en naaldbos en waterige stukken. We treffen een kudde shetlandpony’s, en later ook konikspaarden. In het ’s-ochtends nog natgeregende bos moeten we oppassen dat we niet met iedere stap een wijngaardslak vertrappen, ze glijden met tientallen over het pad. Verderop ligt in de zon een slangetje te bakken, bronsbruin glanzend. Wat spannend! Een echte slang! We weten het zeker deze keer, we zien een piepklein gitzwart tongetje in- en uitschieten en worden duidelijk argwanend in de gaten gehouden door twee glinsterende oogjes. Een hazelworm kan het dus niet zijn want die is blind. Tenminste, dat dachten we. Toch? Voor de derde keer blijkt echter dat we natuurliefhebbers van likmevestje zijn. Wikipedia toont onomstotelijk aan dat het weldegelijk een hazelworm was. Heus niet minder bijzonder natuurlijk, maar we hadden toch een klein beetje op iets gevaarlijkers gehoopt.

Advertenties

De kunst van het omdenken

Hollands Kustpad, van Haarlem naar De Zilk, gelopen op vrijdag 11 april 2014

Het is verleidelijk, op een ochtend als deze, in welgemeend gemopper op de NS te blijven hangen. Aan de andere kant, als je twee keer moet overstappen onderweg, weet je het eigenlijk al: dat gaat natuurlijk een keer fout. Je kunt je daar ook bij neerleggen. In mijn jonge jaren was de grap al dat NS de afkorting was voor Niet Stipt. Mijn jonge jaren, kun je nagaan. En in al die tijd is dat blijkbaar niet veranderd, al is het lachen me soms ook wel een beetje vergaan, inmiddels.
Waar vanochtend de ene trein met vijf minuten vertraging het station binnenloopt, vertrekt de aansluitende sprinter evengoed precies op tijd, waardoor hij dus niet meer aansluit, en ik hem nog juist het perron zie verlaten. De bus naar De Zilk kunnen we nu ook wel vergeten, en die rijdt eens in het uur. Gelukkig bedenkt mijn schoonzus, mijn wandelgenoot, die van de andere kant aan komt rijden, in de gauwigheid dat we de etappe ook best andersom kunnen lopen. Van Haarlem naar De Zilk.
En zie: zo keren de zaken zich dan al snel weer ten goede, want nu starten we de dag met een vrolijke cappuccino en onze bol in de zon op een terras aan het Spaarne. Dat was in De Zilk zeer zeker niet gelukt. Bovendien dwalen we nu aan het begin van de dag door het oude centrum van Haarlem, langs vriendelijke hofjes en glopjes en historische grandeur, die we aan het eind van een stevige dagmars en haastend op weg naar de trein vast minder op waarde hadden weten te schatten.

Afbeelding

Tevreden over deze wending en ons eigen creatief omdenkend vermogen verspreiden we blijkbaar zoveel vrolijkheid en plezier dat het opvalt: er wordt veel en welwillend gegroet, in Haarlem. Een mevrouw die ons, bekent zij, per ongeluk zo smakelijk hardop hoort genieten, vertrouwt ons toe dat zíj daar nog helemaal niet aan toe was gekomen, aan genieten, de afgelopen dagen, met al dat mooie weer. Omdat ze niks anders deed dan de tuin en de schuur op orde brengen. Even vrezen wij een ellenlange klaagzang, maar ons advies onmiddellijk met een kop koffie in de zon te gaan zitten, neemt zij prompt ter harte, en wij wandelen verder.
Een eindje richting Zandvoort, langs deftige lanen  en uitgestrekte landgoederen, stuiten we op Kraantje Lek, niet te verwarren met de halfgelijknamige rapper. Het is een uitspanning waarvan de naam zeer tot onze verbeelding spreekt, ook omdat wij die om één of andere reden al heel lang kennen, zonder er ooit geweest te zijn. Een herberg, volgens het bijbehorend bord, waar in zeer vroeger tijden de vissers uit Zandvoort, met hun zilte koopwaar lopend op weg naar de Haarlemse vismarkt, even neerstreken. Maar die ruige tijd is voorbij. Nu blijkt het een doodgewoon pannenkoekenhuis te zijn, waar groepjes dagjesmensen saai op af sloffen, vanaf de zilvergrijze middenklasser op het parkeerterrein. Zodat wij Kraantje Lek bij nader inzien liever laten voor wat het is.
We beklimmen een rulle zandheuvel, de eerste voorpost van de duinen, en vinden een omgevallen boom om even op te zitten. Tijd voor de traditionele mueslibol met oude kaas. We krijgen al snel luidruchtig gezelschap van twee vermoedelijke bakfietsmoeders. In elk geval gaan ze geheel in die voor hun leeftijd misschien net iets te meisjesachtige stijl gekleed: met kleurige jasjes, genopte rokjes over driekwart leggings, het haar in een schijnbaar achteloze knot, zonnebril niet ter zake doend bovenop het hoofd. Hijgend en puffend bereiken zij onze top.
“Dit is toch niet leuk?”, schalt de eerste die boven is, en kijkt naar ons voor bijval. Wij vinden het geen handige opmerking naar mensen met wandelschoenen, rugzakken en mueslibollen met oude kaas, maar we glimlachen beleefd. Bovendien, kakelen de bakfietsmoeders beteuterd verder, hadden ze eigenlijk verwacht dat ze vanaf deze top een fraai uitzicht over de zee zouden hebben. Maar Haarlem ligt niet aan zee, zo blijkt. Dus hoewel ze allebei een grote, dure camera om de nek hebben hangen, gaan ze zonder een foto te maken al snel weer naar beneden. Drie kwartier naar Zandvoort lopen, dat wordt ze echt te dol. Dat is iets dat je beter te paard kunt doen, besluiten ze eensgezind.

Afbeelding

Wij krijgen de zee trouwens ook niet te zien vandaag. Na de Kennemerduinen buigen we ruim voor Zandvoort af, de Amsterdamse Waterleidingduinen in, waar we de rest van de dag zullen lopen. Een uitgestrekt en afwisselend gebied. We lopen over bospaden, onder het fris, ontluikend groen. We zien donker naaldhout, we passeren meertjes en vennen. Komen soms langs weidse zandvlaktes die eerder aan verre savannes of steppen doen denken, met hier en daar een enkele noeste, weerbarstige boom. Op andere plekken geven strakke betonnen beekjes, langs wiskundige bochten meanderend, het landschap eerder een parkachtige aanblik. Hier stroomt het toekomstig drinkwater van de Amsterdammer onder de brug.
Net als bij de vorige etappe struikelen we over de herten. We zien ze na bijna iedere bocht. Ze zien ons ook, maar schuw zijn ze nauwelijks. Het kost zó weinig moeite ze te fotograferen dat we dat op het laatst ook maar achterwege laten. Al blijft het een bijzondere ervaring deze dieren in het wild tegen te komen. Het woord overlast komt niet meteen bij ons op, al staan ze natuurlijk ook niet bij ons in de achtertuin de knoppen van de bomen te vreten.
Eenmaal weer terug in De Zilk, waar we de laatste keer ook al waren geëindigd, is het de bus die ons in de steek laat. In de veertig minuten die we moeten wachten, kunnen we, zo rekenen we snel even uit, net zo goed zelf naar station Hillegom lopen. Waar we dan, als we een beetje dóórlopen én het even mee zit, precies de sprinter terug naar huis kunnen halen.