Reigers en aalscholvers

cropped-p1030977.jpg

Van Schoorldam naar Bergen aan zee, een etappe van De Lange Weg Naar Huis, gelopen op zondag 17 maart 2019

We zijn onderweg naar Den Haag, mijn jongste zoon en ik. In etappes wandelen we van onze woon- naar onze geboorteplaats. En weer terug. Een maand geleden uit Schagen vertrokken staan we hier, op de Westfriese dijk, vlak voor Schoorldam, waar we vorige week gebleven waren en waar we ons vandaag weer af hebben laten zetten, dus nog maar aan het begin van onze lange weg naar huis. Vol goede moed uiteraard, want we doen het voor de lol. Bovendien is het weer eens prachtig weer, de zon komt telkens opnieuw achter de haastig voortjagende wolken tevoorschijn.. we hebben ja niks te klagen, dus dat doen we dan ook niet.
Via de helwitte Schoorldammerbrug steken we het in tegenlicht blikkerend Noordhollands kanaal over, duiken met het fiets- en voetgangerstunneltje onder de N9 door, langs het Betoverde Bos van kunstenaarsduo BlokLugthart, met de zeven gitzwarte merels die refereren aan het wapen van Schoorl, en door de lommerrijke buitenwijken van Schoorl lopen we richting de kust, die we pas in Bergen aan zee echt zullen bereiken.

P1030955

In die lommerrijke buitenwijken treffen we ook een klein maar fijn stukje bos waarin wat naaldbomen staan die hun kroon als een enorm parapluscherm hoog over het pad uitspreiden. Als zwarte gaten in het takkenpatroon ligt daarop een aantal flinke reigernesten verspreid. Dat het reigernesten zijn weten we zeker wanneer we een reiger net zo nieuwsgierig naar beneden zien kijken wie er daar onder zijn huis staat te dralen als wij naar boven of we een teken van leven ontwaren. Het is een koddig gezicht, die toch echt verbaasde vogelblik boven die eigenwijze puntsnavel. Wat de reiger van ons denkt wordt duidelijk wanneer een ferme straal dunne vogelpoep vlak naast ons in de berm fluimt. Dat had heel anders af kunnen lopen.

P1030966

Het centrum van Schoorl kondigt zich aan met een kerk en daarnaast het piepkleine oude raadhuisje. Omdat ik hier ter gelegenheid van een eerdere wandeling al eens wat over had opgezocht, kan ik nu ook aan mijn zoon vertellen dat dit schattige raadhuisje van 1601 is. Dadsplaining zou je dit kunnen noemen, omdat die wijsheid ook met grote, gouden letters op de gevel staat genoteerd. Het raadhuisje, lepel ik de rest van mijn internetkennis op, bestaat uit slechts één ruimte, de raadszaal. Met, okay, nog een portaaltje. Niettemin is het in gebruik geweest tot 1901 voordat het door inmiddels ook allang weer verlaten nieuwbouw werd vervangen. Over duurzaam bouwen gesproken. In 1931 kwam het gebouwtje in handen van de Vereniging Hendrick de Keyser, die zich het behoud van architectonisch of historisch waardevolle gebouwen ten doel heeft gesteld. Aan het Schoorlse raadhuis hebben ze een hele kluif gehad omdat de gemeente destijds bij de overdracht de voorwaarde had gesteld dat het gebouwtje een paar meter naar achter zou worden verplaatst, zodat, toen al, de weg verbreed kon worden, ten behoeve van het oprukkend autoverkeer. Het raadhuisje is toen baksteen voor baksteen afgebroken en iets naar achteren weer opgebouwd.
In het perkje voor raadhuis en kerk wordt één van Schoorls grootheden, schilder en tekenaar Jan van Scorel (1495 – 1562), geëerd, met twee bronzen beelden. Voor het raadhuis staat de kunstenaar zelf, ten voeten uit; voor de kerk een ruimtelijke opvatting van één van zijn schilderijen, de Jeruzalemvaarders. Daarover schreef ik al in de rubriek Kunst Onderweg op het weblog van de wandeling langs het Groot Frieslandpad.

