Reigers en aalscholvers

cropped-p1030977.jpg

Van Schoorldam naar Bergen aan zee, een etappe van De Lange Weg Naar Huis, gelopen op zondag 17 maart 2019

We zijn onderweg naar Den Haag, mijn jongste zoon en ik. In etappes wandelen we van onze woon- naar onze geboorteplaats. En weer terug. Een maand geleden uit Schagen vertrokken staan we hier, op de Westfriese dijk, vlak voor Schoorldam, waar we vorige week gebleven waren en waar we ons vandaag weer af hebben laten zetten, dus nog maar aan het begin van onze lange weg naar huis. Vol goede moed uiteraard, want we doen het voor de lol. Bovendien is het weer eens prachtig weer, de zon komt telkens opnieuw achter de haastig voortjagende wolken tevoorschijn.. we hebben ja niks te klagen, dus dat doen we dan ook niet.
Via de helwitte Schoorldammerbrug steken we het in tegenlicht blikkerend Noordhollands kanaal over, duiken met het fiets- en voetgangerstunneltje onder de N9 door, langs het Betoverde Bos van kunstenaarsduo BlokLugthart, met de zeven gitzwarte merels die refereren aan het wapen van Schoorl, en door de lommerrijke buitenwijken van Schoorl lopen we richting de kust, die we pas in Bergen aan zee echt zullen bereiken.

P1030955

In die lommerrijke buitenwijken treffen we ook een klein maar fijn stukje bos waarin wat naaldbomen staan die hun kroon als een enorm parapluscherm hoog over het pad uitspreiden. Als zwarte gaten in het takkenpatroon ligt daarop een aantal flinke reigernesten verspreid. Dat het reigernesten zijn weten we zeker wanneer we een reiger net zo nieuwsgierig naar beneden zien kijken wie er daar onder zijn huis staat te dralen als wij naar boven of we een teken van leven ontwaren. Het is een koddig gezicht, die toch echt verbaasde vogelblik boven die eigenwijze puntsnavel. Wat de reiger van ons denkt wordt duidelijk wanneer een ferme straal dunne vogelpoep vlak naast ons in de berm fluimt. Dat had heel anders af kunnen lopen.

P1030966

Het centrum van Schoorl kondigt zich aan met een kerk en daarnaast het piepkleine oude raadhuisje. Omdat ik hier ter gelegenheid van een eerdere wandeling al eens wat over had opgezocht, kan ik nu ook aan mijn zoon vertellen dat dit schattige raadhuisje van 1601 is. Dadsplaining zou je dit kunnen noemen, omdat die wijsheid ook met grote, gouden letters op de gevel staat genoteerd. Het raadhuisje, lepel ik de rest van mijn internetkennis op, bestaat uit slechts één ruimte, de raadszaal. Met, okay, nog een portaaltje. Niettemin is het in gebruik geweest tot 1901 voordat het door inmiddels ook allang weer verlaten nieuwbouw werd vervangen. Over duurzaam bouwen gesproken. In 1931 kwam het gebouwtje in handen van de Vereniging Hendrick de Keyser, die zich het behoud van architectonisch of historisch waardevolle gebouwen ten doel heeft gesteld. Aan het Schoorlse raadhuis hebben ze een hele kluif gehad omdat de gemeente destijds bij de overdracht de voorwaarde had gesteld dat het gebouwtje een paar meter naar achter zou worden verplaatst, zodat, toen al, de weg verbreed kon worden, ten behoeve van het oprukkend autoverkeer. Het raadhuisje is toen baksteen voor baksteen afgebroken en iets naar achteren weer opgebouwd.
In het perkje voor raadhuis en kerk wordt één van Schoorls grootheden, schilder en tekenaar Jan van Scorel (1495 – 1562), geëerd, met twee bronzen beelden. Voor het raadhuis staat de kunstenaar zelf, ten voeten uit; voor de kerk een ruimtelijke opvatting van één van zijn schilderijen, de Jeruzalemvaarders. Daarover schreef ik al in de rubriek Kunst Onderweg op het weblog van de wandeling langs het Groot Frieslandpad.

