De voortschrijdende tijd

Harlingen – Oosterbierum, een etappe van het Nederlands Kustpad, gelopen op vrijdag 11 december 2015

Wat een mooi stadje is Harlingen. We waren er eerder natuurlijk, omdat de vorige etappe er eindigde, maar kwamen toen niet veel verder dan de rand. Nu dwalen we er van die rand af dwars doorheen. Linksaf en rechtsaf langs grachten en binnenhavens, met meest bescheiden maar prachtige oude en opgeknapte geveltjes aan de kant, in alle soorten van de regenboog. Klokgevels, trapgevels, driehoekige of rechte gevels en combinaties daarvan, met versierde daklijsten, witte hoek-ornamenten en kleurige, fantasierijke gevelstenen. Oude pakhuisjes, huizen met trappen ervoor, smalle steegjes en bruggetjes.. alles wat een historisch stadshartje begeert. In de Noorderhaven verraadt zich de vloed. Het water staat zo hoog dat de gietijzeren Raadhuisbrug het oppervlak bijna raakt, van het woud der dukdalven zijn alleen de vuilwitte badmutsen nog te zien zodat ze als in een zwanenmeer over het water uit lijken te waaieren.

Eerder stuiten we nog op het beeld van Anton Wachter, van wie we ons pas herinneren wie dat ook al weer was, als we kort daarna het geboortehuis van Simon Vestdijk passeren. Al blijft het zelfs dan bij een wat muffe herinnering aan de middelbare school. We kennen hem niet persoonlijk, Anton Wachter, alleen van horen zeggen. Misschien is dat, zoveel jaar later, eigenlijk onterecht.
We klimmen een dijk op en lopen dan plotseling langs en over de Tsjerk Hiddessluizen, een complex dat er met zijn afgerond strakke en witgepleisterde jaren vijftig vormgeving als een dubbel anachronisme bijligt: het past niet bij het historisch Harlingen waar we net uitkomen, maar zo modern als het ooit bedoeld is, oogt het ook al een tijdje niet meer. Een monument voor de voortschrijdende tijd.

Maar goed, het industriehavengebied waar we dan in terechtkomen is beslist nóg minder lieflijk nostalgisch. Zandoverslag, dicht op elkaar geschoven vissersboten in roestige kleuren, fantasieloze loodsen en complexen zonder opsmuk en petrochemische industrie met zulke ingewikkelde stelsels van buizen en pijpleidingen dat het moeilijk is voor te stellen dat er ook nog mensen zijn die daar wijs uit kunnen. En of we het als geruststellend moeten opvatten weten we niet, maar rondom staat iedere tien meter een blusinstallatie.
De kleuren die we hier tegenkomen zijn rood, blauw, geel en groen.. maar zeker tegen de donkergrijze en rumoerige wolkenlucht wil het geen vrolijk of kleurig schouwspel worden. Wel mooi, trouwens. Of, nou ja.. stoer, robuust. Ongepolijst. Het hoeft voor ons niet per se altijd paradijselijk ongerept natuurgebied te zijn, waar we doorheen wandelen. We vinden het juist wel boeiend om ook door dit soort zwaar gebruikte industriële landschappen te lopen. Het maakt immers evenzeer deel uit van de kust. En schoonheid tref je overal, zolang je er oog voor hebt.

Op de zeedijk zien we links de Waddenzee, met aan de horizon, hoe heiig ook, Vlieland en Terschelling. Voor de juiste volgorde komt voor de tweede keer vandaag onze schooltijd om de hoek kijken. De tv-tas, inderdaad. Wat, nu ik het zo neerschrijf, als een nogal vreemd ezelsbruggetje op mij overkomt, want wie doet in vredesnaam zijn tv in een tas? Zeker in de bloeitijd van het ezelsbruggetje had je niet veel aan een tas, om je tv te vervoeren. Twee potige kerels, daar had je meer aan. En wat er op tv gebied verder ook veranderd is, in de bijna vijftig jaar waar we het nu over hebben, dat in elk geval niet. Maar goed, het onderwijs is wel vaker ondoorgrondelijk.
Zigzaggend door het Friese landschap gaat het verder. We zien kale, zompige velden in aardkleuren vooral. Bruin, oker en omber. Zwarte plukjes kale bomen aan de einder, hier en daar. Statige boerderijen met afgekloven schuren. We passeren in de verte de Ropta State.
Dan verschijnt de kerktoren van Wijnaldum aan de donkergrijze horizon. Van een afstandje hebben we er geen hoge verwachtingen van. We zien het soort onbijzondere rijtjeshuizen waar er overal in Nederland dertien van in een half dozijn gaan. Maar als we dan een rondje om de kerk lopen, zien we het ware Wijnaldum. Een piepklein stokoud dorpje, in smalle, besloten, uit geel baksteen opgetrokken straatjes, dicht bijeen geschaard rondom de kerk die, zoals dat hoort, op een terp staat. De Andreaskerk, die er ondanks de gele kloostermoppen uit de 15e eeuw uitziet alsof hij er nog maar net staat. Grondig gerenoveerd of zelfs opnieuw opgebouwd, schatten wij in. Van de modern ogende, rood bakstenen toren, waarvan we later lezen dat het inderdaad niet de eerste en zelfs niet de tweede is, weten we dat ter plekke al zeker.
Even buiten Wijnaldum ligt de kaatsbaan er verlaten bij. Onder water gezet door de ijsvereniging ligt hij, naar oud Fries gebruik, op de vorst te wachten.

Langs de Sexbierumer vaart en langs de Riedpolder, langs weilanden van opengetrokken klei, in grote glimmende bonken, grijs, zwart en nat, trotseren we de regen. Aan de vaart treffen we, aan weerszijden van het water, twee onduidelijke, nogal massieve ruïnes aan. We zien nog een restje groene plavuizen en afgebrokkelde gemetselde bogen. De ruïnes horen duidelijk bij elkaar, ze neigen beiden naar de overkant, naar malcander. Het zijn de restanten van een spoorbrug. Ooit reed hier een trein. Van Sexbierum naar Wijnaldum. Stel je voor. Op internet vinden we later uit dat dat ergens tussen 1900 en 1930 geweest moet zijn. Een stoomtrein, rijdend op de lijn Harlingen – Tzummarum, voor de Noord-Friesche Locaal Spoorwegmaatschappij, die in die tijd een uitgebreid netwerk van lokale spoorlijnen onderhield. Er werden passagiers vervoerd, maar ook piepers.
Over de Slachtedijk tenslotte lopen we naar Oosterbierum, het eindpunt voor vandaag. Het is een duizend jaar oude dijk die is samengesteld uit in de loop der jaren langzaam met elkaar verbonden geraakte stukjes dijk die her en der, apart van elkaar werden opgeworpen, als plaatselijke bescherming tegen de destijds verderop gelegen Middelzee. Toen die in de loop der tijd werd afgesloten werd de Slachtedijk afgewaardeerd tot slaperdijk. Vandaag de dag is de Middelzee helemaal verdwenen. Alleen de Slachtedijk herinnert er nog aan. Ook die is een monument voor de voortschrijdende tijd.