P1030977

Bij het bezoekerscentrum beklimmen we de trap naar wat het hoogste duin van Nederland genoemd wordt, we spreken graag in de overtreffendste trap in ons landje aan de Zuiderzee. Eenmaal boven is het uitzicht echter zeker weids te noemen. Aan onze voeten ligt de landkaart van de kop van Noordholland. We zien de karakteristieke twee kerktorens van Schagen, waar we vandaan komen, dichterbij de kerktorens van Warmenhuizen en Dirkshorn, de windmolens langs de N242 en aan de horizon de flatgebouwen van Hoorn. Achter ons laat de zee zich al zien, tussen de Schoorlse duinen.
Vanaf hier volgen we de roodwitte stickers en pijlen van het Nederlands Kustpad richting Bergen aan zee. Al snel passeren we onafzienbaar lange rijen hoog opgetaste boomstammen die langs de weg liggen te wachten op verder transport. Hier wordt aan de natuur gewerkt. Natuurbeheer. Er is de laatste tijd veel over te doen.

P1030984

Natuurbeheerders claimen meer variatie in het landschap te willen aanbrengen door stukken bos te kappen: stuifduinen, verschraalde gebieden, heide, een hoger grondwaterpeil, waardoor ook verdwenen plant- en diersoorten hun herintrede zouden kunnen doen. Boze tongen beweren dat al dat gekapte bos de organisaties goed geld oplevert als biomassa voor het opwekken van groene energie, die daarmee uiteraard opeens een stuk minder groen wordt. En hoe lang kun je daarmee doorgaan voordat de bomen op zijn? Wij weten niet zo goed wie we moeten geloven. Maar een rotgezicht is het wel, zo’n muur van gerooide bomen. Verderop komen we inderdaad wat drassige stukken tegen, maar weten dan weer niet of dit nu al het resultaat kan zijn van al dat natuurbeheer. Verder vinden we het gebied waar we doorheen wandelen eigenlijk al behoorlijk afwisselend. We lopen door stoïcijnse naaldbossen waar de stammen kaarsrecht in het gelid staan en maar weinig verdere begroeiing onder zich gedogen, door zilverwit oplichtende, ijle berkenbosjes, door krullerige heksenbosjes waarvan de stammen en takken zich kermend en in grote radeloosheid ten hemel lijken te kronkelen. We doorkruisen heidevelden en passeren vennetjes en poeltjes, we stijgen en dalen en glooien tevreden met de zandpaden en klinkerweggetjes mee. Van ons zou het ook wel zo mogen blijven, mocht iemand het willen weten.

P1040057

Bij een klein meertje, gedeeltelijk omzoomd door grillige, zwart afgekloven skeletten van bomen treffen we twee aalscholvers die op een boomstronk vlak boven het water zitten te zitten. Het geheel biedt een licht prehistorische aanblik. Dat heb je met aalscholvers, daar is niet veel meer aan het basisontwerp gerommeld, sinds de schepping. Deze twee zitten niet in de karakteristieke houding met de vleugels wijd te drogen. Blijkbaar zijn ze al droog, en wachten ze tot het tijd wordt voor een nieuwe duik. Ze lijken niet erg onder de indruk van onze aanwezigheid en zelfs wanneer we steeds iets dichterbij sluipen, blijven ze onverveerd op hun boomstammetje zitten, al houden ze ons duidelijk zichtbaar wel scherp in de gaten. Ze zullen niet veel zin hebben om net opgedroogd als ze zijn meteen weer te water te moeten en stellen dat paniekmoment zo lang mogelijk uit. Het stelt ons in de gelegenheid de vogels een tijdje rustig van dichtbij te bekijken, wat wij als bijzonder ervaren. We zien dat ze veel mooier zijn dan je van een afstandje zou zeggen. Niet egaal dominee-zwart maar met een schitterend, subtiel schubbenpatroon op de vleugels, wufte witte pluimpjes die daaronder uit piepen en een staart als een gesteven plooirokje tot net iets boven de knie. Een fikse punk-hanekam op het hoofd. Ons oordeel over de aalscholver is bij dezen bijgesteld.
Als eerste teken dat we Bergen naderen zien we het torentje van Huize Glory boven de bomen uitsteken. Lang geleden beklommen we dat enigszins in verval zijnde torentje, langs wenteltrappen en trappenhuizen, om boven op de glazen omgang met meegebrachte verrekijkers de omgeving af te speuren. We weten het allebei nog. Langs het Zeehuis tenslotte lopen we Bergen aan zee binnen. Het laatste stukje doen we over het strand, om de zee even gedag te zeggen. Het waait stevig, het zand stuift op, we worden verwelkomd en uitgezwaaid door een woeste branding.

