Aristocratische gekkigheid

Een etappe van het Hollands Kustpad, van Driehuis tot Castricum, gelopen op vrijdag 27 juni 2014

We smokkelen er een paar kilometer af vandaag, en nemen de trein naar Driehuis. In plaats van naar Santpoort Noord. Ach, veel scheelt het niet eens, maar heel eerlijk gezegd zijn onze verwachtingen voor het eerste gedeelte van deze etappe niet al te hooggespannen. Het pontje bij Velsen, okay, dat is leuk, een pontje is altijd leuk, maar voor de rest hebben we er tot Wijk aan Zee een beetje een hard hoofd in. Dus hoe eerder we daar zijn hoe beter.
Wel hebben we eerst zin in koffie, het liefst met appeltaart. Op Driehuis hoeven we wat dat betreft niet te rekenen, merken we al gauw. Dat de trein uit Amsterdam er stopt is wel weer genoeg wereldse zwier, vinden ze daar waarschijnlijk. Misschien hebben we niet goed opgelet hoor, maar zelfs onder de kerktoren treffen we geen café. We zullen ons geluk verderop moeten beproeven.

HK driehuis - castricum 042

Op landgoed Beeckestijn bijvoorbeeld, waar we al snel terechtkomen. Daar lijkt het te gaan lukken, want daar zit al iemand met koffie op het terras. Het is iemand van de bediening dus dat is makkelijk, dan kunnen we meteen bestellen. Tenminste, dat hadden wij gedacht. Ha! Met een klantvriendelijke glimlach worden we gewoon van het terras geweerd. Het is nog niet open. Ze is er zelf nog maar net, zegt de bediening, en blaast in haar koffie. Dus. Vanaf elf uur zijn we welkom. Tien minuutjes. En geen seconde eerder. Gastvrijheid op zijn Hollands.
Ontredderd vervolgen wij onze wandeling. Zó ontredderd zelfs dat we op het toch zeer overzichtelijk volgens Engelse tuinwetten aangelegd landgoed de draad kwijtraken, aarzelend op onze schreden terugkeren en toch nog een extra rondje draaien. Mét een half oog voor de buitenexpositie trouwens, die op het landgoed is ingericht en waar juist een groepje welwillend toeluisterende bejaarden langs wordt geleid, door een gids die alles wat zij weet voorleest uit een map.

HK driehuis - castricum 041

Zo zien we bijvoorbeeld een groot, niet te missen, fluorescerend groen vierkant op de grond liggen, met op iedere hoek een wat aanstellerig, wit beeld, dat, door de reflectie van het vierkant natuurlijk, groen wordt aangelicht. Het is ons niet meteen duidelijk of de beelden er al stonden, of dat ze er voor de gelegenheid zijn neergezet, al lijkt het eerste het waarschijnlijkst. Verschillende honden hebben hun modderig spoor al over het vierkant getrokken, waardoor het kunstwerk ook een beetje wordt teruggebracht tot het zeildoek dat het is. Of dat goed is, weten we niet.
Verder staat er een kruisvormig bouwsel van transparante, zéér rode plastic bakstenen. Als je er doorheen loopt, of er middenin gaat staan, zie je alles rood. Tja, dat wel. Het ziet er wat haastig afgewerkt uit en doordat het op een onderstel van verchroomde buizen met zeer lullige zwenkwieltjes staat, lijkt het eerder een afgedankt stuk winkeldecoratie dan een folly. Want dat is het, wat we hier zien, lezen we de week erna in een ook nog enthousiaste Volkskrantrecensie. Folly’s, dames en heren. Gebouwtjes zonder functie. Dwaasheden. Aristocratische gekkigheid uit de achttiende eeuw, waar op het landgoed Beeckestijn ook ooit voorbeelden van te vinden zijn geweest. Nu wel zéér dunnetjes overgedaan en naar de moderne tijd gehaald, wat ons betreft. Wij zijn in dit geval toch echt meer gecharmeerd van de om de hof gemetselde slangenmuur, uit de achttiende eeuw. Sorry. De bejaarde kunstliefhebbers ondertussen, hebben plaatsgenomen op het inmiddels geopende terras. Maar wij zijn gekke Henkie niet natuurlijk, en lopen ijskoud door.

