Een oude bekende

IMG_2507

 

 

 

Voor het eerst in toch alweer iets te lange tijd maak ik mijn vaste ochtendwandeling. Het is niet dat ik daar geen zin meer in heb, of dat ik het niet meer nodig zou hebben, verre van dat. Er staan gewoon steeds andere dingen op het programma. Het leven raast ook maar gewoon door nietwaar. Tja, wat doe je eraan.
In elk geval, ik ben weer op ochtendwandeling en er is nogal wat veranderd sinds de laatste keer, merk ik op. Uiteraard is er nogal wat veranderd, dat haalt je de koekoek. Er is een volle maand lente overheen gegaan, dat wil wel. Waar de vorige keer alles nog kaal, woest en ledig was, springt het nieuwe leven me vandaag overal vandaan tegemoet. Een wellustig fris, jong groen kleurt bomen en struiken waar je kijkt. Bermen staan botergeil in bloei met enorme bossen fluitekruid en koolzaad, boterbloemen, pinksterbloemen, paardebloemen en allerhande anders dat ik zonder boekje niet weet te benoemen. De meidoorn bezwijkt zo hier en daar bijna onder de bloemenvracht. Nieuw riet schiet op in de boerensloot. Waar ik trouwens nog veel meer nieuw leven in zie. Een moeder eend paradeert trots met een sliert pulletjes in haar kielzog, een meerkoet duikt onduidelijk voedsel op voor twee kleintjes, die ondanks hun pluizigheid eigenlijk weinig aandoenlijks hebben, valt mij altijd op. Ik zie een weide vol ganzen die al hun pullen in een soort kinderopvangsysteem bij elkaar hebben gedreven. Zij voeden hun kinderen op volgens het Afrikaans spreekwoord: It takes a village to raise a child. Als ze mij zien aankomen, met mijn camera, maken ze zich groepsgewijs waggelend en gakkend uit de buurt, de kinderschare veilig in het midden. Opvliegen, wat ze normaalgesproken doen, is er voorlopig even niet bij. Opvallend genoeg blijven vijf ganzen achter, die zich gezamenlijk met één jong bezig staan te houden. Er worden hartige woorden gesproken, die ik jammer genoeg niet kan verstaan. Al kan ik me er, door de wol geverfd als vader van drie en opa van twee, wel iets bij voorstellen.
Verderop kom ik drie eendenpullen tegen waar geen enkele volwassen eend zich om lijkt te bekommeren, ik zie er niet één tenminste. Moederziel alleen klitten ze piepend bij elkaar in de sloot. Braaf vluchten ze steeds een eindje voor me uit, zoals ze dat van moeder geleerd hebben waarschijnlijk, maar na een tijdje geven ze dat op en blijven ze maar wat liggen. Het kan mijn vaderhart zijn natuurlijk, maar het lijkt er zelfs een beetje op dat ze hoopvol naar me op kijken. Of ik misschien weet waar hun moeder is. Of ik ze misschien kan helpen. Maar ja.. nee.. wat moet ik doen? Wat kan ik doen? Niks natuurlijk. Zo gaan die dingen. Met bezwaard gemoed loop ik door.
Mijn humeur klaart weer wat op als ik plotseling een oude bekende zijn rondjes door het luchtruim zie zweven. Het is de bruine kiekendief die ik vorig jaar al regelmatig rond zag vliegen en waarvan ik geheel zelfstandig had geconcludeerd dat het een bruine kiekendief was. Daar was ik toen best trots op en sindsdien ben ik hem als oude bekende gaan beschouwen. Hij mij niet, uiteraard. Al liet hij zich vrij regelmatig zien. Nu was hij dus weer terug van blijkbaar weggeweest, want dat het een trekvogel was wist ik dan weer niet. Ik weet heel veel niet. Ik ben blij met het weerzien en hoop hem dit jaar nog beter en van dichterbij te zien te krijgen. Nu kijk ik hem na, hoe hij in glijvlucht zijn koers verlegt. Schitterend, vind ik het. Dan dringt het opeens tot mij door dat hij in de richting van mijn drie eendjes glijdt. En dat hij niet voor niets kiekendief heet. Ik houd mijn hart vast. Gelukkig heb ik geen verrekijker bij me.