Bekijk eventueel ook het fotoalbum bij deze wandeling.

Advertenties

De lange weg naar huis

cropped-p1030696.jpg

Van Schagen naar Schoorldam, de eerste etappe van De Lange Weg Naar Huis, gelopen op zondag 17 februari 2019

Het was een vaste gewoonte, tijdens onze gezinsvakanties, dat ik met ieder van onze twee zonen een dagtocht ondernam. Leuke avonturen waren dat altijd, waarbij we elke Jagdstuhl beklommen die we tegenkwamen, van het pad af gingen om beekjes te volgen tot aan de bron, mysterieuze vijvers vol vis ontdekten en alles opraapten wat te mooi was om te laten liggen. Nog altijd heb ik ergens dozen vol botjes, schedeltjes, stenen, schelpen, gedroogde kikkerlijkjes en wat al niet. Met mijn oudste zoon heb ik dat het langst vol kunnen houden, die wilde zelfs buiten de vakanties om nog wel eens mee op stap, de jongste liet op een goed moment weten dat wandelen ‘niet echt meer zijn ding was’. Ach ja, zo gaat dat dan. Maar sinds hij afgelopen zomer een zogenoemde hike heeft ondernomen in Frankrijk, met zijn maat, is hij opeens wel weer te porren voor een serieuze wandeltocht met zijn oude vader. En om daar enige continuïteit, een doel en een soort van betekenis aan te geven hebben we bedacht vanuit huis naar Den Haag te lopen, ons beider geboortestad, en vandaar weer terug naar Schagen, waar we nu alweer meer dan tien jaar wonen. Zo lopen we in beide richtingen naar huis en dat vinden we alletwee wel een mooi idee. Het plan heeft een tijdje op de plank liggen wachten tot de oude vader weer voldoende hersteld was van zijn operatie, dat duurde even, maar vandaag is het zover en zetten wij de eerste stappen op de lange weg naar huis.

P1030671

Het is half februari maar de lente is een paar dagen geleden al in volle glorie losgebarsten en we kunnen luchtig gekleed op pad. Onderweg zien we zeeën van bloeiende krokusjes, narcissen hier en daar, we spotten wat kieviten die blijkbaar alweer terug zijn, of misschien wel helemaal niet eens zijn vertrokken want een echte winter hebben we ook niet gehad, we zien bomen en struiken aarzelend wat eerste groene puntjes op verkenning sturen, we zien mensen uit hun huizen komen en in de tuin aan het werk gaan, koffie drinken in de zon of anderszins van het weer en het leven genieten. Eenden zitten elkaar luidruchtig achterna in sloten waar twee weken terug nog een laagje ijs overheen lag.
Langs vertrouwde wegen en paden verlaten we Schagen, het eerste stuk komt overeen met mijn vaste ochtendwandeling, daarna gebruiken we tot St Maarten de Groene Wissel Schagen. Via de Tolkedijk steken we onder de provinciale weg door richting Groenveld. We lopen over smalle en vrij rustige landweggetjes maar ook over grasdijkjes en dwars door weilanden. Aan de horizon zien we tal van kerktorentjes die we nu eens, nu we nog vlak bij huis zijn, allemaal herkennen. Valkkoog, Dirkshorn en de dubbele torens van Schagen.