HK driehuis - castricum 056

Dat onze verwachtingen óók maar wat doen, blijkt als we Velsen Zuid inlopen. Een onvermoed stukje oud Hollandsche glorie. Vriendelijke straatjes en pleintjes met bakstenen trapgeveltjes, gezellige pannendakjes, kruislatten in de vensters en luiken langszij. Stokrozen in alle kleuren bloeien metershoog in de zon. Leiboompjes fris in het groen. Pas in tweede instantie valt op dat nergens auto’s staan geparkeerd. Waar men ze hier laat.. geen idee, maar niet voor de deur. Het levert een romantisch ongeschonden straatbeeld op dat niet zou misstaan in een film van Bert Haanstra. Jammer dat Velsen Zuid maar zo klein is. Voor we het weten zijn we er alweer doorheen en staan we aan de barre oever van het Noordzeekanaal. Met uitzicht op allerhande rokende en dampende bedrijvigheid. Schoorstenen, kranen, windmolens en moeilijk te doorgronden gebouwen. Aan de overkant wordt vanaf een roestig en afgebladderd zeeschip een klein boodschappenbootje te water gelaten.

HK driehuis - castricum 082

Met de pont steken we het Noordzeekanaal over. Autoverkeer is er niet, wel fietsers en voetgangers. Naast ons op het houten bankje ploft zuchtend een Chinese man neer. Hij is onderweg naar Alkmaar, vertelt hij, en wijst op een mountainbike die zo op het oog veel te klein voor hem is. Vanavond rijdt hij weer terug. Hij gaat er op visite. De man spreekt vloeiend maar moeilijk verstaanbaar Nederlands en zijn bruingeblakerd en zeer geschonden gebit maakt het zeker niet makkelijker ons op zijn woorden te concentreren. Niettemin begint hij een begeesterd gesprek over de meeuw, die ons vanaf een meerpaal, vlakbij, nauwlettend in de gaten zit te houden, met z’n roodomlijnde oogjes. Een mantelmeeuw, meen ik te weten. Een agressieve vogel, volgens de man. Hij is er drie keer door aangevallen. Niet per se door dit exemplaar, zoals ik eerst nog ongelovig informeer, maar door soortgenoten. Want agressief zijn ze allemaal, weet de man met grote stelligheid. Hij illustreert zijn verhaal met een aantal lastig te volgen voorbeelden van vrienden en bekenden die ook werden aangevallen door meeuwen, inclusief een voorval waarbij dat fataal was afgelopen voor de betrokken meeuw. Iets waar de politie nog aan te pas was gekomen, omdat je niet zomaar een meeuw mag doden. Vlak voor aankomst aan de overkant van het kanaal begint de man een nieuw verhaal. Over tafeltennis ditmaal, een sport die hij volgens eigen zeggen fanatiek beoefent. Net als we beginnen te vrezen dat we hem niet meer kwijt zullen raken vandaag, we zijn alweer aan wal, springt hij op zijn fiets en wenst ons een goede wandeling. We zien dat zijn mountainbike inderdaad aan de kleine kant is. En Alkmaar is best nog ver weg.

