De dunne grenzen van het fatsoen

Een etappe van De lange weg naar huis*, van Santpoort Noord naar Zandvoort, gelopen op vrijdag 22 november 2019

Omwille van het klimaat en andere praktische overwegingen bereizen wij de etappes van onze lange wandeling naar huis met het openbaar vervoer. Dat is niet altijd even comfortabel. Vooral op de terugweg, die zich na een dag wandelen uiteraard door de avondspits beweegt, moeten we vaak tot boven Alkmaar genoegen nemen met een krappe staanplaats in een afgeladen halletje, of, als we geluk hebben, met een plakkerige zitplaats op een smerig trappetje. Het is niet anders. Wie het klimaat wil dienen moet offers brengen. Vanuit dat perspectief bezien zou je het ook als bemoedigend kunnen ervaren dat de trein zo goedgevuld is, al is het dan met gratis reizende studenten. Ik wil daar niet meteen een oordeel over hebben.

P1070778

Waar ik wel meteen een oordeel over heb, is de jongeman die we in onze eerste trein op de heenweg aantreffen. Lang- en breeduit uitgestrekt neemt hij samen met zijn rugzak een hele vierzitter in beslag, in een verder behoorlijk gevulde coupé. Hij houdt zich slapend en reageert niet op onze afwachtende aanwezigheid naast zijn koninkrijk. Zijn kapsel zit onberispelijk in model gekamd en geboetseerd, maar voor de rest ziet hij er wat smoezelig uit. Er zitten vlekken in zijn shirt, er liggen croissantkruimels op zijn jas en er hangt een meer dan vage dranklucht om hem heen. Mijn zoon wurmt zich mild en toegeeflijk tussen verschillende ledematen door naar de moeilijk bereikbare restanten van een zitplaats, maar ik heb het opeens wel even gehad met dat hedonistische, verwende, onverschillige en egocentrische millennialgedrag. Okay, dan maar een boomer. Ik duw wat tegen zijn schouder en roep iets over zitten, en plaats maken, wat dan uiteindelijk met gepaste onwilligheid gebeurt. Zolang we tegenover elkaar zitten blijft hij gedrogeerd knikkebollen. Niettemin lijkt hij op weg te zijn naar school, gezien het tijdstip op de dag, de rugzak en het station waar hij uitstapt. Ik heb ernstig medelijden met degene die zuks in de klas heeft zitten.
In de sprinter naar Santpoort Noord zijn we zelf de aso’s, al is het per ongeluk. Zo dun is die scheidslijn nou eenmaal en daarom moeten we er ook zo voorzichtig mee omgaan. Om de reistijd aangenaam te vullen hebben mijn zoon en ik, in de veilige beslotenheid van onze tweezitter, een gesprek over de thema’s van de tijd en zo komt, het is eind november, ook Sinterklaas langs, met zijn omstreden knecht. Zelf hebben wij daar nogal randstedelijke ideeën over, die in onze nieuwe woonomgeving echter maar nauwelijks worden gedeeld, zodat het fijn is het daar nu toch eens over te kunnen hebben, zonder op eieren te lopen. Zonder het gevaar ruzie te krijgen met iemand waar je helemaal geen ruzie mee wilt hebben. Als we zo een tijdje gemoedelijk in onze eigen bubbel hebben zitten schimpen en smalen, blijken we toch niet alleen te zijn geweest. Tussen de banken door wordt ons een verstoorde blik toegeworpen door een vrouw die voor ons zit, zo blijkt. Met, zo blijkt meteen daarna, een zoontje in de gelovige leeftijd. Snel en beschaamd veranderen we van onderwerp, al zal het te laat geweest zijn. Maar goed, ter onzer verdediging zij opgemerkt: wie rekent er heden ten dage nou nog op dat er kinderen in de trein zitten zónder witte oordopjes en hypnotiserende beeldschermpjes.

P1070798

In Santpoort pakken we met horten en stoten de draad van het Nederlands Kustpad weer op. Dat zal ons ons naar Den Haag brengen, onze geboortestad. Er wordt hier bepaald niet scheutig omgesprongen met de vertrouwde roodwitte markeringen en we rommelen wat heen en weer, slaan op goed geluk wat links- of rechtsaf hier en daar, maar vlak voordat het mopperen wordt komt het goed. Zoals altijd, het komt altijd goed. We lopen door en over de Duin en Kruidberg richting de zee, richting het strand. Het eerste stuk, de Heerenduinen, is een bebost gebied. De bomen zijn overwegend kaal, het bos doet grijzig aan, hoewel de zon er doorheen schijnt en het zwerk blauw is.
Aan de rand heeft zich een kuddetje konikpaarden opgesteld. Schijnbaar onbewogen staan ze dwars over het wandelpad hun ziel in lijdzaamheid te bezitten. Ik kan het niet laten wat foto’s te maken en ik ben niet de enige, ik moet de nodige moeite doen de paarden er zonder felgekleurde medewandelaars op te krijgen. De paarden zal dat allemaal worst wezen, zolang het geen paardenworst is natuurlijk. Er gaan er wat op hun rug liggen rollen, wat een leuk, aandoenlijk gezicht is. Taalkundig wikiweetje dat ik tegenkwam toen ik voor de zekerheid even checkte of dit inderdaad konikpaarden waren: dat zijn het dus niet. Het zijn koniks. Konik is het Poolse woord voor paardje, kon is paard. Het is een Pools ras oorspronkelijk, vandaar. Als we het over konikpaarden hebben, mensen, hebben we het dus eigenlijk over paardjepaarden, wat natuurlijk geen gezicht is, als woord. Weer iets geleerd.

