Van Katwijk naar de Zilk

Een fotoverslag van een etappe van het Hollands Kustpad, van Katwijk naar De Zilk.

Advertenties

Zwartwandelen tussen tam wild

Hollands Kustpad, Katwijk – De Zilk, gelopen op 22 februari  2014

Halt! Besetzt! Het snerpt bijna karikaturaal over het tot dan zo zacht tevreden en vredig murmelend terras, voor het eerst zonovergoten en goedgevuld waarschijnlijk, dit jaar. Heel even verwachten we Rijk de Gooijer in een Wehrmacht-uniform, maar het is een wat vroege Duitse toerist. Die trouwens wel méént wat hij zegt. Hij heeft zijn jasje niet voor niets over één van de laatste twee terrasstoelen gehangen, vóór hij binnen ging bestellen, dus die laatste twee stoelen zijn voor hem. Verdammt noch mal! Zacht voor zich uit monkelend kiest de man die er juist wilde gaan zitten het hazenpad. De Duitse toerist en zijn vriendin nemen plaats en trekken zich tevreden hand in hand van hun bier nippend niets aan van het gesundes Volksempfinden dat hier, anderhalve generatie later, toch nog altijd over het terras huivert.
We zijn dan al bijna aan het eind van de etappe en hebben ons door de uitbundige zon en het terras laten verleiden vast wat op de zomer vooruit te lopen en even te gaan zitten en iets te drinken. Modern gewend aan digitaal betalen als we zijn, kunnen we er nog net genoeg contant geld voor uit twee portemonnees schrapen. Op het terras is het vervolgens nog warmer dan we al dachten, maar dat blijkt ook te komen door een rijtje warmtelampen, die de zon blijkbaar toch nog niet helemaal vertrouwen, zo in zijn eentje.  Nou ja goed, voor ons en voor het milieu had dat niet gehoeven, maar het komt misschien ook omdat het weer er vanochtend, toen we uit Katwijk vertrokken, een stuk somberder uitzag.

Afbeelding

Onder pittoreske donkergrijze wolken namelijk lopen we om te beginnen over de boulevard van Katwijk, door de duinen, naar de boulevard van Noordwijk en trekken op grond hiervan de voorlopige conclusie dat badplaatsen eigenlijk nooit echt heel erg mooi zijn. Zelfs niet sfeervol. Te veel moderne tijden hebben er te vaak hun tanden in gezet en alle joyeuze allure die je er zou verwachten, en die er vroeger natuurlijk ook geweest is, is verdwenen of verloederd tussen lelijke, grootschalige wansmaak. Kleine stukjes vergane glorie vinden we er nog van terug.
In Katwijk wordt zelfs het strand zelf onder handen genomen. Op de kaart gezet, misschien wel, lieve help. Het is in elk geval hermetisch afgesloten en het groot materieel rijdt er als in een jongensdroom brommend en brullend af en aan.
In Noordwijk hangen zoveel intimiderende bordjes en borden met drank-, drugs-, overlast- en samenscholingsverboden in het rond, dat je je er onveilig bij zou gaan voelen. Wij hoeven niet uit in Noordwijk, dat is duidelijk. Al kopen we er wel een haring, bij een haringkar aan de voet van de duinen. We geven er zelfs ons laatste beetje geld aan uit, wat ons verderop op de dag nog bijna in de problemen zal brengen, op een terras in de zon. Aan de wel erg keurig nette jongemannen die achter de vitrine staan menen we te kunnen zien dat Noordwijk nog altijd die streng religieuze inborst heeft, die van oudsher gebruikelijk is in vissersdorpen. Zo treffen we dus toch ook nog iets waar de moderne tijd blijkbaar geen vat op heeft gekregen. De haring krijgen we bovendien op een stuk papier, in plaats van een plastic bakje. En dat is ook lang niet gek.