HK driehuis - castricum 094

Het gebied waar we vanaf de pont doorheen lopen is waarschijnlijk één van de lelijkste stukjes van ons land. Dat moet wel. Er zijn industriële gebieden die in hun lelijkheid, of in hun verval, of in hun hightech functionaliteit nog iets van schoonheid herbergen. Mooi van lelijkheid zogezegd. Maar Velsen Noord is echt alléén maar lelijk. Zonder enige charme. Troosteloos, vreugdeloos, hopeloos. We maken er verder geen woorden aan vuil, dit strookt dan toch weer geheel met onze verwachting. Net als de weg die we volgen naar Wijk aan Zee. Het is dat het moet, maar leuk is anders, zo vlak langs het razend autoverkeer. Als we dan in de duinen voor Wijk aan Zee de roodwitte markering voor de zoveelste keer kwijtraken vandaag dreigt het humeur zelfs een beetje te bezwijken, zo hier en daar. Wijk aan Zee kan dan allang geen goed meer doen. Het is ons een raadsel wat toeristen hier vinden. Als je de zee zoekt zijn er verdorie wel betere plekken te vinden dan dit rafelige gat. Dit tegen de duinrand aan gewaaid achterstandswijkje. En dat het voor de helft is ingepakt in ratelend oranje landbouwplastic helpt ook niet echt. Wat wel helpt is de appeltaart, eindelijk!, op het terras van Gewoon Wijk aan Zee. Die verzoent ons weer met de loop der dingen, precies zoals ons door de goedgeluimde bediening was beloofd. Zelfs de geluidstechnici, die zich met veel wanthoe en oyoyoyo door de microfoon een kwartiertje goedbetaalde dj’s wanen maar in werkelijkheid voorbereidingen treffen voor wat bij navraag de jaarlijkse zeepkistenrace blijkt te zijn, ondergaan wij met een milde glimlach. Waarom niet? Eenmaal in de duinen achter Wijk aan Zee aanbeland komen we zelfs een zeepkist tegen. We wensen hem een goede race.

HK driehuis - castricum 166

Tot we uiteindelijk afbuigen naar Castricum lopen we door een uitgestrekt en afwisselend duingebied. Bossen en zanderige vlakten, tanige boompjes aan de horizon, watertjes en heuvelachtig terrein met erachter de onzichtbare maar immer aanwezige zee. We zien Schotse Hooglanders, lui verscholen in het kreupelhout. We zien Scottish Blackface schapen rondstruinen en plotseling een vos, die zich snel uit de voeten maakt. We stuiten op een wat aan het oog onttrokken hekwerkje rond twee stenen platen in de grond. Het blijkt het graf te zijn van twee honden, Fifine en Arthur. De favoriete jachthonden van ene Jan Hendrik van Boelens van der Haer. Een rijke Hagenaar die het duingebied waar we doorheen lopen aan het begin van de vorige eeuw als privéjachtgebied in zijn bezit had. Over aristocratische gekkigheid gesproken. Het graf is juist gerestaureerd, meldt een bordje. Maar vast niet op kosten van de familie van Boelen van der Haer, denken wij. Een bosmuisje springt nog weg voor mijn voeten en een zebrarups kruipt over het bankje waarop we even rusten. Dat wordt straks een sint-Jacobsvlinder, leren wij ’s avonds op internet. Enorme aalscholverkolonies hebben hier en daar hele boompartijen in bezit genomen en schijten die systematisch van voor naar achteren hartstikke dood. Trieste, grijswitte staketsels zonder hoop op leven blijven over. Het biedt een vreemd contrast met het uitbundig bloeiend slangenkruid dat het laatste stuk tot aan Castricum zover het oog reikt in een levendige, paarse gloed zet.

Advertenties

Natuurliefhebbers van likmevestje

Hollands Kustpad, van Haarlem tot Santpoort Noord,
gelopen op dinsdag 3 juni 2014

Tjongejonge, we lijken wel een stelletje beginners! Sneue amateurs! Station Haarlem nota bene, geen onbekend terrein toch. Meer dan twintig minuten staan we bij verschillende uitgangen en bij verschillende bloemenstallen tevergeefs op elkaar te wachten. Lijdzaam aan te nemen dat de ander wel vertraging zal hebben. Pas dán kan er een sms’je van af. Ondertussen zien we trouwens wel allebei dezelfde lucht steeds donkerder worden. Terwijl alle weergoden nog wel in alle toonaarden hadden beloofd dat de zon ons de hele dag zou begeleiden, op ons kustpad. Mooie boel. Als we bij Het Wachtlokaal de wandeling openen met een cappuccino, klettert de regen al bijna meteen op het markies. Alsof het nog wat uitmaakt bekijken we buienradar maar eens en zien daar dat heel Nederland het bekende, groene onbewolkt is. Héél Nederland? Nee, alleen boven Haarlem hangt één klein, maar heel donkerblauw wolkje. Nou ja, dát klopt dan in elk geval. Fréderique Spigt, die hier blijkbaar de bediening doet, of het moest haar zuster wezen, heeft óók géén idee waarom het nou juist in Haarlem moet regenen. Wel brengt ze ons met alle plezier een tweede bakkie troost. En als het na een kwartiertje stevig bijpraten toch opeens weer droog is, steekt ze haar vrolijke hoofd nog even om de hoek om ons daar met een breed gebaar op te wijzen. Dat we op pad kunnen. Kijk eens aan. Andere steden roepen het wel van zichzelf, maar wíj denken, en niet voor het eerst: Háárlem heeft ‘t .