P1030684

In Groenveld lopen we langs de Groenvelder, een poldermolen die op het woongedeelte na is afgewerkt met riet en die volgens het jaartal op de kap van 1560 is. Wij hebben geen reden daaraan te twijfelen en dat doen we ook niet, maar later lezen we op internet dat over dat bouwjaar wel het nodige te doen is geweest. Omdat het molenwiel boven in de molen volgens een inscriptie van 1716 is, werd lang aangenomen dat dat ook het bouwjaar van de molen zelf was. In 1981 komt men, op basis van een oude landkaart waarop de molen staat vermeld, tot het nieuwe inzicht dat die er in 1572 al heeft gestaan. In 2007 blijkt hij dan ook op een landmeterskaart van Laurens Pietersz uit 1560 al voor te komen. Dit jaartal staat nu weliswaar op de kap maar bleek in 2016 toch ook weer niet helemaal te kloppen want op initiatief van de molenaar en het Hoogheemraadschap werden dat jaar verschillende houtmonsters genomen die er op wezen dat de molen zeer waarschijnlijk in 1529 al werd gebouwd. Daarmee is het dan meteen één van de oudste poldermolens in Nederland geworden. De kap werd gedateerd op 1751. Blijkbaar heeft de molen het een en ander meegemaakt aan storm of brand of tegenspoed, waardoor eerst het molenwiel en korte tijd later de kap moest worden vervangen. De Groenvelder stond er om de Valkkoger polder te bemalen en heeft dienst gedaan tot 1990, vanaf 1955 met hulp van een elektrisch gemaal. Ook nu draait de molen nog af en toe. Soms, op afroep,  nog steeds om de polder te bemalen en soms voor het soepel houden van het gestel. Draaien voor de prins, schijnt daarvoor een oude molenaarsuitdrukking te zijn. Die is vandaag de dag extra toepasselijk omdat de molenaar van de Groenvelder Prins heet, lezen wij.

P1030719

Zigzaggend door de weilanden, langs boerensloten en langs het automatisch gemaal Valkkoog dat de taak van de Groenvelder heeft overgenomen, bereiken we St Maarten. Op een picknicktafel bij het ijsbaantje stillen we de eerste trek. Er zal niet meer op vorst gerekend worden maar de kluunmatten liggen er nog en op een briefje achter een raampje staat te lezen dat het verboden is het ijs te betreden. Mocht de boel toch nog een keer dichtvriezen, is het wel een heel leuk ijsbaantje, denken wij. Met klifachtige graswallen rondom waarop je kun zitten om je veters aan te halen, je snapchat te checken of een glas glühwein te drinken.
Dan klimmen we de Westfriese omringdijk op om de tocht te vervolgen. Een dijk van 126 km lang die heel Westfriesland omarmt, zoals de naam al doet vermoeden, maar hier tussen St Maarten en Eenigenburg moet wel één van de mooiste stukken zijn. Het weidse uitzicht over de akkers en de velden met recht vooruit in de heiigheid de duinen van Schoorl al in zicht, rechts een glimp van de kerncentrale bij Petten, links het kerkje van Eenigenburg dat op zijn terp bescheiden boven de einder staat uit te steken. Maar vooral ook de dijk zelf, die op dit stuk buitengewoon pittoresk in bijna driekwart cirkels als een enorme slang om een aantal zogenoemde wielen heen kronkelt. In barre tijden is de dijk op deze plaatsen doorgebroken en kolkte de zee ongehinderd en opgezweept door stormwind naar binnen, een groot rond uitgeslepen meer achterlatend dat zó diep was dat het bij het herstel makkelijker was de dijk er maar gewoon links of rechtsom omheen te leggen. Wielen, worden deze meertjes genoemd. Ze liggen er vandaag de dag van riet omzoomd vredig en zeer fotogeniek bij te liggen, pleisterplaats voor allerlei vogels. Het kronkelen biedt de wandelaar bovendien een fraai uitzicht op de dijk zelf, die je in de verte al gauw weer een nieuwe bocht ziet maken waardoor je hem onder weer een andere hoek ziet en waardoor je je ook begint te realiseren wat een enorm bouwwerk dit is, zeker wanneer je bedenkt dat hier in de 13e eeuw al aan gewerkt werd. Ik kom er graag. En ik niet alleen. Het is zondag vandaag en één van de eerste lentedagen, voor het eerst in lange tijd is het heerlijk weer.. het is stervensdruk op de dijk. Iedereen is er op uit getrokken om dit unieke en rustieke stukje Noordholland vandaag te bezoeken. Felgekleurde fietsers die ons met een luid achterop komen suizen, er van uitgaand dat wij wel opzij zullen springen voor het te laat is; lange colonnes glimmende en ronkende motoren die in kuddeverband hun individuele vrijheid aan het botvieren zijn en die je een kwartier later, wanneer ze Alkmaar binnen rijden, nog altijd kunt horen, als er tenminste niet net een tweede of derde cohort langs komt razen; en tip top gerestaureerde oldtimers, met open daken en al even goed geconserveerde oldtimers achter het stuur, waarvan je goed kunt ruiken dat ze nog heel authentiek 1:2 rijden. Maar goed.. we ergeren ons niet, de zon schijnt en het is en blijft een prachtig stukje dijk.