P1070826

Verderop stuiten we op een boom die onze aandacht trekt. Het is een flinke wilg, zwaar toegetakeld door het bestaan en de elementen. Geblakerd, ingestort, afgebroken, hol, zonder schors en uitgebeten, maar wonderbaarlijk genoeg gedeeltelijk ook nog levend. Nieuwe twijgen wachten geduldig op de lente, die zeker weer komen gaat. We bestuderen het wrak een tijdje en vragen ons af of de bliksem hier misschien is ingeslagen, of dat er fikkie in is gestookt. We gaan even uit van het eerste. We zien de restanten van zo’n knoest waar heel veel kleine takjes aan hebben gezeten. Wat we zien moet het bewateringssysteem geweest zijn, een verzameling afgebroken houten buisjes. Maar weer eens onder de indruk van de natuur en haar veerkracht lopen we door. Misschien, denken we, dat als wij mensen de boel definitief voor onszelf hebben verpest, de natuur, opgelucht allicht, er wel weer bovenop komt. Aan de horizon achter ons, als om deze gedachte te illustreren, steekt nog regelmatig de dampende en rokende skyline van IJmuiden boven de duintoppen uit.
Door een meer open gebied, lichtgevend groen bemost met grijze doornenstruiken en naar de wind gevormde, mismaakte boompjes, knoestig, weerbarstig, zwart afstekend tegen de blauwe lucht, naderen we de zee, we horen haar al ruisen. Steeds meer paden blijken onder water te staan en ook flinke stukken duin lijken te zijn ondergelopen. De aanhoudende regen van de afgelopen tijd, nemen wij aan. Het is moeilijk voor te stellen dat er nog een probleem met een te laag grondwaterpeil zou zijn, bij deze aanblik, maar we weten het niet.
Dan draaien we het strand op, lopen een stukje langs die goeie ouwe branding, met de lage zon in de ogen en Zandvoort opdoemend uit de heiigheid in de verte. Druk is het niet. Een enkele wandelaar, een misplaatst ogende kraai en een groepje kantoormannen waarvan we bij het verlaten van het strand concluderen dat ze met ov fietsen zijn gekomen. Een teamuitje dus, waarschijnlijk. Een heisessie op het strand. Al wandelend langs de branding nieuwe ideeën opdoen, een verfrissende kijk op de zaken. Een beetje sparren, of zoiets. Wij spelen even met de gedachte een aantal van die identieke ov fietsen om te ruilen en zo de hernieuwde teamgeest op de proef te stellen. We verkneukelen ons bij voorbaat in het gedoe dat zal ontstaan, maar we doen het niet natuurlijk. De pret van de gedachte volstaat.
Bij Parnassia aan zee trekken we weer landinwaarts richting Haarlem, door de Kennemerduinen, grijsgroene glooiingen rond een aantal grote waterplassen en gelardeerd met het eeuwig donkergroen van naaldbossen. We klimmen en dalen over mulle zandpaden maar moeten elders ook regelmatig op zoek naar een alternatieve strook grond waar we de voeten droog neer kunnen zetten.

P1070898

In de berm vinden we een libelle, een rode libelle. Op sterven na dood, dat behoeft geen verwondering deze tijd van het jaar. Door hem op te pakken verstoren wij zijn sterfbed hoogstwaarschijnlijk, wat misschien niet kies is van ons, maar goed, het was al gebeurd voor we er bij nadachten. Hij valt bijna uit elkaar en heeft geen puf meer om te vliegen, met de laatste kracht klemt hij zich dan maar aan deze vreemde vinger vast, berustend in ieder lot. Is dat zielig, bij een libelle, vragen wij ons af. Moeten we ingrijpen, hem uit zijn lijden verlossen? Is er sprake van lijden? We weten het niet. We bekijken het beestje een tijdje en zetten het dan terug in de berm, waar de natuur dan haar loop maar moet hebben. Weer thuis lees ik in het tijdschrift van Landschap Noord Holland iets over de zeldzame vuurlibelle die onlangs weer rond de Noordhollandse duinwateren zou zijn gesignaleerd. Meer waarschijnlijk hebben we hier te doen met de steenrode heidelibelle. Die is algemeen voorkomend, lees ik, en vliegt nog net in november. Dus dat zou kloppen. De bloedrode heidelibelle, die ook nog bestaat dus, vliegt slechts tot oktober. Dan zou dit wel heel erg een latertje zijn. Uiterlijk kunnen we op de bijgeleverde plaatjes trouwens maar nauwelijks verschillen tussen deze drie types ontwaren. Geen eigenlijk.
Verder richting Haarlem passeren we een roze granieten steen met moeilijk leesbaar opschrift. Het blijkt te gaan om een oorlogsmonument en het is één steen uit een serie van acht die hier in de duinen is neergezet ter nagedachtenis aan de vele gijzelaars en verzetsmensen die hier in de oorlog gefusilleerd zijn. In 45 anonieme en ongemarkeerde massagraven is een gedeelte van de lichamen na de oorlog teruggevonden, de meesten daarvan zijn inmiddels herbegraven op de Eerebegraafplaats Bloemendaal. Op elk van de stenen staat vermeld hoeveel mensen er rond die plek lagen begraven. Nog veel meer mensen zijn nooit teruggevonden omdat zij na hun executie gecremeerd werden, de bezetter wilde met dit alles voorkomen dat haar slachtoffers een eervol graf zouden krijgen. Dat de oorlog nog altijd leeft blijkt uit de grote hoeveelheid steentjes, gekleurde scherfjes en dennenappels die op het monument zijn gelegd, klaarblijkelijk als eerbetoontjes, weten we sinds Daan Roosegaarde met dit idee aan de haal ging.

P1070919

Bij Overveen, vlak voor Haarlem, kiezen we voor de routeverkorting van het Kustpad. De rondwandeling door Haarlem hoeven we niet per se te maken, vinden we eensgezind, we zijn tenslotte op weg naar Den Haag en hoewel dat nou ook weer niet helemaal kaarsrechttoe rechtaan hoeft natuurlijk, kun je ook overdrijven. Door het Brouwerskolkpark, langs een afwateringskanaal, lopen we richting Kraantje Lek, waar volgens de berichten 17e eeuwse vissersvrouwen, zeulend met emmers verse vis van Zandvoort naar de markt in Haarlem, het water in hun emmers verversten. Zich verfristen met een slok.
Met het zicht op een klein, wat lager gelegen parkeerterrein horen we een knal, het onmiskenbare geluid van blikschade en sneuvelende no claim kortingen. We zien het onder onze neus gebeuren ook nog. Een kek tweepersoons sport bmwtje parkeert achteruit uit en boort zijn achterwerk voortvarend in de achterbumper van een robuust bedoelde bmw suv. We bevinden ons onder de openhaardrook van Haarlem, het is een deftig parkeerterrein. Hoewel je daar meteen je aantekeningen bij kunt zetten want hoewel het een tamelijk bruuske en luidruchtige botsing was, verlaat het kekke sportautootje de plaats des onheils zonder omkijken of pardon. De schade aan de getroffen bumper is niet onaanzienlijk zien wij bij nadere inspectie, wat ook te denken geeft voor een suv natuurlijk, maar laten we die weg niet inslaan. Wij besluiten dat we dit niet zomaar kunnen laten passeren. We noteren het kenteken van het kekke sportautootje en schrijven een briefje met ons telefoonnummer voor onder de ruitenwisser. Nog vóór Zandvoort worden we gebeld en brengen we verslag uit van wat we gezien en gehoord hebben. Op een bomvol perron 4 van Sloterdijk worden we dan nogmaals gebeld en krijgt het verhaal een wat onwaarschijnlijke wending. De eigenaar van de suv had bij toeval op een parkeerterrein van een restaurant de sport bmw met ons kenteken zien staan, had de bestuurder ervan binnen aan de koffie getroffen en haar aangesproken op het gebeurde. Waarop die dat, deftig en al, in alle toonaarden ontkende, getuigen of niet. Truth is stranger than fiction, Mark Twain schreef het al. Hoe het afgelopen is weten we niet, maar het geval, en de slechtheid van de mens, heeft ons nog geruime tijd bezig gehouden.