Image

Door een statig Kenaupark en de betere wijken met de ruimere huizen lopen we richting Overveen. Net voorbij het station begint het verdorie opnieuw te plenzen. Onder een lekkende boom bij de Joodse begraafplaats bezitten we onze ziel in lijdzaamheid, met een lichtgewicht plastic poncho voor noodgevallen, en een paraplu die die naam niet mag dragen. We zijn slecht voorbereid, beseffen we maar al te goed. Maar hé, de zon zou schijnen. Het is gewoon niet eerlijk.
Pal onder onze lekkende boom stopt een auto uit het duurdere segment. Een al even dure meneer stapt uit, en werpt schijnbaar achteloos een handjevol afval in een gemeentelijke afvalbak. Zonder boe of ba stapt hij weer in en rijdt verder. Twee heren zonder plu en zonder jas lopen zonder blikken of blozen langs, in dezelfde richting. Achter de muur, achter de getraliede poort staan de natte grafstenen wat ordeloos in het gelid. Het is tijd om verder te lopen.
Wanneer we de Kennemerduinen bereiken, breekt uiteindelijk definitief de zon door. Fijn voor ons, maar te laat voor een grote groep verzopen kleuters die, gehuld in zanderige handdoeken en plakkende zomerjasjes, de speelplaats verlaten, hand in hand terug naar school van een verregend uitje. Volgende keer toch maar paraplu’s meenemen, verzucht de ene beteuterde juf tegen de andere. We zijn dus niet de enigen die, met het weerbericht in het achterhoofd, slecht voorbereid van huis gaan.

Image

We lopen door een zeer aantrekkelijk duingebied. Zandpaden en een heuvelachtig terrein van een bescheiden woestheid, met mysterieuze vergezichten. Links beheerst door een reusachtig kruis op een heuvel, dat met bijbelse allure overal bovenuit torent. Rechts doemen uit de heiige achtergrond regelmatig  de rokende, dampende contouren van de hoogovens op, het eeuwig vuur bleek oranje in top. Schotse Hooglanders met fotogeniek gekrulde horens staan met ongekamde haren voor de ogen onverstoorbaar in de verte te staren, tot aan hun buik in het spiegelend water. Aan de rand van het ven hoedt een waakse zwaan over zijn grijze jongen. Met veel kabaal zoekt een grote troep ganzen zijn heil een stuk verderop. Een aalscholverkolonie resideert mistroostig op een eigenhandig doodgescheten skelet van boomtakken en stammen, en biedt een prehistorische aanblik in zwart wit. Zeer langharige rupsen, in zwart en oranje, haasten zich van links naar rechts over het pad en kriskras door de berm. Als we er eenmaal op letten, zien we er steeds meer. Je zou er jeuk van krijgen. Het zou leuk zijn, bedenken we, wanneer tenminste één van ons nu wist, en uitgebreid kon vertellen, welke rups dit dan was, en van welke vlinder. Al was het alleen maar de Nederlandse naam. Maar we hebben geen idee. Thuis biedt het alwetend internet gelukkig uitkomst. Het blijkt de Grote Beervlinder, een wat de rups betreft dus zeer toepasselijke naam. Het is een dagactieve nachtvlinder, leren we ook nog. Die bestaan dus ook in het dierenrijk.