P1030757

Bij Eenigenburg dalen we weer even de polder in om door dit kalme en door de tijd vergeten lijkend dorpje te wandelen, en een bezoekje te brengen aan het schattige kleine kerkje dat van 1792 is. De terp waar het op staat moet al van de 14e eeuw zijn en herbergt nog de resten van de wegens ouderdom gesloopte, grotere voorganger van het huidige kerkje. Eenigenburg telt 170 inwoners maar beschikt niettemin over een eigen museum, waar een piepklein daglonershuisje deel van uitmaakt. Om het te bezoeken zullen we later nog eens terug moeten komen, buiten het hoogseizoen is het gesloten.
Het Huys te Nuwendoorn, dat een eindje verderop tegen de dijk aanligt, is een moderne reconstructie van de restanten van een dwangburcht die Floris de vijfde hier in de 13e eeuw zou hebben laten neerzetten als uitvalsbasis in zijn strijd tegen de weerspannige West-Friezen. Over het succes valt te twijfelen want in dezelfde 13e eeuw werd de burcht verwoest en weer opnieuw opgebouwd, om in de 14e eeuw alweer van de aardbodem te verdwijnen. Niet helemaal overigens want in de tweede helft van de 20e eeuw werden resten van fundamenten gevonden, in de aardbodem, en om een en ander te behouden en te accentueren is er op de teruggevonden fundamenten een soort van nepruïne gebouwd, met een stalen skelet dat de toren van weleer suggereert. De toren valt te beklimmen, maar ook daarvoor is het nog niet het seizoen.

P1030765

Wanneer we vervolgens weer terug willen naar de dijk moeten we een hekje over waaraan een bordje hangt met de universeel verontrustende waarschuwing: pas op voor de stier. De kans dat je in deze barre tijden nog een stier in een weiland rond ziet lopen lijkt mij eerlijk gezegd zo goed als nihil, dus waarschijnlijk hangt het er voornamelijk voor de authentieke sfeer, al lopen er wel een aantal schapen achter het hek met vervaarlijk uitziende horens. Zodra we over het hekje zijn, drommen de beesten om ons heen. Mijn zoon vindt dit een tikkeltje verontrustend, in combinatie met de vervaarlijke horens en misschien ook wel het bordje. Ik ben hier toevallig deze week al eerder geweest, tijdens een andere wandeling, en ik meen vrij zeker te weten dat dit welvaartsschapen zijn, die bij mensen met rugzakjes al meteen de conclusie trekken dat er wat te vreten valt. Ik doe dus een beetje laconiek. Ik wil zelfs niet uitsluiten dat ik een beetje stoer doe, voor mijn huiverige jongste zoon. Dat krijg je, als je zonen boven je uit beginnen te steken. En baarden gaan dragen. Maar ik moet toch ook bekennen dat ik inderdaad bijna op de vervaarlijke horens wordt genomen door een schaap met een kort lontje. En dat ik daarna ook snel maak dat ik over het hekje kom.
Het laatste stuk, van Krabbendam tot Schoorldam, lopen we weer over de omringdijk, die hier beduidend lager is, vanwege de hoge duinen van Schoorl. Er rijden ook beduidend meer auto’s, die niet altijd evenveel zin hebben om af te remmen of uit te wijken voor een stelletje wandelaars, wat op het laatst ronduit irritant wordt. Gelukkig kunnen we dan al gauw naar beneden om langs het Noordhollands kanaal in alle rust de brug bij Schoorldam te bereiken. De kop is er af. Op naar Den Haag.