P1030977

Bij het bezoekerscentrum beklimmen we de trap naar wat het hoogste duin van Nederland genoemd wordt, we spreken graag in de overtreffendste trap in ons landje aan de Zuiderzee. Eenmaal boven is het uitzicht echter zeker weids te noemen. Aan onze voeten ligt de landkaart van de kop van Noordholland. We zien de karakteristieke twee kerktorens van Schagen, waar we vandaan komen, dichterbij de kerktorens van Warmenhuizen en Dirkshorn, de windmolens langs de N242 en aan de horizon de flatgebouwen van Hoorn. Achter ons laat de zee zich al zien, tussen de Schoorlse duinen.
Vanaf hier volgen we de roodwitte stickers en pijlen van het Nederlands Kustpad richting Bergen aan zee. Al snel passeren we onafzienbaar lange rijen hoog opgetaste boomstammen die langs de weg liggen te wachten op verder transport. Hier wordt aan de natuur gewerkt. Natuurbeheer. Er is de laatste tijd veel over te doen.

P1030984

Natuurbeheerders claimen meer variatie in het landschap te willen aanbrengen door stukken bos te kappen: stuifduinen, verschraalde gebieden, heide, een hoger grondwaterpeil, waardoor ook verdwenen plant- en diersoorten hun herintrede zouden kunnen doen. Boze tongen beweren dat al dat gekapte bos de organisaties goed geld oplevert als biomassa voor het opwekken van groene energie, die daarmee uiteraard opeens een stuk minder groen wordt. En hoe lang kun je daarmee doorgaan voordat de bomen op zijn? Wij weten niet zo goed wie we moeten geloven. Maar een rotgezicht is het wel, zo’n muur van gerooide bomen. Verderop komen we inderdaad wat drassige stukken tegen, maar weten dan weer niet of dit nu al het resultaat kan zijn van al dat natuurbeheer. Verder vinden we het gebied waar we doorheen wandelen eigenlijk al behoorlijk afwisselend. We lopen door stoïcijnse naaldbossen waar de stammen kaarsrecht in het gelid staan en maar weinig verdere begroeiing onder zich gedogen, door zilverwit oplichtende, ijle berkenbosjes, door krullerige heksenbosjes waarvan de stammen en takken zich kermend en in grote radeloosheid ten hemel lijken te kronkelen. We doorkruisen heidevelden en passeren vennetjes en poeltjes, we stijgen en dalen en glooien tevreden met de zandpaden en klinkerweggetjes mee. Van ons zou het ook wel zo mogen blijven, mocht iemand het willen weten.

P1040057

Bij een klein meertje, gedeeltelijk omzoomd door grillige, zwart afgekloven skeletten van bomen treffen we twee aalscholvers die op een boomstronk vlak boven het water zitten te zitten. Het geheel biedt een licht prehistorische aanblik. Dat heb je met aalscholvers, daar is niet veel meer aan het basisontwerp gerommeld, sinds de schepping. Deze twee zitten niet in de karakteristieke houding met de vleugels wijd te drogen. Blijkbaar zijn ze al droog, en wachten ze tot het tijd wordt voor een nieuwe duik. Ze lijken niet erg onder de indruk van onze aanwezigheid en zelfs wanneer we steeds iets dichterbij sluipen, blijven ze onverveerd op hun boomstammetje zitten, al houden ze ons duidelijk zichtbaar wel scherp in de gaten. Ze zullen niet veel zin hebben om net opgedroogd als ze zijn meteen weer te water te moeten en stellen dat paniekmoment zo lang mogelijk uit. Het stelt ons in de gelegenheid de vogels een tijdje rustig van dichtbij te bekijken, wat wij als bijzonder ervaren. We zien dat ze veel mooier zijn dan je van een afstandje zou zeggen. Niet egaal dominee-zwart maar met een schitterend, subtiel schubbenpatroon op de vleugels, wufte witte pluimpjes die daaronder uit piepen en een staart als een gesteven plooirokje tot net iets boven de knie. Een fikse punk-hanekam op het hoofd. Ons oordeel over de aalscholver is bij dezen bijgesteld.
Als eerste teken dat we Bergen naderen zien we het torentje van Huize Glory boven de bomen uitsteken. Lang geleden beklommen we dat enigszins in verval zijnde torentje, langs wenteltrappen en trappenhuizen, om boven op de glazen omgang met meegebrachte verrekijkers de omgeving af te speuren. We weten het allebei nog. Langs het Zeehuis tenslotte lopen we Bergen aan zee binnen. Het laatste stukje doen we over het strand, om de zee even gedag te zeggen. Het waait stevig, het zand stuift op, we worden verwelkomd en uitgezwaaid door een woeste branding.