Eerder gepubliceerd op Het Bewijs, weblog van een man van goede wil.

Advertenties

Langs de verloren beek

Trage Tocht Wisselse Veen, gelopen op vrijdag 3 mei 2019

P1050095

Op een onbezorgde, overwegend zonnige vrijdag in de meivakantie wandelden wij rond het Wisselse Veen, bij Epe. Over zandwegen en paden en onder fraaie wolkenluchten liepen wij door natuur en cultuurlandschap. En langs de verloren beek. Die niet zo heet omdat hij kwijt was geraakt maar omdat hij nimmer is gebruikt als energiebron, in tijden dat beken dat waren.

Bekijk eventueel het fotoalbum bij deze wandeling.

Alles wat groeit en bloeit

cropped-p1040545.jpg

Van Bergen aan zee naar Castricum, een etappe van De lange weg naar huis, gelopen zondag 21 april 2019, eerste paasdag

Voor de laatste keer laten we ons volledig verzorgd met de auto op ons startpunt afzetten, mijn jongste zoon en ik. Bergen aan zee. Vanaf hier zullen we met het openbaar vervoer moeten heen en weren. Zo ver zijn we al van huis, op onze tocht naar Den Haag en weer terug. Het is eerste Paasdag, het weer is ons welgezind. De temperaturen zijn zomers, we zullen licht verbrand terugkeren vanavond, al weten we dat nog niet. Wel heb ik als voorzorg mijn hoedje opgezet. Eerste keer dit jaar.

P1040408

Bij de Zeeweg duiken we meteen de duinen in, een schitterend gebied. Meanderende zandwegen door glooiend en open terrein, met plukjes bomen hier en daar die zich ondanks protest uiteindelijk toch telkens opnieuw, grillig en krullend, naar de wind hebben moeten voegen. Bij een poeltje staan wat paardjes loom en fotogeniek te wezen. Ze kijken ook naar ons. Er wordt bedachtzaam wat gedronken. We staan er een tijdje bij stil en zien dan plotseling een gele kwikstaart. En nog één, en nog één. Op het laatst zijn het er vijf. Het staat mij vagelijk bij dat dit een bijzondere waarneming is, maar dat kan net zo goed onzin zijn. Wel ben ik erg tevreden met mezelf dat ik deze vogeltjes zonder pardon en haperen weet te benoemen. Al is dat ook weer niet zó moeilijk want als ik er zelf een naam voor zou moeten verzinnen zou het waarschijnlijk ook gele kwikstaart worden. Het is een vogel die zijn naam eer aan doet. Ze lijken een beetje bij de paarden rond te blijven darren. Vermoedelijk omdat daar lekker veel insecten op af komen, vertel ik mijn zoon iets voor de hand liggends.
Verderop buigen we ons gezamenlijk over wat sporen in het zand. Vragen ons en elkaar af wat hier gelopen zou kunnen hebben. We menen kussenpootjes met nageltjes te zien, te klein voor een vos, volgens ons. Niet de lange achterpootafdrukken van een konijn. Een wezel of een hermelijn misschien. Als die hier voorkomen tenminste, daar hebben we hier en nu geen idee van maar later blijkt op internet dat dat inderdaad tot de mogelijkheden behoort. Het tweede spoor is meer een soort bandenspoor. Ik houd het op een hazelworm, of een slangetje. Een flinke rups, zou ook nog kunnen, bedenk ik me nu ik dit schrijf.

P1040428

Halverwege Egmond nemen we een stukje strand, het is niet voor niets strandweer tenslotte. Erg veel mensen zien we nog niet, het is nog vroeg en we zitten ver van beide badplaatsen. Wat wandelaars. Twee vissers zitten hun tijd te beiden. Een rijtje joggers. Naarmate we Egmond naderen wordt het wat drukker met badgasten. Er worden kuilen gegraven, dammen opgeworpen en balletjes overgegooid.
Langs de duinrand staat een lange rij stacaravans als strandhuisjes opgesteld. Mooi is anders, vind ik persoonlijk, en ik stoor me graag aan het idee dat mensen zich op deze manier een stuk strand toe-eigenen, als een soort privégebied, waar het strand natuurlijk van iedereen is. Hoewel dit dan wel weer beter is dan de onder architectuur gebouwde patserige eenheidsworst waar de gemiddelde projektontwikkelaar het liefst heel de kust mee wil verpesten, als hij de kans krijgt.