P1070936

We komen langs het landgoed Elswout, waarvan ik weet dat daar de geweldige kinderserie Loenatik werd opgenomen, waar ik altijd met veel plezier naar keek, met mijn kinderen, maar waar mijn zoon dan weer geen enkele herinnering aan blijkt te hebben zodat ik me moet gaan afvragen of ik dat dan met mijn dochter keek, en hoe oud die serie dan eigenlijk alweer is en, niet in de laatste plaats, hoe oud ik zelf dan in godsnaam ben. En of ik dat nog wel wil weten.
Door de duinen gaat het dan langs het spoor naar Zandvoort. Het begint al wat te schemeren en wanneer we langs hetzelfde spoor met de trein Zandvoort weer uit rijden is het buiten nacht. En half vijf ‘s middags. Het veelbesproken circuit, waar we om die reden een kijkje wilden nemen, laten we voor de volgende keer.

*Met mijn jongste zoon loop ik een zelfverzonnen langeafstandswandeling van Schagen, onze woonplaats, langs de Noordzee naar Den Haag, onze geboorteplaats. En weer terug door het Groene Hart en langs het IJsselmeer. Zo lopen we van huis naar huis. Vandaar dat we deze vader en zoon wandeling ‘De lange weg naar huis’ hebben genoemd.

Bekijk eventueel ook het fotoalbum bij deze wandeling.

Met die boten en die kranen en dat water

cropped-p1070696.jpg

Een etappe van De lange weg naar huis*, van Beverwijk naar Santpoort Noord, gelopen op vrijdag 25 oktober 2019

We doen een korte etappe vandaag, het is niet anders. De eerste mogelijkheid om met het openbaar vervoer weer thuis te komen, na ons startpunt in Beverwijk, zou Overveen zijn en dat is, gelijk Omsk, net iets te ver weg. Daarnaast moet mijn zoon op tijd thuis zijn voor het één of ander en wordt het ook nog eens steeds vroeger donker want we zijn al aardig in de herfst terechtgekomen, kortom.. we besluiten tot Santpoort Noord te gaan en er daar, omdat dat dan wel weer een beetje erg weinig is, een extra rondje over landgoed Duin en Kruidberg aan vast te breien. Dat is ook geen straf.

P1070661

Vanaf station Beverwijk volgen we een plaatselijke route die ons door een park en weg van de weg helemaal niet slecht bij het Nederlands Kustpad terugbrengt, tot Den Haag is dat namelijk de route die we volgen. Dat we dat nu precies de verkeerde kant op doen is ons eigen gebrek aan oriëntatievermogen en richtinggevoel, een erfelijk dingetje. De schade blijft beperkt tot hooguit een kwartiertje, door een waarschuwingsbord dat ik mij herinner van mijn eerdere wandeling langs het Kustpad, jaren geleden alweer. Een bord dat waarschuwt voor de mogelijke aanwezigheid van munitie, met het verzoek melding te maken van eventuele vondsten van dien aard. Dat wil je wel onthouden. Het Kustpad liep ik jaren geleden de andere kant op dan vandaag, toen had ik geen andere keuze dan dit levensgevaarlijk terrein doorkruisen, nu kunnen we met een gerust hart omdraaien.
Langs de immense fabriekscomplexen en schoorstenen van het op een paar huizen na onaantrekkelijke Velsen Noord lopen we dan in de goede richting van het Noordzeekanaal en de overtocht met de pont, een tweede associatie met de onvolprezen Drs P.

P1070694

Vanaf het water zien we de lucht behoorlijk betrekken. Vieze, donkergrijze wolken pakken samen, verduisteren de lucht en dreigen ons er straks eens even flink van te laten lusten. Geen prettig vooruitzicht. Maar het kleurt wel aardig bij wat we aan de einder zien staan aan rook uitbrakende ingewikkelde installaties van pijpleidingen, hijskranen, vaalwitte blokkendozen, windmolens en silo’s. De geïndustrialiseerde samenleving luid en duidelijk in beeld. Een charmant klein, rond wachtershuisje met een windvaantje op zijn oranje koepeltje staat daar tegen af te steken als lief klein monument voor hoe het ooit begon. Een binnenvaartschip neemt met veel waterverplaatsing de bocht en vaart uit beeld naar het noorden, twee personenauto’s op het achterdek.
Je zou kunnen denken dat wij dit dan lelijk vinden allemaal, maar dat is niet zo. Zo zitten wij niet in elkaar. We lopen door Noord-Holland en dit hoort daar dus ook bij. Het kan niet allemaal ongerepte natuur zijn tenslotte, voor zover dat in ons land bestaat dan want de natuur krijgt hier de tijd niet om ongerept te zijn, denken wij wel eens. Er ligt altijd wel weer een nieuwe visie klaar. Maar goed. Hier aanschouwen wij dan het industrieel landschap en dat heeft in al haar onsmakelijke lelijkheid toch ook weer iets moois. Alles is puur functioneel, nergens is moeite gedaan het mooier te maken dan dat. Het is wat het is. Het heeft iets stoers ook, met die boten en die kranen en dat water. Het roestige, het bonkige.. het heeft iets romantisch ruwe bolster blanke pitterigs. Al stemt het ook droevig uiteraard dat het onderhouden van onze beschaving, onze eeuwige honger naar groter en meer, blijkbaar zoveel vuiligheid moet veroorzaken.