Bekijk eventueel ook het fotoalbum bij deze wandeling.

Advertenties

Nog één keer terug naar de kust

cropped-p1020428.jpg

Eerste etappe van het Groot Frieslandpad, van Bergen aan zee naar Schoorl, gelopen op donderdag 3 januari 2019

Na een noodgedwongen pauze van een jaar in onze wandelpraktijk voelde Bergen aan zee als een logisch en vertrouwd vertrekpunt voor een nieuwe grote tocht, die langs het Groot Frieslandpad. Nog eenmaal een etappe langs de kust, na eerder zo lang het Nederlands Kustpad te hebben gelopen. Nog eenmaal door de duinen en langs het strand, de zeewind in de haren en de neus, om de draad weer op te pakken. Nog één keer terug naar de kust. Een overgangsetappe, als het ware. Afscheid van het oude en opmaat tot het nieuwe.

p1020370

Het is een onverwacht mooie dag vandaag, met volop zon tussen een handvol te verwaarlozen felle buitjes door, en een meestentijds toch blauwe hemel, we konden het beslist slechter treffen. We zitten nog pal op de feestdagen, het jaar is nog vers, het is nog kerstvakantie.. kortom, we zijn niet de enigen die eropuit trekken. De strandtent, waar we ons nieuwe avontuur aanbreken met koffie zonder appeltaart, loopt langzaam maar zeker vol. Gezinnen met kinderen in het Duits, oudere stellen in deftige jassen met shawls en licht verwaaide kapsels, mensen met bodywarmers en trouwe viervoeters en kunstzinnige types met hoeden, we zitten niet voor niets vlakbij Bergen tenslotte, het zelfbenoemd kunstenaarsdorp.
Groot is het niet, Bergen aan zee, en we krijgen er ook niet veel van te zien, wat misschien ook weer niet zó erg is, afgaand op wat we er wel van zien. We omzeilen een heel stuk langs het strand en worden dan via de achteruitgang het duingebied in geleid.

p1020347

Vlak daarvoor, aan het eind van de boulevard, passeren we wel nog een rijtje wat oudere gebouwen, dat, hoewel statig en met de nodige allure, de opzichtige poenerigheid van wat er verder zoal aan deze goudkust staat mist, en dat een stukje van de nog jonge geschiedenis van het dorp vertegenwoordigt. Het Zeehuis, met aanliggende gebouwen, dat in 1908, in het toen nog nagelnieuwe Bergen aan zee werd gebouwd. In opdracht en op kosten van het Amsterdams Burgerweeshuis. En dat tot vlak voor de zestiger jaren van de vorige eeuw als kinderkolonie heeft gediend, waar Amsterdamse bleekneusjes, onder het regime van rust, reinheid en regelmaat, een aantal weken konden genieten van strand, bos en duinen, zon, zee en frisse buitenlucht. In één van de gebouwen ter linkerzijde schijnt later Adriaan van Dis nog te zijn geboren en turbulente jeugdjaren te hebben doorgebracht, altijd leuk om te weten dat soort dingen; het Zeehuis zelf is nu een natuurvriendenhuis van Nivon, waar we even binnenlopen om een kaartje voor het duingebied te kopen, zoals het de goed opgevoede wandelaar betaamt; en de gebouwen ter rechterzijde vertonen alle kenmerken van inmiddels in officiëlere status omgezette bewoning door krakers. Van hoog boven ons worden wij tenslotte nog gadegeslagen door Huize Glory, waarvan we alleen het overal bovenuit stekend torentje zien, dat de hele wandeling zichtbaar zal blijven aan de horizon.