Bekijk eventueel ook het fotoalbum bij deze wandeling.

This Guy Was Taking His Morningwalk When He Saw A Canada Goose Wearing A Plastic Necklace. And This Is What Happened Next.

IMG_1564

 

 

Er wordt sneeuw verwacht vandaag, maar zover is het nog niet. Het duurt nog tot de middag, wordt beweerd. De weilanden waarlangs mijn ochtendwandeling loopt, dragen dan ook nog hun alledaags groen. Wel lijken er vanochtend veel meer ganzen te bivakkeren dan anders. Misschien wachten ze de sneeuw af, sla ik maar eens ergens een slag naar. Misschien hebben ze ook een code geel gekregen, en een negatief reisadvies. Een vliegverbod. Ik weet niet hoe hysterisch ganzen daarover doen, over sneeuw. Het zal wel toeval zijn.
Mijn aandacht ondertussen, tussen al dat opgewonden gegak en gehonk, wordt getrokken door een groepje Canadese ganzen. De Branta Canadensis, de grote Canadese gans. Een beetje deftige ganzen vind ik dat, vooral misschien door die lange, slanke, zwarte nek, en de witte bef onder de kop, waardoor ze wat doen denken aan rechters, of officieren van justitie. Er loopt een heel groepje achter elkaar aan te paraderen, links en rechts wat grazend, maar alles buitengewoon waardig.
Eentje springt eruit. Eentje heeft iets groenigs om de nek. Iets groen met wits. Ik zie het wel, maar de afstand is te groot om goed te zien wát het is. Plastic, denk ik direct. Plastic afval, de vloek van onze tijd. De schande van onze beschaving. Het beest heeft argeloos de kop ergens ingestoken en loopt nu met het handvat van een plastic draagtas om de nek, of een verpakking van McDonalds.
Ik zie ook meteen facebook- en twitterfilmpjes voor me, waarin dappere mannen met baarden hulpeloze schildpadden, zwanen of haaien uit iets plastics helpen, met een hoop gedoe, of een schaap weer op de poten zetten, of twee herten uit de knoop, met zo’n Amerikaanse tekstregel eronder waarvan om onduidelijke redenen ieder woord met een hoofdletter begint.
This Guy Was Taking His Morningwalk When He Saw A Canada Goose Wearing A Plastic Necklace. And This Is What Happened Next.
Ik zie het mezelf nog niet doen, maar dat hoeft dan ook niet. Op mijn lekker ingezoomde foto zie ik dat het anders zit. Dit lijkt meer een soort ring zoals je eerder om de poot zou verwachten, maar dan dus om de hals. In witte letters staat er een soort code op. EGK, maak ik ervan. Het is een vrij groot ding en het is natuurlijk geen porum, tjees, ik krijg gewoon medelijden met het beest.
Weer thuis op internet lees ik dat dat helemaal niet nodig is, dat medelijden, want dat de vogel er nauwelijks hinder van ondervindt. Aldus de Sovon, de Stichting Ornithologisch VeldOnderzoek Nederland, dus die zullen het wel weten. De ring is zo groot en zit om de hals zodat hij makkelijk vanaf grote afstand kan worden afgelezen zonder de vogels te verstoren, in tegenstelling vaak tot de pootring. Alleen vrouwtjes worden er mee uitgerust. Waarnemers van over de wereld geven de codes die ze gezien hebben door en zo verzamelt de wetenschap informatie over de eventuele trek, over overlevingskansen en broedsucces.
Wat dat laatste betreft is men dan bijvoorbeeld te weten gekomen dat de gemiddelde gans maar één keer in het leven succesvol jongen grootbrengt, terwijl men dacht dat dat ieder jaar was. Het zou misschien, denk ik dan weer, interessant zijn te onderzoeken in hoeverre zo’n halsring het broedsucces beïnvloedt. Misschien loopt de gemiddelde mannetjesgans liever geen onnodig risico met zíjn kansen op broedsucces en mijdt hij die merkwaardige vrouwtjes met zo’n raar groot, groen ding om de nek met geheimzinnige witte tekens erop. Daar komen rare eieren van, zal hij denken. En geef hem eens ongelijk.