P1070717

Aan de overzijde lopen we een klein stukje landinwaarts met het Noordzeekanaal op en komen dan in Velsen Zuid. Een zeer charmant en nostalgisch authentiek ogend plaatsje van oude, meest bakstenen huizen en huisjes die stuk voor stuk een bordje dragen waarmee ze tot rijksmonument zijn verheven, plus zo’n gezellig bruin anwb bordje met toeristische informatie over het hoe en wat. Zo komen we langs het bepaald niet onriante witgepleisterde huis van de dorpstimmerman, het cachot, de woning van de vroedvrouw, het diaconessenhuis, het huis van de metselaar en nog zo het een en ander. Mede door het witte hek dat toegang biedt aan het plaatsje lijkt het of we door een openluchtmuseum wandelen. Maar ook Velsen Zuid blijkt niet zo ongerept als het er in eerste instantie uitziet. Op een groot informatiebord bij de kerk lezen we dat de helft van het dorp in de loop der afgelopen jaren is verzwolgen door het kanaal, dat sinds de opening in 1876 steeds breder moest worden. Iedere uitbreiding, de laatste en grootste in 1969, ging ten koste van een stukje Velsen Zuid. Onder meer de kweekschool, twee dokterswoningen, de smederij, de bakkerij, de slagerij en het postkantoor werden het slachtoffer van de groei-economie. Het stukje dat vandaag nog gespaard is gebleven is tot beschermd stadsgezicht uitgeroepen. Dus nu is het veilig. Zou je kunnen denken.
Aan de overkant zien we nog een monument staan, een moderner monument, maar een monument. Vier hoge en vier lage grijze achthoekige torens in formatie bijeen steken rank omhoog, naar boven iets taps uitlopend, met ieder bovenin rondom vijf rijen witte vierkante venstertjes. Het geheel biedt een licht geheimzinnige, ietwat oosterse aanblik. Maar het zijn gewoon de noordelijke schoorstenen van de ondergrondse ventilatieschachten van de Velsertunnel, aan de zuidkant staat nog zo’n complex. Gebouwd in de vijftiger jaren, tegelijk met een van reeds genoemde verbredingen van het kanaal.

beeckestijn

Met een tunneltje steken we de weg over en lopen dan landgoed Beeckestijn binnen. Een deftige bedoening met lange herfstige bomenlanen, een geschulpte vijver, een zichtlaan naar een wit landhuis, koetshuizen, een fraaie slangenmuur om de groentetuin en wat kitscherige witte beelden die de zaken een extra klassiek tintje moeten geven. Het landhuis ziet er puik uit en is smetteloos wit maar heeft er een lange geschiedenis opzitten. Begonnen in de 15e eeuw als versterkt landhuis in het bezit van de naamgevende familie Beeckestijn, in de 18e eeuw overgenomen door de familie Trip die er het landgoed omheen aanlegde en enige tientallen jaren later in bezit gekomen van de diplomaat Boreel die er de zijvleugels aan bouwde, de koetshuizen erbij zette en de eerste Engelse tuin in Nederland aanlegde, verderop komen we nog een folly tegen uit deze periode, een tuinmanswoning die er uitziet als een neogotisch kapelletje, maar het geen van beiden is. Tot in de 19e eeuw lag het landgoed direct aan het water en kon er over het Wijkermeer naar Amsterdam worden gezeild. Van dat meer is nu alleen de streep van het Noordzeekanaal nog overgebleven. Wij pikken even een deftig terrasje bij één van de koetshuizen, het zonnetje prikt inmiddels door de verkleurende bomen, de donkere luchten zijn overgedreven.
Door het onbijzondere Driehuis tenslotte buigen wij van het Kustpad af en klimmen over een hekje dat niet open wil landgoed Duin en Kruidberg binnen, voor ons toetje. We treffen er veel medewandelaars die met camera’s op paddenstoelenjacht zijn, wat geen heksentoer is want het is een prima paddenstoelenjaar, al lijkt ons de mooiste tijd daarvoor eigenlijk alweer zo’n beetje achter de rug. Met ons kleine extra rondje doen we het landgoed natuurlijk geen recht, maar dat is een mooie reden er binnenkort nog eens speciaal voor terug te komen.

*Met mijn jongste zoon loop ik een zelfverzonnen langeafstandswandeling van Schagen, onze woonplaats, langs de Noordzee naar Den Haag, onze geboorteplaats. En weer terug door het Groene Hart en langs het IJsselmeer. Zo lopen we van huis naar huis. Vandaar dat we deze vader en zoon wandeling ‘De lange weg naar huis’ hebben genoemd.

Bekijk eventueel ook het fotoalbum bij deze wandeling.

Territoriumdrift

territoriumdrift

 