p1020404

Tot aan Schoorl zullen we geen bebouwing meer tegenkomen. We wandelen door een afwisselend duinlandschap, klimmend en dalend over zanderige paden en paadjes, door luchtige eikenbosjes waarvan de boompjes al net zo onbezorgd vrolijk kronkelen als de paden zelf. Maar ook door compacte, bijna donkere naaldbossen, met kaarsrechte stammen in streng geometrisch gelid, die doen denken aan het onheilspellend bos uit De Noorderlingen, van Alex van Warmerdam. Waar je elk moment een postbode verwacht, die bij een vijver heimelijk brieven zit open te stomen, boven een fluitketeltje op het vuur. Of een bijziende jager op een herenfiets, met een geweer op de rug.
We wandelen over open vlaktes, waar wind en zand vrij spel hebben, en over heidevelden waarvan je het jammer vindt dat je te laat bent voor de bloeiperiode. Hoewel de natuur zich blijkbaar niet zo heel strikt meer aan al die opgelegde tijdschema’s houdt want we passeren ook een in volle, felgele bloei staande bremstruik, zodat we ons heel even in een nog wat fris voorjaar kunnen wanen. Verder zijn de kleuren winters. Maar als je goed kijkt zijn ze verre van somber. We zien het helle, bijna oplichtende groen van het mos dat opkruipt tegen wortels en stammen en dode stronken bedekt. Grote vlakken IJslands mos, met de kleur van koperpatina. Het roodbruin tapijt van dennennaalden dat over dalen en duinen glooit en dat, wanneer de zon er opstaat, opwarmt tot bijna vuurrood. En zelfs het zwart van de uitgebloeide en schijnbaar dode heide bestaat uit subtiele schakeringen van donkerbruin en paars.
Op het strand, dat we ook nog even aandoen, zien we een grote groep strandlopertjes schattig op één poot aan de rand van de branding staan, de snavels op de rug tussen de veren gestoken, wat drentelende scholeksters eromheen, met hun knalrode zwaarden recht vooruit. En meeuwen, natuurlijk meeuwen. In de duinen hangen geheel in het zwart gehuld als boze pubers wat grote grazers lusteloos in het rond.

p1020407

Niet ver van het strand van Schoorl zien we wat wind met het landschap kan doen. De bomen die hier groeien hebben zich goedschiks of kwaadschiks naar haar grillen geschikt: wat hoog is staat zwaar uit het lood geblazen en wat laag is gebleven zoekt het vooral in de breedte, en probeert niet boven het duin uit te steken waarachter het zich angstvallig verschuilt. Het biedt een bijzondere aanblik van weerbarstige meegaandheid.
We zien armzalige restjes bomen en gehavende staketsels eenzaam bij elkaar staan in een verder kale vlakte en vermoeden het gevolg van de grote bosbranden die hier zo’n tien jaar geleden hebben gewoed. Er is zelfs een roetroute uitgezet. We zien ook inderdaad stammen die een zwarte rok dragen, waar het vuur zichtbaar aan gelikt lijkt te hebben maar die de dans verder zijn ontsprongen. Tijdelijk. Want de naaldboom, die hier ruim honderd jaar geleden werd aangeplant om de dorpen erachter te beschermen tegen wegstuivende duinen en sindsdien in toenemende mate in alomtegenwoordigheid de boventoon heeft gevoerd, moet de laatste tijd en de komende jaren ruim baan maken voor nieuwe visies op deze natuur. Staatsbosbeheer, de eigenaar van het gebied, wil een meer afwisselend duingebied creëren, waar ook weer ruimte is voor stuivend zand, open vlaktes en zelfs de zee, zo af en toe. Voor heidevelden en loofbomen, nattere en drogere gebieden, een gezonder grondwaterpeil. Om zo ook uit beeld verdwenen planten- en diersoorten terug te brengen. We overtuigen onszelf ervan dat het ook in dit geval niet goed zal zijn alles altijd maar bij het oude te  houden, dat alles tenslotte altijd in beweging is. Het levert soms de treurig stemmende aanblik van hoge stapels in stukken gezaagde boomstammen op, en tijdelijk kaalgeslagen stukken duin, maar dat moeten we er dan misschien maar voor over hebben.

Bekijk eventueel ook het fotoalbum bij deze wandeling.
Lees uitgebreider over de wandeling langs het Groot Frieslandpad op het weblog samenuitenthuis.