P1040452

Het gebouw dat als eerste oprijst op een duintop, als voorbode van Egmond, doet wat denken aan het Zeehuis in Bergen aan zee. Ondanks de lelijke glazen aanbouw heeft het een zekere grandeur. Helaas zegt de lelijke glazen aanbouw meer over Egmond dan de rest van het gebouw want grandeur komen we verder niet tegen. Egmond is gewoon lelijk, sorry dat we het zeggen. Wat er eventueel nog aan authentiek vissersdorperigs zou kunnen staan is aan het oog onttrokken door stompzinnig lelijke appartementenflats met uitzicht op zee en andere toeristenmeuk. Op de boulevard staat vergeefs een treurige kermis opgesteld. De vuurtoren JCJ van Speijk staat van top tot teen in de steigers maar is zelfs zo nog verreweg het mooiste meisje van Egmond. Toeristen hebben daar geen boodschap aan, blijkt. Over de boulevard sjokken Duitse families en gezinnen goedgemutst richting het strand, bepakt en bezakt met parasols, klapstoelen, boodschappentassen met diversen en kratten en koelboxen vol etenswaren. Fraai is het allemaal niet, maar goed. De zomer lijkt begonnen.
Na Egmond mogen we gelukkig de duinen weer in, al is het tegen betaling. We horen heel de dag al, en ook hier weer, enorm veel vogelgeluiden. Alleen van de koekoek in de verte weten we zeker wat het is. Het gemauw van een buizerd gaat ook nog. Het lukt me een paar kleine vogeltjes min of meer scherp op de foto te krijgen zodat ik thuis kan uitvissen wat we gezien hebben. Dat blijkt dan ook wel weer lastiger dan ik dacht omdat je als vogelaar eigenlijk ook het geluid erbij moet kunnen onthouden. Alleen zo zijn tjiftjaf en fitis van elkaar te onderscheiden. En dan kan het ook nog een fluiter zijn. Een tweede vogeltje lijkt mij een nachtegaal toe, maar dat durf ik hier nauwelijks op te schrijven. Een derde lijkt zoveel op de roodborsttapuit dat ik dat wel met zekerheid durf te stellen.

P1040466

Waarom het nou zo leuk is om dat allemaal dan weer precies te willen weten, weet ik eigenlijk niet en dat is natuurlijk ook helemaal niet interessant. Als je iets leuk vindt moet je je vooral niet af gaan zitten vragen waarom. Vandaar dat we ook nog even een vogelkijkhut in sluipen. We kijken uit over een meertje met daarin alleen een meerkoet. Tja, die hebben we thuis ook. Sterker nog, in het slootje aan onze achtertuin zit een stel pal onder onze neuzen stoïcijns te broeden. We willen alweer rechtsomkeert maken als er plotseling toch nog iets anders langs zwemt. Het is klein, het duikt onder water maar ik zie wel dat het geen kuifeendje of koet is. Ik poch met mijn niet bestaande kennis tegen mijn zoon dat het wel eens een dodaars zou kunnen zijn. Ik weet zelf niet waar ik het vandaan haal, maar thuis blijkt het wel zo te zijn. Kleinste fuut van Europa, of de wereld zelfs. En uitermate schuw. Pakken we toch maar weer even mee.
Tegen Castricum aan lopen we langs een stuk nieuwe natuur. Dat wil zeggen, dat moet het misschien nog worden. Nu is het een tamelijk troosteloze zandvlakte waar alles wat groeit en bloeit met wortel en tak is uitgeroeid. Er staan alleen nog wat skeletten van bomen, die er misschien voor de insecten of het verrottingsproces zijn blijven staan. Of voor de apocalyptische sfeer. Er is geen informatie over wat de plannen zijn, welk nobel doel gediend wordt, en dat is jammer want na een dag wandelen door een schitterend natuurgebied ziet dit er toch tamelijk vijandig en destructief uit.