Bij een vaste ochtendwandeling heb je dikke kans op vaste ontmoetingen. Iemand die dezelfde wandeling loopt bijvoorbeeld, zoals de meneer met de kleurige sportschoenen en de grote koptelefoon, die altijd met een brede lach en enig volume hallooo! roept wanneer ik hem tegenkom. Iemand die langs de route woont, zoals het oudere echtpaar dat wel eens net in de tuin staat te grutten als ik langskom en mij dan licht argwanend teruggroet. Of de boer die mij regelmatig ziet fotograferen en zich meer dan licht argwanend af komt vragen wat dat moet, wat dat te betekenen heeft. Dan zijn er de schapen die er steevast staan, in hun weiland. De eenden, de ganzen, de smienten, de witte reiger. De kiekendief die zich in het seizoen nog wel eens even laat zien. Allemaal leuke ontmoetingen, al zijn ze nog zo vluchtig en nog zo af en toe.
En er is de ontmoeting die zich bijna iedere keer voordoet, en dat is de ontmoeting met de hond. Een grote, zwarte hond. Een waakhond. Steeds wanneer ik een zekere bocht om ga vraag ik mij af of hij er weer zal zijn. Negen van de tien keer is dat het geval. Negen van de tien keer stuift het beest luid blaffend en grommend op mij af en wordt maar nauwelijks tegengehouden door zo’n gezellig, wiebelig kastanjehouten tuinhekje van de praxis. Blaffend en grommend en tegen het hek opspringend loopt hij met me mee naar de andere kant van de tuin waar hij achter het hekje net zo lang blijft staan schelden en tieren tot ik uit beeld ben verdwenen.
Wat is dat, vraag ik mij af. Waarom? Waarom moet ik als man van goede wil bij een doodnormale, onschuldige wandeling op de openbare weg worden geïntimideerd door een valse hond? Waarom moet ik er maar op vertrouwen dat dat beest niet dwars door of over dat lullige hekje heen naar mijn strot springt? Wat heb je te verbergen met zo’n hond in de tuin, dat ook.
De hond verdedigt zijn territorium hoor ik u zeggen, daarvoor is het een waakhond. Ja.. goed verhaal natuurlijk, maar liep ik niet op de openbare weg? En als ík bij iedere langslopende voetganger roodaangelopen en schuimbekkend mijn tuinpad af zou rennen, tegen mijn hekje zou trappen, schreeuwend van klootzak klootzak teringlijer, keukenmes in de aanslag, om mijn onbedreigd territorium te verdedigen, dan zou de stem des volks het geloof ik wel op prijs stellen dat ik zo snel mogelijk als verward persoon veilig werd opgeborgen, voor de rest van mijn leven. En terecht hoor, houd me ten goede.. zulke dingen doe je niet. Maar als je het door je hond laat doen, dan is het wel okay, blijkbaar. Dan behoort het kennelijk tot het algemeen beschaafd Hollandsch fatsoen.
Niet dat ik me er door van mijn wandeling laat weerhouden, niet dat ik mijn route aanpas, nee zeg.. wij zwichten niet voor terreur tenslotte. En het is de openbare weg, zeg ik nog maar eens. Dus zet ik mij iedere keer dapper schrap, bij de bewuste bocht. En als het monster dan weer grauwend met ontblote tanden tegen het hek aanvliegt begroet ik hem met een welgemeend driewerf: je bent een vuile gore kuthond! En voor zijn baasje steek ik er mijn middelvinger bij in de lucht. Iedere keer weer.
En zo begint het zelfs al te wennen. Ik vertrouw er inmiddels dan maar op dat het beest achter zijn hekje blijft en de laatste keer leek het er zelfs op dat ook bij de hond een zekere herkenning begint te spelen want toen ik hem mijn gebruikelijke begroeting had toegesist liet hij het er verder maar zo’n beetje half bij zitten.

Een eenvoudige wandeling op een mooie dag

cropped-p1070459-scaled-2560.jpg

Helderse Duinen, een wandeling van Landschap Noord-Holland, gelopen op donderdag 17 oktober 2019

In een lange, grijze reeks van hopeloos verregende dagen wordt voor deze donderdag aardig weer voorspeld dus ik besluit de boel de boel te laten en de gelegenheid te baat te nemen er op uit te trekken, met een wandeling van Landschap Noord Holland door de duinen bij Den Helder. Den Helder, daar wordt vaak van alles over beweerd, ik beweer er zelf ook wel eens iets over, het is niet al te ver van huis, geen totaal onbekend terrein dus ook, maar dat maakt allemaal niet uit.
Ik reis met de trein naar Den Helder Zuid en vandaar loop ik naar het beginpunt van de wandeling, het bezoekerscentrum van de Donkere Duinen. Het is niet het meest aantrekkelijke stuk van de wandeling, langs een ogenschijnlijk hermetisch dichtgemetseld azc, een levenloos bedrijventerreintje en een lange rechte asfaltweg met uitzicht op gifgroen grasland zover het oog reikt, en ik moet het aan het eind van de dag ook weer terug lopen, maar goed.. Ik had natuurlijk de auto kunnen nemen, of de bus vanaf het station, maar ik wilde het een beetje klimaatneutraal houden vandaag dus dan moet er wat water bij de wijn.

P1070251

Direct naast het station ligt overigens dan weer wel het Nollenprojekt van beeldend kunstenaar Rudi van de Wint. Hij nam het duingebiedje vanaf 1980 in bezit en veranderde het eigenhandig in een totaalkunstwerk waarin robuuste en tegelijk sierlijke beelden, geheimzinnige gebouwtjes, schilderingen, overblijfselen van militaire bebouwing, onderaardse gangen en de geregisseerde natuur betoverend samenkomen. Ik heb het projekt een aantal keer bezocht en ben er telkens weer enthousiast over. Vandaag loop ik er alleen maar langs, met een spijtig gevoel.. omdat er nu eenmaal keuzes gemaakt moeten worden.. vang ik alleen een glimp op, en bedenk dat het hoog tijd wordt er weer eens binnen te lopen ook.
Door een parkachtig terrein met speeltuin, terras, fietspad en uitzichttoren beland ik in Mariëndal. Hier kan het wandelen dan echt beginnen. Het is een waterig duingebiedje zonder paden, waar je vrij bent wat rond te struinen, gelijk de Schotse Hooglanders, die hier met een handvol kalfjes staan te grazen. De volwassen dieren hebben nogal vervaarlijke, puntige horens maar ze trekken zich geheel volgens verwachting bijzonder weinig van mij aan. Een nat gebiedje is het, zompig hier en daar, zonder hoge begroeiing, rond een duinmeertje. Aan de einder ligt wat bedrijvigheid zo te zien, aan de andere kant zitten we pal op de duinen, met daarachter de Noordzee.

P1070286

Al struinend tref ik enorme hoeveelheden paddenstoelen, in alle soorten en maten, met hoeden als ontbijtbordjes zo groot soms. Van geen enkele weet ik de naam, want een vliegenzwam zit er niet tussen, maar ik vind ze allemaal even mooi. Ik fotografeer me een slag in de rondte. Weinig origineel natuurlijk, facebook en twitter staan bol van de paddenstoelenreportages deze tijd van het jaar, maar het kan me niet schelen. Dat is altijd nog beter dan stemmingmakerige zeurverhalen over wie er het meeste gelijk heeft over van alles. En paddenstoelen blijven nou eenmaal fotogenieke en mysterieuze verschijningen die tot de verbeelding spreken.
Dan loop ik de Donkere Duinen in. Langs kronkelende schelpenpaadjes doorkruis ik een nurks, grijzig en stekelig landschap, al bijna in winterkleed zou je zeggen, met hier en daar hel in de zon oplichtend groen mos. Aan de horizon piept Lange Jaap kenmerkend rood boven de naaldbomen uit, de gietijzeren vuurtoren bij Huisduinen, bouwjaar 1878.
Halverwege daal ik even af naar het strand en de zee, voor een korte begroeting. Dat moet. Aan de zee kun je niet zomaar voorbij lopen. Een oranje met blauw bootje vaart langs, in een streepje van wit schuim. Aan de horizon lonkt Texel, maar bij de horizon kun je niet komen.