Van een weerbarstige, onaangeharkte schoonheid

Een etappe van het Hollands Kustpad, van Bergen aan Zee naar Petten, via Camperduin, gelopen op dinsdag 9 september 2014

Een saaie wandeling, wordt ons in het vooruitzicht gesteld, aan de koffietafel in Bergen. Heel saai. En het is een inwoner van het deftige dorp zelf, die de route van vandaag eens hoofdschuddend bekijkt, in ons boekje, dus hij kan het weten. Het gaat alleen maar door het bos, stelt hij vast, en wijst ons hoe het óók zou kunnen. Hoe het beter zou zijn, volgens hem. Hoewel we geen redenen hebben zijn gelijk te betwijfelen natuurlijk, besluiten we toch, in eensgezinde eigenwijsheid, de route te lopen zoals die nou eenmaal staat aangeduid. Tja. En spijt hoeven we daar niet van te krijgen want saai wil het vandaag zeker niet worden. Dat kan trouwens ook helemaal niet, een saaie wandeling. Dan moet het wel heel vreemd lopen, wil een wandeling saai worden.
Alleen al de bonte verzameling paddestoelen die we onderweg tegenkomen, maakt het een bijzondere tocht. We zien ze in grote hoeveelheden, de zwammen en de boleten,  in alle soorten en maten en kleuren van de regenboog. Van lichtgrijs, een zweempje groen, zachtgeel en een zeer subtiel lila, tot knalrood, voetbal-oranje en pimpelpaars. Plus natuurlijk nog alle beschikbare schakeringen beige, omber en oker en bruin, tot en met zwart aan toe. Lyrisch over zoveel mysterieuze schoonheid knielen we telkens weer eerbiedig neer, in de berm, om er zoveel mogelijk van op de foto te krijgen, om elkaar heen manoeuvrerend proberend elkaars camera buiten beeld te houden. Tot we moeten inzien dat het een onmogelijke opgave is. Dat, als we in dit tempo doorgaan, we niet heel ver zullen komen vandaag, en zeker niet in Petten, waar de auto staat.


Bergen aan Zee laten we volgens het boekje een beetje links liggen en we duiken bij het Zeehuis rechtsaf de duinen in. Door het bos inderdaad. Maar al snel ook langs stukken heide, in bloei nog hier en daar, en schitterend paars afstekend tegen de sombere lucht. Hetzelfde doet het pijpestrootje, maar dan in het geel uiteraard. We lopen over golvend terrein, in karresporen van zand, slingerend langs watertjes en duinvalleitjes, heksenbosjes van kronkelend eikenhout. En al is het loof nog groen, het heeft onmiskenbaar ook al een vleugje herfst te verbergen. Grijsgroene cirkels IJslands mos doen ons zelfs al aan de kerst vooruitdenken, zij het tegen wil en dank. Het mos zelf heeft daar nog geen last van, in volle glorie puilt het onaangedaan de bosrand uit. Naaldbossen. Kaarsrechte stammen, zilvergrijs, strak in het gelid op een glooiend tapijt van gouden naalden met een speels dessin van zwarte dennenappels in een onregelmatig patroon.

HK bergen petten 125

Richting Schoorl stuiten we op spiritueel centrum Heel en Al. Een geestig bedoelde naam, zo lijkt het, waarschijnlijk ten onrechte. Het is een wat ongezellig aandoende verzameling lage, witgeverfde bakstenen gebouwtjes, met de rug naar de wereld, als een schildpad weggedoken in een duinpan, in zichzelf gekeerd, de hekken op slot. Op ons maakt het eerder een benauwde dan een spirituele indruk. Maar goed, wij hebben er geen verstand van.
Verderop beklimmen we wat volgens een trots bordje het hoogste duin van Nederland is. Vijfenvijftig-en-een-halve meter. Nou ja, hooggebergte is het niet natuurlijk, een vlag hoeven we niet te planten, maar eerlijk is eerlijk, het uitzicht mag er wezen. Links zien we de zee naar ons knipogen, heel in de verte, rechts glooit een zwart naaldbos om haar eigen open plekken heen in een vergezicht dat in de Eiffel zeker ook niet zou misstaan. Maar, hier ligt Schoorl aan de voet verscholen.