P1040537

Terwijl ik er wat kunstzinnige foto’s van maak, want zo ben ik dan ook wel weer, blijven twee dames in zeer onflatteuze korte broeken angstvallig buiten beeld staan wachten. Ze willen niet op social media, roepen ze ter verklaring. Ach ja, het gevaar loert overal. Daarna blijven ze wel nog vrij lang in ons uitzicht voor ons uit wandelen.
Op het zandpad verdiepen we ons in een vrij groot insect dat steeds een stukje voor ons uit lijkt te vliegen en gravende bewegingen maakt in het rulle zand. Het lijkt mij een soort wesp, en dat is het ook, lees ik later. Een langsteelgraafwesp. Jaja. En daarvan de duinaardrupsendoder, om precies te zijn. Waarop ik wel eens wilde weten hoe de duinaardrups er uit zou zien, maar zo zit het niet. Er bestaat geen duinaardrups. De duinaardrupsendoder doodt elke rups die hem voor de voeten komt, om hem in te graven als voedsel voor één van zijn larven. En naast de duinaardrupsendoder bestaan dan ook nog andere soorten rupsendoders. De kleine rupsendoder, bijvoorbeeld. Terwijl er dus ook een paddenstoel blijkt te zijn die rupsendoder heet. Ja, je leert best veel op een wandeling. Als je je ogen maar open houdt, en niet te veel haast hebt.
Dan lopen we het verkoelende bos in richting het station van Castricum. Het klinkt ondankbaar op zo’n vroege mooie dag, maar de zon is best warm. We zijn bovendien aangekomen bij het moment waarop we merken dat we licht verbrand zijn.
Het bos heeft die typische lichtgroene kleur van de lente. Berkjes die net zijn uitgelopen, abelen die licht lijken te geven met hun witbehaarde blaadjes, kastanjes al vol in het blad, eiken die nog moeten beginnen. Een en al belofte van leven en geluk.
De trein missen we op drie seconden, hooguit vier, maar dat laten we ons de dag niet bederven.

Bekijk eventueel het fotoalbum bij deze wandeling.

Sprengen en Renderklippen

Trage Tocht Renderklippen, gelopen op woensdag 1 mei 2019

P1050016

In de meivakantie maakten we een genoeglijke en zonbeschenen wandeling door bos en over heide, langs sprengen en vennen, rond de Renderklippen, gelegen bij Heerde in Gelderland. Eén van de onvolprezen Trage Tochten.

Bekijk eventueel het fotoalbum bij deze wandeling.

Iga

iga kunicka

 

 