Ook gepubliceerd op Het Bewijs, weblog van een man van goede wil.

Meeuw

IMG_6006

 

Bij mijn dagelijks bedoelde ochtendwandeling werd ik vandaag ingehaald door een meeuw. Wat voor meeuw het precies was, daar waag ik me niet aan want het was waarschijnlijk een andere, maar ik vermoed de Larus Canus. Het beest vloog laag over me heen, maakte een capriool en landde een tiental meters verderop op het asfalt. Daar bleef hij zitten. Toen ik te dicht bij kwam naar zijn smaak trippelde hij een stukje voor me uit, vloog dan toch maar op om nauwelijks twintig meter verder opnieuw te landen. Dit herhaalde zich een aantal keer. Opvliegen, landen, wegtrippelen, opvliegen en weer landen.
Je bent dan geneigd zo’n beest een beetje onbenullig te vinden. Waarom steeds zo’n klein stukje vooruit vliegen? Waarom niet links of rechtsaf de oneindige weilanden in? Veilig achter een sloot. Waar je geen wandelaar tegenkomt, waar je steeds zo lastig voor op moet vliegen. Of als je misschien per se op het asfalt wilt zitten, waarom dan niet de andere kant op gevlogen? Waar de wandelaar al geweest is. Je zou verwachten dat een meeuw dat vanuit de hoogte wel een beetje kan overzien. Dat het gevaar op de grond wel een beetje wordt ingeschat.
Tot je je na een tijdje plotseling afvraagt of het misschien niet zo zou kunnen zijn dat die meeuw nieuwsgierig is naar jou. Dat ie wel op zekere afstand wil blijven, maar je toch eens wat beter wil bekijken. Wat jij er voor eentje bent.
En ik geloof verdomd dat dat het was.
Na vier of vijf keer besloot ik zelf ook eens stil te houden, op precies de kritieke afstand, net vóór het moment van opvliegen. Ik bleef staan. De meeuw bleef zitten. Een tijdje stonden we elkaar zo stilletjes te bekijken. Een tijdje stonden we elkaar áán te kijken, de meeuw en ik. Zo had ik een meeuw nog nooit gezien. Zo had ik een meeuw nog nooit bekeken.
Na deze korte ontmoeting vervolgden we ieder ons eigen weg. Van de meeuw weet ik het niet, maar ik had iets bijzonders meegemaakt.

Eerder gepubliceerd op Het Bewijs, weblog van een huisvader.

Rondje om het huis

Rondje Haringhuizen en Tolkerdijk, gelopen op zaterdag 31 mei 2014

Wat je van ver haalt, is lekker. Zeggen ze. En wie verre reizen doet, kan veel verhalen. Nou, dat zal ook best zo zijn hoor, daar niet van en houd me ten goede, maar dat wil natuurlijk nog niet zeggen dat wat je dicht bij huis vindt dan ook meteen een stuk minder is. Welnee. Dicht bij huis is het net zo mooi. Al zie je het voor de honderdste keer, het mooie kijk je er echt niet vanaf.
Mijn oudste zoon en ik maken deze zonnige zaterdagmiddag dus een wandeling in de eigen omgeving. We proberen ons opnieuw te laten verrassen door de bekende vergezichten onderweg, alsof we ze voor het eerst zien. Als toeristen. Als wandelaars in den vreemde. Waarom niet? Het kan om te beginnen al geen kwaad ons nog maar eens gelukkig te prijzen dat we de straat maar uit hoeven lopen om buiten te zijn. Op het platteland. Middenin de polder, de weilanden.. buiten. Ruimte, lucht en horizon. Op slechts drie minuten lopen. Dat was wel anders toen we nog grotestadsbewoners waren. Toen moesten we er speciaal voor op uit trekken, met tassen proviand, en extra kleren mee. Drukke autowegen trotseren. Nu we er alweer een jaar of acht gewoon middenin wonen, lijkt het alweer zo vanzelfsprekend. Maar dat is dus onterecht. We zijn gewoon geluksvogels.