P1070358

Dan gaat het verder noordwaarts langs de Grafelijkheidsduinen. De bij de wandeling geleverde informatie vertelt dat deze duinen in vroeger tijden eigendom waren van de opeenvolgende Graven van Egmond. Vandaar waarschijnlijk de naam. In 1586 werd de Graaf van dienst echter in Brussel onthoofd – zo werden de zaken in boreale tijden opgelost – en moesten vanwege de financiële nood die daarmee ontstond bezittingen van de hand worden gedaan. De Grafelijkheidsduinen kwamen zo in handen van ene Isaac Le Maire, een Antwerpse ondernemer die eerst rijk geworden was in de VOC maar later een fortuin besteedde aan het traineren en dwarszitten van diezelfde VOC, wat dan uit pure nijd weer leidde tot de ontdekking van Kaap Hoorn. Wat je al niet meekrijgt tijdens een eenvoudige wandeling op een mooie dag. In de meer recente geschiedenis, lees ik nog, is het landschap nader gevormd door de talrijke – en voornamelijk geallieerde – bombardementen waar Den Helder tijdens de bezetting het doelwit van is geweest: naast de grote Harmplas zijn er dertig kleinere poelen ontstaan door inslagen van bommen.

P1070407

Aan de horizon zie ik al een tijdje drie vreselijk hoge stellages staan waarvan ik me afvraag wat het zou kunnen zijn. Het lijken steigers maar dat zijn het niet, ze komen zeer ruim boven de kerktoren uit. Ook voor een kermisattractie of een circustent is het veel te hoog. Ik vraag het een langs wandelend echtpaar, dat echter niet uit de buurt blijkt te komen, zoals ik voor het gemak had aangenomen, maar uit Breda. De vrouw zegt dat het in elk geval geen kunst is, wat ik leuk vind om te horen vanwege mijn al jaren lopende fotorubriek GeenKunst, op internet, waarin ik een collectie aanleg van zaken die weliswaar niet als kunst bedoeld zijn, maar het met een andere blik eigenlijk net zo goed wel kunnen zijn. De drie stellages zouden prima in die verzameling kunnen worden opgenomen, dat had de mevrouw goed gezien, al wist ze van het bestaan niet af uiteraard. De meneer meent te weten dat het een booreiland is dat voor onderhoud in de haven ligt, en dat kwartje valt wel bij mij. Een booreiland.. natuurlijk! Deze lezing wordt een eindje verderop nog eens bevestigd door een Helderse fotografe, die vanachter het hek een portret probeert te maken van een Schotse Hooglander. Met lokkende geluidjes tracht ze het beest zover te krijgen dat het wat dichterbij komt en in de lens kijkt. Het portret moet dienen, vertelt ze, als wandversiering in het verzorgingshuis waar ze werkt. Een tijdloos beeld, was het uitgangspunt. Het dier blijft stoïcijns onder haar verleidingstechnieken en ik maak haar attent op de Hooglanders die ik vanochtend in Mariëndal gewoon los rond zag lopen. Een tip die in dank wordt aanvaard, dus ik ben benieuwd of het tijdloos beeld inmiddels aan de wand hangt. Ik hoop het.
Ondertussen betrekt de lucht behoorlijk en zie ik aan het zwerk precies de wolkenpartijen oprukken die me op buienradar al waren voorspeld en die ik gehoopt had net te ontlopen. Het ziet er indrukwekkend dreigend uit, tot bijna zwart aan toe, maar ik vang alleen wat afwaaiend vocht, de paraplu noch de poncho hoeft er aan te pas te komen, de bui drijft over.
Fort Kijkduin, waar ik dan langsloop, werd gebouwd rond 1813, in opdracht van Napoleon. Die wilde van Den Helder het Gibraltar van het noorden maken. Of Gibraltar dan ook het Den Helder van het zuiden zou worden blijft de vraag. Nu is er onder meer een zeeaquarium in gevestigd. Er slenteren wat uitgebluste toeristen rond, ik besluit het voor een volgende keer te bewaren.

P1070449

Op het randje van Huisduinen, zo goed als in de zee, in de schaduw van Lange Jaap, staat nog een kleiner, bakstenen torentje dat ook sterk doet denken aan een vuurtorentje. Ik lees later op internet dat dit een kustwachttorentje is, gebouwd in 1948 ter vervanging van een ijzeren uitkijktoren. Dit nieuwe torentje droeg ook een licht en vormde zo, samen met Lange Jaap een lichtlijn om het scheepvaartverkeer veilig door het Schulpengat te leiden. Dat gaat er tegenwoordig moderner aan toe en nu is het torentje een éénkamerhotel waar je flink voor in de buidel moet tasten, maar dan slaap je dus wel zo goed als in zee.
Net onder Huisduinen gaat het dan landinwaarts de duinen in. Links steekt dan al snel de zogenoemde Kroontjesbunker boven het landschap uit, een overblijfsel van de Atlantikwall. Een betonnen bunker, flink bewerkt met de onvermijdelijke graffiti en met inderdaad iets van een kroon op het hoofd. Een doornenkroon, zou je bijna zeggen, als dat niet iets oneerbiedigs zou hebben. Met de ook op taalgebied kenmerkende Deutsche Gründlichkeit heet dit gebouw eigenlijk Flugabwehrgruppenkommandostand, maar krijg dat maar eens uit je mond zonder erbij te gaan blaffen. Kroontjesbunker klinkt liever. De bunker is het topje van de ijsberg want ondergronds schijnt het een enorm complex te zijn dat als hoofdkwartier en commandocentrum voor de Duitse luchtafweer werd gebruikt. Een handgeschreven bordje meldt dat de bunker is te bezoeken op 4 en 5 mei, tijdens open monumentendag en, minder voor de hand liggend, eerste kerstdag.
Weer naar het zuiden afbuigend, terug naar het begin, vraag ik me een tijdje af of er nou geen leukere route te verzinnen valt dan dit wat saaie fietspad achterlangs wat sportvelden. Door de Grafelijkheidsduinen bijvoorbeeld, die daar rechts aanlokkelijk liggen te zijn, met hun Harmplas, hun dertig kleine poelen en hun rijke geschiedenis, maar misschien zijn die nog altijd in adellijke handen. Het laatste stukje, langs het Refugium en door de Donkere Duinen maakt dan weer veel goed. Dat is een verrassend leuk stuk, met bospaden en al en als je niet beter wist zou je je hier makkelijk in de omgeving van Bergen of Schoorl kunnen wanen. Eind goed al goed, zoals het cliché al zegt. Met Den Helder is veel minder mis dan wel eens wordt beweerd.