We wandelen vanaf Dirkshorn. Van het oude raadhuis en de kerk lopen we langs het haventje het dorp uit, steken onderlangs de N245 over en door een sluis van robuust hekwerk dat het ergste doet vermoeden komen we op de grasdijk langs het meer. Het meer van Dirkshorn. Heel groot is het niet, maar dat zegt niks.
Halverwege treffen we een kruis tegen de rietkraag. Een herdenkingskruis. Zelf in elkaar geknutseld van in de fabriek al witgespoten hardhouten balkjes en een door de elementen verweerd plankje waarop met zwarte stift een naam, twee data en een onleesbare zin in het Pools staan geschreven. We nemen tenminste aan dat het Pools is, geen vreemde veronderstelling in deze contreien.
Iga Kunicka.
SP, staat er nog voor. De Poolse versie van RIP, vermoeden wij. Spoczywaj w Pokoju. Zoek het maar op, op internet. Een halfvergaan en kleurloos geworden kransje van nepbloemen ligt even verderop in het riet. Voor het kruis staat nog een latje in de grond geprikt met daaraan een wat knullig geplastificeerd stukje multomappapier waarop dezelfde naam, de tweede datum en daaronder RIP. De tweede datum, dat zal een sterfdatum zijn, is 26 juli 2014. Toch is de tekst op het papier vandaag nog goed te lezen, al is het wat uitgelopen door het vocht. Je mag dus aannemen dat dit extra bordje er later nog bij is gezet. Naar het waarom daarvan kunnen we natuurlijk alleen maar raden, maar het lijkt er alles bij elkaar op dat Iga Kunicka na vijf jaar nog niet vergeten is, in Dirkshorn.
Op internet vinden wij nieuwsberichten uit Poolse kranten die haar tragisch einde beschrijven, in krakkemikkig Google Translate Nederlands. 21 jaar was ze, een seizoenskracht in de bollenteelt. Geliefd bij de mensen met wie ze werkte, een gangmaakster, lezen we in het Noordhollands Dagblad. In haar schooltijd deed ze mee aan schaaktoernooien, in een ander Pools artikel. Tijdens een feestelijk, zomers boottochtje met haar veelal Poolse collega’s raakte ze te water en verdronk.
In de commentaren onder de Poolse artikelen schrijven mensen die haar blijkbaar gekend hebben dat ze goed kon zwemmen. Dat ze geduwd werd. Verder wordt er al even naargeestig en respectloos heen en weer gevit en gescholden als hier onder willekeurig welk Volkskrantbericht op facebook, daar wensen wij verder geen wijs uit te worden.
Is ze zelf gesprongen? Verleid tot een verkoelende duik? Het was een warme dag. Werd ze tijdens een stoeipartijtje geduwd? Zo’n typisch verkennend stoeipartijtje met een jongen misschien, die haar leuk vond. Die zij leuk vond. Kon ze toch niet zo goed zwemmen? Misschien had ze gedronken.. we weten het niet. Het meer van Dirkshorn is diep, en koud. En zwijgzaam.
Het Noordhollands Dagblad meldt een week later dat de toedracht rond haar dood alsnog nader wordt onderzocht. Een bericht dat geen vervolg krijgt.
Wij denken dus maar aan Iga Kunicka, niet ouder geworden dan 21. En aan haar ouders, in Hrubieszów, in Polen, aan de grens met Oekraïne. Meer kunnen we niet doen.
Het halfvergane bloemenkransje, dat we al bijna als plastic zwerfafval hadden meegenomen, hangen wij terug aan het kruis.

Eerder gepubliceerd op Het Bewijs, weblog van een man van goede wil.

Het vriendelijk uitbottend landschap

cropped-p1040225.jpg

Een etappe van het Groot Frieslandpad, van Dirkshorn naar Nieuwe Niedorp, gelopen op vrijdag 29 maart 2019

In Dirkshorn raak ik, nog vóór we goed en wel vertrokken zijn, mijn wandelgenoot kwijt. Voor een foto van het kleitablet naast de deur was ik het trappetje van het oude raadhuis opgeklommen en na gedane zaken weer op de begane grond bleek zij mij spoorloos. De over een boekje gebogen gestalte waarvan ik bij tegenlicht met een half oog veronderstelde dat zij het was, die zich daar op de route oriënteerde, bleek de helft van een duo Jehova’s Getuigen te zijn. Jehova’s Getuigen zijn altijd met z’n tweeën, om één of andere reden. Het kan niet anders of er is per regio altijd een even aantal Jehova’s Getuigen. In elk geval, zij stonden zich op iets heel anders te oriënteren, namelijk de bekering van Dirkshorn, maar waren, na mijn wat verwarde uitleg, niet te beroerd met mij in het rond te kijken. En inderdaad, daar stond mijn wandelgenoot één en ander met stijgende verbazing te bezien.

P1040116

Langs het haventje verlaten wij Dirkshorn, steken onderlangs de N245 over en bereiken via een sluis van robuust hekwerk de grasdijk langs het meer. Het meer van Dirkshorn. Langs de ringvaart van de polder die vroeger het Woudmeer was lopen we verder. Een meneer met een Adidasbroek zit op een hekje, de zonnebril in de grijze krullen gestoken, het gezicht idolaat naar de zon gekeerd. Beter kan het haast niet, roept hij ons toe over het water. Wij beamen het grif, het is schitterend weer. De lente is amper een week oud of we lopen nu al zonder jas.