Image

We combineren het rondje Haringhuizen met het rondje Tolkerdijk tot een middagvullende wandeling van en naar de eigen achtertuin. Ook al zoiets, een eigen achtertuin. En daarover gesproken, even voor Haringhuizen stuiten we op een bermkraampje waarin biologische pruimenjam te koop wordt aangeboden. In grote en kleine potten, het deksel geheel volgens de regels van het oude ambacht verstopt onder een gezellig lapje stof en een praktisch elastiekje. Een kinderhandschrift verzoekt ons niks te jatten aub. Het wemelt overal van dit soort kraampjes, met jam of fruit of groenten en bloemen uit eigen tuin, en als je overal wat zou kopen moest je een ruime rugzak meenemen, maar nu doen we eens een potje. We zijn op vakantie tenslotte. Eenmaal aan de ontbijttafel bedenk ik me dat het nog wel een tikkeltje vroeg is voor pruimen uit eigen tuin, maar ach.. dan zijn ze maar van vorig jaar. Het is niet voor niets ingemaakt, en het is hartstikke lekker.

Image

In Haringhuizen zelf blijven we even zitten op het bankje naast het stokoude kerkje, onder een piepjong boompje. Niet omdat we al moe zijn, we zijn nog maar net onderweg per slot, maar gewoon omdat we het leuk vinden om hier nou ook eens te gaan zitten, en de oude sfeer op ons in te laten werken. Normaal rijden we er alleen maar langs, op weg naar iets anders en verder wegs. 
De Willibrorduskerk is van 1330, lezen we ter plekke, en staat op een terp die toen speciaal voor de kerk is opgeworpen, tegen de nattigheid. De immer onbetrouwbare zee was in die tijd, achter de Westfriese Omringdijk, toch nog altijd aardig in de buurt. Zoals de meeste oude kerkjes heeft ook de Willibrorduskerk het één en ander meegemaakt, aan verbouwingen, verzakkingen, uitbreidingen en verkleiningen. Als laatste werd in de 19e eeuw de toren ingekort. En om instorten te voorkomen werden ook het koor en een zijbeuk afgebroken.
Toen het kerkje er in 1338 dan eenmaal helemaal stond, heeft Haringhuizen een tijdje Niewkerck geheten, om voor de hand liggende redenen. Maar toen het nieuwe er na een tijdje blijkbaar een beetje vanaf was, werd het gewoon weer het aloude Heeringhuusen, in de loop der jaren verbasterd tot  Haringhuizen. Met de visserij heeft dat niks te maken, daarvoor was de zee dan wel weer te ver weg. Een heering, het is alles van internet geplukte wijsheid uiteraard, was een stuk land dat geen landheer kende en waar men zich vrij kon vestigen. Huizen in de vrije sector dus, Heeringhuusen.

Image

Eén van de leuke dingen van het wandelen met de oudste zoon is dat er altijd volop aandacht is voor de dieren groot en klein. We komen er heel wat tegen.  Zeer luidruchtige kikkers, bijvoorbeeld, in een met kroos begroeide sloot. Het kost enige moeite maar uiteindelijk zíen we ze ook, met hun bolle ogen net boven het oppervlak. Maar het lijkt wel of ze zien dat we ze zien want zo gauw we ze zien, zijn ze weg. Eenzaam aan een touw in een weitje staat een jong stiertje lijdzaam op verdere instructies te wachten. Een reiger op scherp laat ons voor deze ene keer onverstoorbaar passeren. Koeien, geiten en schapen, vanzelfsprekend, kippen, een koppeltje paarden dat, zeer tot genoegen van mijn zoon, een eindje met ons oploopt. Scholeksters met hun jongen, aandoenlijke, grijze pluizebollen die maar net boven het gras uitkomen. Een kievit buitelt er ook nog omheen. In de sloten langs onze weg zien we de pullen van een waterhoen, jonge eenden en een blei. Als we even op een bankje in de zon gaan zitten, worden we vermaakt door een kornoeljestruik boordevol weldoorvoede en brutaal kwetterende mussen. Eén ervan is zó groot dat we even twijfelen of we ons niet vergissen. We dopen hem Mussus Colossus. Verderop hangt nog, speciaal voor ons, een valkje in de lucht.