HK bergen petten 153

Richting Groet ontmoeten we de Roetroute. Hier woedde in 2009 een grote brand, waarvan wordt aangenomen dat die werd aangestoken, al weet nog altijd niemand door wie. Laat staan waarom. Pas na dagen blussen was het vuur gedoofd, in de tussentijd werden honderden mensen geëvacueerd en uiteindelijk ging zo’n 150 hectare bos, duin en heide verloren. De Roetroute loopt om en door dit aangetaste gebied, om te laten zien uiteraard wat een brand kan aanrichten. En ons tot voorzichtigheid te manen. Kent u ze nog, de drie O’s? Vijf jaar later is het nu, en nog altijd biedt het terrein een mistroostige aanblik. Kale, geblakerde stammen, staketsels van bomen steken doods en naargeestig af tegen de lucht. Je lijkt de natte as nog te ruiken. Toch hééft het ook iets, vinden wij. Het zal wel oneerbiedig zijn, dus we vinden het stilletjes, maar het is ook móói, op één of andere manier. De romantiek van de verwoesting. De schoonheid van de dood. Zoiets. Een illustratie bovendien van de kracht van de natuur, want tussen al die romantische verwoesting steekt, onstuitbaar, nieuw leven de kop op. Allerlei grassen en struikjes en berkjes, bijvoorbeeld, en ander loof. Al zal het meeste daarvan misschien wel aangeplant zijn. Staatsbosbeheer, zo blijkt, is nou ook weer niet zó verdrietig over het verlies van al die naaldbomen. Gek genoeg blijkt de brand precies te passen in het streven naar meer diversiteit in het gebied, meer loofboom, en meer stuifduin. Als het geen cliché was, zou je kunnen zeggen: een geluk bij een ongeluk.

kustopkracht 007

Groet heeft een sympathiek, wit kerkje dat hoog op een terp temidden van een dorpspleintje schattig staat te wezen. Het torentje zagen we al ver van tevoren boven de bosrand uitsteken, met veel verder op de achtergrond de molen in de Harger en Pettemerpolder. Want na Groet is alles plat. Bij Groet houden de hoogste duinen van Nederland op, om pas na Petten een stuk lager weer te beginnen. Daartussenin ligt de Hondsbossche Zeewering, een monument van de eeuwige Hollandse strijd tegen het water, wie heeft hem niet gehad, met aardrijkskunde, op school? Of anders wel in een dictee. Mooi van lelijkheid. Een kilometerslange streep van fantasieloos asfalt en pokdalig beton. Als je er in het midden overheen klimt, verdwijnt hij links en rechts in zijn eigen verdwijnpunten. Van horizon tot horizon ben je dan afgesloten van al het andere, je bent er alleen met de zee. Tenminste, zo was het voorheen. De strijd tegen het water is hier inmiddels een nieuwe fase ingegaan. De 140 jaar oude dijk is als zwakke schakel in de kustverdediging aangemerkt en krijgt versterking van miljoenen kubieke meter zand. Over de hele lengte wordt een heel nieuw stuk Nederland gemaakt, door de Nederlanders, zoals de mythe voorschrijft. 250 meter de zee in. Het is een indrukwekkend schouwspel, dat wel. Pronte boten varen af en aan met zand, dat ergens ver uit zicht van de zeebodem wordt opgezogen. Roestige pijpleidingen doorsnijden het nieuwe land en braken onafgebroken gore stromen zand uit in de zee, tot het ook land is. Ronkend en brullend werpen shovels en graafmachines er links en rechts enorme bergen van op. De dijk ligt er beteuterd bij. Onderaan het nieuwe duin sijpelt het laatste restje zee eruit, in een hulpeloos stroompje terug naar huis.

HK bergen petten 207

Langs de Hargervaart steken we de Harger en Pettemerpolder over, richting Petten. Een soort vrijstaatje, lijkt het te zijn, waar eigen regels en wetten gelden. Langs de kant liggen boten in zeer verschillende staten van onderhoud, aangevuld soms met zelfverzonnen bouwsels en buitenissige constructies met wastafels, badkamerspiegels en douchekoppen waarvan het toch nauwelijks te geloven is dat die inderdaad als sanitaire voorziening bedoeld zijn, zo in de open lucht. Het past echter naadloos in het beeld dat we verder van deze polder krijgen: een tikkeltje onaangepast. Ongeschaafd en eigenwijs. Van een weerbarstige, hoekige en onaangeharkte schoonheid. Die er straks, naarmate het kustprojekt vordert en het gebied, zo lezen wij op internet, “economische en toeristische impulsen” moet krijgen, waarschijnlijk toch aan zal moeten geloven. De eerste keurig nette beschoeiingen worden tenminste de grond al ingeramd.