P1040160

Links, aan de overkant van de vaart, staat een gemaal. Industriële uitstraling. Robuust, maar ook met een oog voor schoonheid opgemetseld uit rode baksteen.
Rechts zien we een groot, knaloranje weiland liggen, een smet op het vriendelijk uitbottend landschap. Doodgespoten met glyfosaat, beter berucht als Roundup. Wij mopperen dat het een schande is en dat we beter zouden moeten weten. Dat er in Amerika al hoge schadevergoedingen aan kankerpatiënten worden toegekend, maar dat we dat hier natuurlijk allemaal overdreven Amerikaanse malligheid vinden. Dat we hier wel even democratisch zullen besluiten dat dat hele glycofaatverhaal een hoax van linkse gekkies is, net als de klimaatverandering, en dat je er hier dus heus geen kanker van krijgt. Fakenews, om onze hardwerkende boeren dwars te zitten. Ja, de recente politieke ontwikkelingen in ons mooie vaderland zitten ons nog behoorlijk hoog, deze heerlijke dag vlak na de verkiezingen. Maar wat doe je eraan?
De lucht weerspiegelt blauw in het water, de zon verandert het riet in goud, in de berm bloeien dotterbloem, klein hoefblad en narcis. Dat dan weer wel.

P1040207

De lange, monumentale dorpsstraat van Oudkarspel leidt ons tot bij de Allemanskerk. Die zo heet omdat hij, na in 1969 tijdens dakreparaties bijna volledig door brand te zijn verwoest, vanaf 1970 werd herbouwd met geld dat grotendeels door de bevolking van Oudkarspel bijeen werd gebracht. Met vereende krachten, zogezegd. Daarvóór had de kerk trouwens ook al het nodige meegemaakt. De oudste resten zijn nog van de 11e eeuw, toen de kerk nog Aldenkercha heette. De oorspronkelijke toren stamt uit de 12e eeuw. In de 14e eeuw werd daar dan weer een nieuwe kerk aan gebouwd, die in de 15e eeuw werd uitgebreid met een koor. Tweemaal werd de toren getroffen door de bliksem, tweemaal werd hij herbouwd. In 1868 werd de aanvankelijk sobere kerk uitbundig gepimpt tot een neogotisch exemplaar, waarbij de toren een spits kreeg. Bij de laatste herbouw is die spits weer weggelaten, op zeer uitdrukkelijk verzoek van de Rijksmonumentendienst, die de kerk terug wilde zien in de originele staat, zoals hij bekend was van oude afbeeldingen, zonder spits. Hoewel de toren die in 1621 door de bliksem werd verwoest toch ook een spits gehad schijnt te hebben. Ook een originele staat, zou je zeggen. Maar goed, daar waren misschien geen plaatjes van.

P1040226

Dan gaat het richting Nieuwe Niedorp, over hier en daar door schapen begraasde grasdijken langs het kanaal Alkmaar Kolhorn, de Omval. We lopen langs akkers met frisse, jonge aanplant – we gokken op boerenkool, maar weten het niet zeker. Een sleedoorn in zeer uitbundige bloei. Kieviten buitelen door de lucht, zwanen zitten op hun nest, kraaien begeven zich op rooftocht. Hier en daar zien we een lege eierschaal liggen waarvan je rond deze tijd toch waarschijnlijk nog moet vermoeden dat de kraai met succes heeft toegeslagen.
In een verder verlaten uitloper van het Waartje ligt een ongeregeld rijtje boten, in diverse staten van onderhoud en min of meer bewoond. Het doet aan als een verzamelplaats voor vrijbuiterige types die hier zo’n beetje hun gang kunnen gaan zonder dat de buren komen zeuren. We raken in gesprek met een man die aan die omschrijving voldoet. Hij vertelt over zijn herdershond, die gedurig enthousiast om ons heen dart en die hij telkens goedmoedig tot de orde roept. Hij was met de hond op politietraining gegaan, vertelt hij, maar dat had hij niet lang volgehouden. Hij had het zielig gevonden voor de hond, omdat die er altijd maar agressief moest zijn. Dat leek hem zo veel stress opleveren. Hij had zijn hond liever zoals hij nu was, vrolijk en speels. Werd hij waarschijnlijk nog ouder ook.