Bekijk eventueel het fotoalbum bij deze wandeling.

Met mijn poten in de modder

TECO3385In een zo langzamerhand onafgebroken lijkende reeks van volgeregende en natgeplensde dagen stond de hemel er vanochtend opeens even strakblauw bij, een mooie gelegenheid er weer eens op uit te trekken voor mijn regelmatig bedoelde ochtendwandeling. En dat kwam mooi uit want ik kon wel een frisse neus en een verzetje gebruiken. En een leeg hoofd, want man man man, daar hoopte de kommer en de kwel en het oud zeer zich ook maar weer huizenhoog op. Bovendien had ik veel teveel tijd in de krant en op internet doorgebracht, waar het klimaat er de afgelopen dagen ook niet beter op was geworden. Er werd wat af gepolariseerd. De één sloeg de ander nog parmantiger met zijn haastig bij elkaar gesprokkelde wereldbeeld om de oren dan de ander een volgende. En iedereen wist de absolute waarheid wel op één of andere manier voor het eigen karretje te spannen. Strontchagrijnig was ik er van geworden. Al dat ijdele gekift had een niet ter zake doende negatieve uitwerking op mijn toch al wankele humeur. Hoog tijd voor wat tegenwicht, dus daar ging ik, op pad. Neus in de wind, wind in de haren, zon op de bol.
Om mijzelf te motiveren ook inderdaad regelmatig de deur uit te gaan, zoals de gezonde bedoeling is, heb ik van die ochtendwandelingen dan meteen een soort fotoprojekt gemaakt. Ik loop telkens hetzelfde rondje, maak onderweg steeds foto’s van onvermijdelijk zo ongeveer dezelfde plekken, door de seizoenen heen, en hoop aldus na verloop van tijd een aardige reeks te hebben die een divers beeld oplevert van dit kleine stukje omgeving. Ach, ik ga er verder niet ingewikkeld of kunstzinnig over doen, ik vind het leuk en we zien wel wat het wordt. Het krijgt me in elk geval in beweging en daar was het om begonnen.
Zo kom ik halverwege de wandeling bijvoorbeeld steeds langs een vriendelijk ogende boerderij die eigenlijk iedere keer mijn aandacht wel trekt en die ik al vanuit vele hoeken met allerlei licht- en weersomstandigheden heb gefotografeerd. Gelegen aan een wat bochtende weg met dito sloot, een beetje verscholen tussen hoge bomen staat hij daar zeer authentiek en rustiek te zijn.
Ook vandaag maakte ik er wat portretten van. De weg lag bezaaid met platgereden modderkluiten, hier werd gewerkt. In de berm stond een tractor geparkeerd met een bekooide aanhanger vol vers geoogste witte kolen. Verderop reed een tweede tractor heen en weer. In de bomen was de herfst voorzichtig vast wat begonnen
Juist toen ik de tractor met kolen wilde passeren, wilde ook de tweede tractor daarlangs. Voor de zekerheid stapte ik opzij de modderige berm in, het was een brede tractor op een smalle weg. Maar in plaats van door te rijden, zoals ik had verwacht, hield de tractor stil, pal naast mij. Het bevreemdde mij een beetje eerlijk gezegd. Waarom precies hier, vroeg ik mij af, maar goed, hij moest hier zeker zijn.
Toen ik mijn wandeling dan maar met een groetend gebaar wilde vervolgen sprong de berijder huts van zijn tractor en hield mij staande. Het was de derde dag van de boerenopstand, het tweede beleg van Den Haag was op hetzelfde moment in volle gang.. ik was het gespin, het gescheld, het gestook en de stemmingmakerij nou juist ontvlucht, met mijn kop in de wind, en nu stond ik hier verdorie oog in oog met een boer die mij zo’n beetje had klemgereden met zijn tractor. Trekker, moet je geloof ik zeggen, anders ben je meteen al een elitaire linkse randstedeling. Het was een echte boer, met een blauwe, zeer verwassen overall maar niet op klompen. Hij stak een kop boven mij uit en was een paar dagen geleden in kennelijke haast geschoren.
Misschien wil hij de weg naar Den Haag vragen, bedacht ik grappig, maar ik liet het wel uit mijn hoofd dat ook hardop te zeggen want vriendelijk keek hij niet.
Waarom liep ik hem te filmen?, werd mij dan zonder te groeten, op barse toon gevraagd.
Vorige week liep ik hem ook al te filmen, had hij mij heus wel gezien, en nu dus weer. Waar dat voor was, wilde hij nu wel eens weten.
De handen gingen in de zakken, de voeten wat uit elkaar. Hier stond een boer die niet meer met zich liet sollen, zoveel was duidelijk. Een nieuw, assertief elan was over hem neergedaald.
Er schoten mij een aantal bijdehante antwoorden door het hoofd die ook bepaald assertief waren en waar de actualiteit ook toepasselijk doorheen schemerde maar ik besloot toch liever de-escalerend te werk te gaan. Dat paste beter bij mij. Ik vertelde dus van mijn ochtendwandelingen en het kunstzinnig fotoprojekt dat ik daar bij verzonnen had. Weidde kort uit over een portret van het landschap en de omgeving, het licht en de seizoenen. Alles met mijn charmantste glimlach.
Waarna de boer ook niet meer wist wat hij nog moest zeggen, wat hij zo te zien jammer vond. Met toch nog een groet beklom hij zijn tractor en reed achteruit terug naar waar hij vandaan kwam.
En ik maakte mijn wandeling af. Kwam thuis met een frisse neus, maar zonder leeg hoofd. Want ja.. Ik kon de actualiteit natuurlijk proberen te ontvluchten, het platteland was daar deze dagen misschien niet de beste plek voor.