Image

Bij Parnassia aan Zee leggen we aan voor een kop thee. Niet dat we ons er heel erg welkom voelen want nog voor we er goed en wel zijn, pepert een onvriendelijk groot bord ons al een flink aantal regels in, waar we ons maar aan te houden hebben. Zo mogen we er niet op een laptop werken bijvoorbeeld, of op een tablet. Geen honden, geen eigen consumpties. Geen rennende kinderen, niet met de deuren slaan. Er worden bovendien géén waterflesjes gevuld en  toiletbezoek kost vijftig cent. Dat geldt ook voor klanten, legt een hip langs ons heen kijkende jongeman uit, omdat er namelijk een toiletjuffrouwtje zit. Om te controleren dat je niet stiekem flesjes met water gaat staan vullen, vermoeden wij. Het is blijkbaar het soort gelegenheid waar je, als je een glas water bij je eten vraagt, een designflesje peperduur onzinwater krijgt opgedrongen. Een mooie gelegenheid om wijlen Martin Bril eens aan te halen, die in zulke gevallen wraak nam door met een stalen gezicht te beweren dat hij Spa róód had besteld. Maar goed, waar maken we ons druk over, we hebben ons eigen water mee en als we het vriendelijk vragen, krijgen we zelfs nog een lepeltje bij de thee, om mee te roeren. Bovendien is er intussen een kleurrijke zwerm deftige oudere dames het terras opgefladderd die voor afleiding zorgt. Allervriendelijkst draaien de dames verbaal om elkaar heen om te bepalen wat de beste plek zou zijn om gezellig te gaan zitten, met z’n allen. Het maakt geen van de dames ook maar íets uit, al hebben ze op elkaars suggesties wel allemaal wat af te dingen. Waar ze het wel meteen over eens zijn, is dat ze eigenlijk het liefst op het afgesloten gedeelte van het terras zouden zitten.

Image

Langs het strand lopen we richting IJmuiden. En dat is ook wel weer eens wat anders, want al lopen we het Kustpad, de zee laat zich maar weinig zien. We klagen niet, maar het is fijn om onze vriend vandaag weer te ontmoeten. De zon blikkert op de metalige branding, golven zijn er nauwelijks, het strand strekt zich leeg voor ons uit. Het havenhoofd trekt een streep in de zee, en af en toe passeert in de verte een schimmige boot.
Voor het laatste stuk naar Santpoort Noord trekken we over de Duin en Kruidberg landinwaarts. In het rulle zand van het duin naar boven kronkelen en krioelen kleine zwarte rupsjes of wurmpjes of larfjes, we weten het weer eens niet maar ook hier is het: hoe langer we kijken hoe meer het er zijn. Thuis op internet determineren we het beestje als de grote tweestreep, een miljoenpoot. Een tikkeltje overdreven, deze benaming, dunkt ons, want groot kun je hem echt niet noemen met zijn hooguit anderhalve centimeter en bij nader inzoomen op de foto bleken er inderdaad wel pootjes aan te zitten, maar een miljoen waren het er zeker niet.

HK haarlem santpoort noord en 7sounds 116

We wandelen door een afwisselend duingebied met zandvlaktes, loof- en naaldbos en waterige stukken. We treffen een kudde shetlandpony’s, en later ook konikspaarden. In het ’s-ochtends nog natgeregende bos moeten we oppassen dat we niet met iedere stap een wijngaardslak vertrappen, ze glijden met tientallen over het pad. Verderop ligt in de zon een slangetje te bakken, bronsbruin glanzend. Wat spannend! Een echte slang! We weten het zeker deze keer, we zien een piepklein gitzwart tongetje in- en uitschieten en worden duidelijk argwanend in de gaten gehouden door twee glinsterende oogjes. Een hazelworm kan het dus niet zijn want die is blind. Tenminste, dat dachten we. Toch? Voor de derde keer blijkt echter dat we natuurliefhebbers van likmevestje zijn. Wikipedia toont onomstotelijk aan dat het weldegelijk een hazelworm was. Heus niet minder bijzonder natuurlijk, maar we hadden toch een klein beetje op iets gevaarlijkers gehoopt.