Afbeelding

In de duinen voorbij Noordwijk, waar de zon inmiddels is gaan schijnen, waan ik mij plotseling een beetje in het Zwarte Woud. Langs een modderig en met grote tractorbanden kapotgereden bosweg liggen hoge stapels in stukken gezaagde stammen op nadere orders te wachten. Met felle kleuren uit de spuitbus is met vreemde afkortingen en codes aangegeven welk hout van wie is, precies zoals ik dat op mijn wandelingen tijdens onze zomervakanties in Duitsland zo vaak tegenkwam. Het verschil is dat er hier in de Hollandse duinen op gezette afstanden een bordje aan hangt, dat waarschuwt voor de gevaren, en verbiedt er op te klimmen. Immer liever blo Jan.
Voor we bij het Langevelderslag weer landinwaarts trekken, lopen we eerst nog een stuk langs de zee.  Altijd een prettig weerzien. En we zien de zee tijdens deze wandelingen nou ook weer niet zo vaak als je van een kustpad misschien zou verwachten.
De Zilk bereiken we via de Amsterdamse Waterleidingduinen. Een uitgestrekt duingebied waar, de naam zegt het al, Amsterdam zijn drinkwater heeft liggen, om te zuiveren. Bij de ingang vertelt een gebrekkig geplastificeerd A4tje ons nog net dat we een toegangskaart nodig hebben. Eigenlijk wisten we dat wel maar alweer blijken wij, vijftigers nota bene, te modern voor deze wereld, want wij hadden hier natuurlijk gewoon een automaat verwacht. Waar je je toegang kunt pinnen. Het is tenslotte een voorbode van de wereldstad Amsterdam. Maar nee, dat hadden wij gedacht. De toegangskaarten zijn op drie verschillende adressen te krijgen, met moeilijke openingstijden en alle drie op minstens een uur lopen afstand. We besluiten voor deze keer dan maar eens zwart te wandelen, dat hebben we nog nooit gedaan. Doen wij ook eens een keer iets dat niet mag. En hé, dit is Amsterdam, nietwaar?

Afbeelding

Waar de waterleidingduinen ook bekend om staan, zijn de herten. Hertenoverlast, volgens anderen. We hadden ze al op de blanke top der duinen zien springen toen we nog langs het strand liepen, dus misschien zit er wel iets in, in dat standpunt, maar aan de andere kant blijft het een bijzondere ervaring deze dieren zomaar min of meer in het wild tegen te komen. Zeker de mannetjes, met hun enorme geweien, zijn bepaald indrukwekkend.  Wild is een groot woord blijkt trouwens al gauw want wegrennen is er niet bij. Maar goed, dat doen Heckrunderen ook niet, dus wat zou het? Ons hoor je niet klagen. En zeker vandaag niet. Een dag met een gouden randje zogezegd.

Olifantenpaadjes in de Ganzenhoek

Hollands Kustpad, van Den Haag naar Katwijk, gelopen op zaterdag 18 januari 2014

Vijfenveertig jaar heb ik in Den Haag gewoond, acht jaar ben ik er nu weg, en ik kan me eigenlijk niet anders herinneren dan dat het centrum een bouwput is. Altijd wordt er wel iets afgebroken, gegraven of geboord en gedurig leeggepompt, of anders wordt er wel iets nieuws en groots neergezet. Dat dan twintig jaar later, wanneer iets anders nieuws en groots net af is, weer wordt afgebroken. Omdat het niet meer aan de moderne tijd voldoet. Niet meer in de visie op de stad past. En ondertussen is dát dan blijkbaar de moderne tijd, en de visie op de stad: zolang er gebouwd en gebroken wordt, is er hoop. Hoop op allure, op het ware metropolisme.
Wanneer we op het Centraal Station uit de trein stappen, zien we het meteen: alles is nog precies zoals het was, want er is weer van alles veranderd. Of het ten goede is, valt nog moeilijk uit te maken, het is nog niet helemaal af. Tenminste, dat denken we. En staande op het stationsplein hópen we het eigenlijk ook een beetje. Het is dat wij het weten, maar je zou hier niet zeggen dat Den Haag dus best een mooie stad is. En wat een wonderlijke beslissing om bij al dat slopen en breken uitgerekend Babylon te sparen, al is het slechts gedeeltelijk.
Voor onze wandeling duiken we op hooguit vijf minuten lopen van het perron het Haagse Bos in. En herontdekken zo wat Den Haag óók tot een bijzondere stad maakt: de enorme hoeveelheden groen. Nooit gedacht dat ik juist dát zou gaan missen na de verhuizing, naar het platteland nota bene. Bossen, parken, duinen en landgoederen.. we lopen Den Haag uit zonder het nog te zien. Behalve  uiteraard de skyline, die zich bij het omkijken nog lang en regelmatig aan het uitzicht blijft opdringen.
Door het Haagse Bos, langs Landgoed Duindigt, Park Oosterbeek en Clingendael bereiken we de duinen. De Waalsdorpervlakte en Meijendel.
Al is het januari, er hangt onmiskenbaar een snufje lente in de lucht en het is druk, in groen Den Haag. Overal wordt gesport en bewogen, gerekt en gestrekt en gejogd en met de hond en de kinderen gelopen. De pannenkoekenboerderij in Meijendel is afgeladen. De pannenkoeken worden er in speciale, ik mag aannemen typisch Hollandsche rekjes van zes tegelijk van de balie afgehaald. In Clingendael, stijlvol toevluchtsoord voor de betere Haegsche buurt, passeren we twee in dure outfit gehesen heren, waarvan er één – glimmend kaal met duur montuur – duidelijk de inmiddels onvermijdelijke personal trainer is van de ander, die daar, nu wij zo langswandelen, wat sullig een klein beetje spijt van staat te hebben. Wij voelen met hem mee, uiteraard, al was het natuurlijk zijn eigen idee. Vitaal legt de personal trainer twee felgele schijven op het pad, een meter of tien uit elkaar. Daar zal tussen heen en weer gesprint moeten worden, vermoeden wij. Veel professioneler dan tussen twee bomen, nemen wij ook onmiddellijk aan. Luid en omstandig legt hij zijn cliënt uit hoe die zijn ene voet voor de andere moet zetten. Op de grond ligt een serieus ogend, geplastificeerd schema met plannen voor de rest van de middag. Of de personal trainer een fluitje om zijn nek had, zou ik nu, achteraf, eigenlijk ook nog wel willen weten.