Eerder gepubliceerd op Het Bewijs, weblog van een man van goede wil

Wie, wie, wie?

Om even uit te rusten, iets te eten en van het zonnetje te genieten streek ik neer op de eerste de beste picknicktafel die ik tegenkwam, zo halverwege mijn wandeling. Ik zag hem al van verre staan. Het was zo’n typische, robuuste picknicktafel van balken en bouten en moeren, met bankjes aan weerszijden waar je eerst ongemakkelijk overheen moet klimmen om er op aan tafel te kunnen zitten, en waar je met minimaal drie echtparen aan terecht kunt, met je thermosflessen en je tupperware broodtrommeltjes. Ze staan door het hele land, in bossen en duinen, op heide en parkeerplaatsen langs de snelweg. En hier stond er ook één, in de polder, speciaal voor mij.
Het tafelblad was niet standaard trouwens. Normaal zijn dat zeven of acht brede balken met steeds een centimeter tussenruimte, waar je je opgefrommelde boterhamzakjes en snoepwikkels handig zolang even tussen kunt stoppen, om te voorkomen dat ze wegwaaien; bij deze picknicktafel was het blad uit één stuk en had het een tweede functie als kleurig informatiebord. Met ditjes en datjes over de omgeving en getekende plaatjes van de verschillende weidevogels die hier met meer geluk te zien kunnen zijn.
Met brede viltstiften en een mespunt hier en daar was er in de loop der tijd nog het nodige aan deze lezenswaardigheden toegevoegd, we leven in een beschaafd land tenslotte, het vrije woord, u begrijpt. De meeste van deze uitingen kan ik hier met een gerust hart onbesproken laten maar één regel trok toch mijn aandacht. Op de hoek van de tafel stond in een goed leesbaar handschrift geschreven: Wie heeft er suiker in de erwtensoep gedaan?

lou bandy

Voor wie het niet weet: dat is de titel van een nogal flauw en wat rommelig lied dat werd geschreven door Jacques van Tol en in 1937 voor het eerst op de plaat werd gezet door Lou Bandy, die ook de muziek schreef. Boze tongen beweren dat Ringo Starr zijn oor hier later nog te luisteren heeft gelegd bij het componeren van Yellow Submarine. Maar goed, er zijn ook mensen die beweren dat de aarde plat is. Yellow Submarine werd in 1966 dan trouwens weer van een Nederlandse tekst voorzien door Wim Kan, Jelle zal wel zien, werd dat, waarna onder andere Johnny Hoes er in 1967 een hit mee scoorde. Dus mocht het waar zijn, van Ringo, dan is er wel erg zoete wraak genomen.
Jacques van Tol dus, die in de oorlog voor de Duitsers heeft gewerkt en daarna, op z’n Hollandsch, alleen nog onder valse naam als populair tekstschrijver werd gedoogd. Vader bovendien van Hans van Tol Tol Hansse, in 1977 bekend geworden met het lied Big City. Een appel die qua schrijfstijl dus in elk geval niet heel ver van de boom is gevallen, en ook alweer jaren dood.

Lou Bandy was in de dertiger en veertiger jaren van de vorige eeuw een buitengewoon populair revue-artiest, werkte in zijn nadagen nog mee aan het radioprogramma De Bonte Dinsdagavondtrein en vierde successen met onder meer Louise zit niet op je nagels te bijten en Zoek de zon op, liedjes die waarschijnlijk alleen bij het alleroubolligste programma van Omroep Max nog ergens een vaag belletje doen rinkelen.
Ik bedoel maar.. wat is hier gebeurd? Wat moeten we hier van denken? Is hier een krasse negentigjarige op pad gegaan, met een viltstift, opgejut in een programma van Omroep Max wellicht, om de jeugd van tegenwoordig nog eens wat echte, Hollandsche cultuur bij te brengen? Met een écht liedje, in plaats van al dat onverstaanbare rare praten? Of heeft de Jeugd van Tegenwoordig deze vooroorlogsche klassieker soms gecovered, in een nieuw jasje gestoken, in een programma van Ali B? En is het, zonder dat ik er weet van heb, inmiddels opnieuw razend populair.. Het kan allebei, het zijn verwarrende tijden tenslotte, maar dat laatste hoop ik eigenlijk het meest van niet.

Het nadeel van buienradar

het nadeel van buienradar

Vandaag zou ik wandelen, met mijn jongste zoon. Zelf ben ik al jaren een enthousiast wandelaar, en tot mijn grote vreugde is mijn jongste zoon dat nu ook. Zodoende bedachten we een gezamenlijke langeafstandswandeling – van onze woonplaats op het platteland van Noord Holland naar onze geboorteplaats Den Haag, en weer terug – en lopen we daar met enige regelmaat een etappe van. Een stevige dagmars. Fijne, gemoedelijke dagen zijn dat altijd, met wat uitgebreidere vader en zoon gesprekken dan het gebruikelijke ‘zijn er geen krentenbollen’ en ‘zou jij je kamer niet eens stofzuigen’.
Beiden hebben we een goedgevulde agenda dus om de enige regelmaat er in te houden moeten die dagen ruim van tevoren worden afgesproken. Wat als nadeel heeft dat je geen rekening kunt houden met weersvoorspellingen, buienradar heeft ook zo zijn grenzen, en dat je dus maar moet afwachten wat het weer gaat doen, de afgesproken dag. Tot nu toe heeft dat allemaal reuze goed uitgepakt, we mogen daar niet over mopperen en dat doen we dan ook niet, maar voor vandaag hebben we de verwachtingen de hele week steeds somberder zien worden. Tot er gisteravond sprake was van 70% kans op regen en 10 mm neerslag. Daar zagen we geen van tweeën de lol nog van in en met enige tegenzin besloten we dat het verstandiger was de boel dan maar af te blazen deze keer.
Toch blijft het dan altijd de vraag of je jezelf daar nou een plezier mee doet. Want evengoed loop je de hele dag naar buiten te kijken of het nou al eens een keertje regent, of dat het nou nog steeds wel meevalt allemaal. Word je zelfs ronduit chagrijnig als de hemel nu en dan blauw kleurt, de zon er af en toe door komt. Loop je je heel je vrijgehouden dag wat spijtig af te vragen of je nou niet beter toch had kunnen gaan. Waarmee het dus inderdaad de vraag wordt of je niet beter toch had kunnen gaan.