Afbeelding

Het leuke van de Waalsdorpervlakte, weet ik nog uit mijn eigen jeugd en ook uit die van mijn jongens, is dat er eigenlijk geen paden zijn. Het is één van die zeldzame stukken Nederlandse natuur waar je niet op het pad en achter het hek hoeft te blijven, niet struikelt over de bordjes van: Pas Op! Natuur! En: Niet Betreden! Kwetsbaar Gebied! Maar waar je je goddelijke gang kan gaan, als cowboy en indiaan. Man, ik heb wat spannende jongensavonturen beleefd op deze zanderige vlakte. Tussen het helmgras en de kromgegroeide, scheefgewaaide grove dennen, in verlaten duinpannetjes en de half ondergestoven, geheimzinnige en beetje griezelige, duistere bunkers, die er toen nog stonden. En in de winter, als er sneeuw lag, kon je er met een slee je geluk helemaal onmogelijk op, zo leek het. We besluiten hier dan ook van de officiële route uit het boekje af te wijken, aangezien die ons nou net over de enige verharde weg in deze wijde omtrek voert, waar we ook nog eens  iedere dertig seconden opzij moeten springen voor alweer een potsierlijk bontgekleurd langszoevend peloton. Liever zoeken we nog één keer ons eigen pad, al wordt het natuurlijk nooit meer zo spannend als toen.
Tweemaal komen we de Tweede Wereldoorlog tegen, op weg naar Katwijk. Behoorlijk indringend zijn de vier bronzen kruizen op de Waalsdorpervlakte, bekend natuurlijk van de nationale dodenherdenking op tv. Door hun stille eenvoud, hun gewoonweg daar staan, zonder al teveel opsmuk of tekst en uitleg, dwingen ze tot een moment van rust en overdenking. Dit in tegenstelling tot het restant van de Atlantikwall dat we vlak voor Katwijk tegenkomen. Het is ongetwijfeld ongepast, maar het idee dat deze muur serieus bedoeld was van Spanje tot aan Scandinavië door te lopen, wekt eerder hilariteit dan eerbiedig stilzwijgen. Dit betonnen muurtje van amper anderhalve meter hoog valt op geen enkele manier te rijmen met het geweld en de platgebombardeerde steden zoals we die van de oorlog kennen. Het lijkt eerder een overblijfsel uit een veel en veel ouder verleden.
Vanaf Hoek van Holland, waar we twee etappes geleden startten, hebben we al veel van de duinen gezien, onvermijdelijk bij een Kustpad. En het is interessant om te zien dat die overal anders zijn. Soms weids en open, soms rijk bebost, dan weer weerbarstig begroeid met duindoorn en helmgras. Tussen Wassenaar en Katwijk ligt een stuk dat ook voor ons nieuw is. We herinneren het ons als een met grijze doornstruiken dichtgegroeid en niet toegankelijk stuk duingebied waar je alleen langs kon fietsen, op een slecht onderhouden fietspad. Nu is het een vriendelijk en open gebied, zandheuvels afgewisseld met mosgroene, drassig soms, met veel ruimte voor vennen en plassen. Hier en daar zijn we aangewezen op olifantenpaadjes omdat het bedoelde pad onder water is komen te liggen. In de langzaam opkomende schemer lijkt het oranjegeel van de duindoornbessen bijna op te lichten. Verderop drijven twee zwanen kalm in een meertje. Aan de horizon verschijnt Katwijk. Wanneer we er de boulevard oplopen is het donker, en tijd voor een biertje.