p1040332.jpg

We lopen verder door vlak groen land, grijze akkers die omgeploegd liggen te wachten op wat onvermijdelijk komen gaat: maïs of kool. Hier en daar een betonnen brug over het kanaal, in de verte lange rijen hoge bomen langs de weg. Vanuit hun weiland kijken twee alpaca’s ons dommig na. Oude poldermolens en moderne windmolens doorbreken eensgezind de einder. Ook die enorme, witte molens beginnen al zo’n vertrouwd beeld te vormen dat je ze eigenlijk ook wel gewoon weer mooi zou kunnen gaan vinden. Waarom niet? Die oude poldermolens werden in hun tijd ook verguisd als horizonvervuiling, wanstaltige bouwsels die, zodra het stoomgemaal zijn intrede deed, maar beter snel konden worden afgebroken. Nu zijn ze zo’n beetje het oerHollandsch symbool geworden van nostalgiegekkies die altijd maar bang zijn dat er eens iets zou veranderen.
Met de volgende brug steken we het kanaal over en dalen af naar Nieuwe Niedorp, waar de auto onder de kerktoren staat geparkeerd. Terwijl we de schoenen verwisselen en ons opmaken voor de thuisreis klinkt er saxofoonmuziek uit een raam. Het was een mooie dag.

Bekijk eventueel het fotoalbum bij deze wandeling.

Reigers en aalscholvers

cropped-p1030977.jpg

Van Schoorldam naar Bergen aan zee, een etappe van De Lange Weg Naar Huis, gelopen op zondag 17 maart 2019

We zijn onderweg naar Den Haag, mijn jongste zoon en ik. In etappes wandelen we van onze woon- naar onze geboorteplaats. En weer terug. Een maand geleden uit Schagen vertrokken staan we hier, op de Westfriese dijk, vlak voor Schoorldam, waar we vorige week gebleven waren en waar we ons vandaag weer af hebben laten zetten, dus nog maar aan het begin van onze lange weg naar huis. Vol goede moed uiteraard, want we doen het voor de lol. Bovendien is het weer eens prachtig weer, de zon komt telkens opnieuw achter de haastig voortjagende wolken tevoorschijn.. we hebben ja niks te klagen, dus dat doen we dan ook niet.
Via de helwitte Schoorldammerbrug steken we het in tegenlicht blikkerend Noordhollands kanaal over, duiken met het fiets- en voetgangerstunneltje onder de N9 door, langs het Betoverde Bos van kunstenaarsduo BlokLugthart, met de zeven gitzwarte merels die refereren aan het wapen van Schoorl, en door de lommerrijke buitenwijken van Schoorl lopen we richting de kust, die we pas in Bergen aan zee echt zullen bereiken.

P1030955

In die lommerrijke buitenwijken treffen we ook een klein maar fijn stukje bos waarin wat naaldbomen staan die hun kroon als een enorm parapluscherm hoog over het pad uitspreiden. Als zwarte gaten in het takkenpatroon ligt daarop een aantal flinke reigernesten verspreid. Dat het reigernesten zijn weten we zeker wanneer we een reiger net zo nieuwsgierig naar beneden zien kijken wie er daar onder zijn huis staat te dralen als wij naar boven of we een teken van leven ontwaren. Het is een koddig gezicht, die toch echt verbaasde vogelblik boven die eigenwijze puntsnavel. Wat de reiger van ons denkt wordt duidelijk wanneer een ferme straal dunne vogelpoep vlak naast ons in de berm fluimt. Dat had heel anders af kunnen lopen.

P1030966

Het centrum van Schoorl kondigt zich aan met een kerk en daarnaast het piepkleine oude raadhuisje. Omdat ik hier ter gelegenheid van een eerdere wandeling al eens wat over had opgezocht, kan ik nu ook aan mijn zoon vertellen dat dit schattige raadhuisje van 1601 is. Dadsplaining zou je dit kunnen noemen, omdat die wijsheid ook met grote, gouden letters op de gevel staat genoteerd. Het raadhuisje, lepel ik de rest van mijn internetkennis op, bestaat uit slechts één ruimte, de raadszaal. Met, okay, nog een portaaltje. Niettemin is het in gebruik geweest tot 1901 voordat het door inmiddels ook allang weer verlaten nieuwbouw werd vervangen. Over duurzaam bouwen gesproken. In 1931 kwam het gebouwtje in handen van de Vereniging Hendrick de Keyser, die zich het behoud van architectonisch of historisch waardevolle gebouwen ten doel heeft gesteld. Aan het Schoorlse raadhuis hebben ze een hele kluif gehad omdat de gemeente destijds bij de overdracht de voorwaarde had gesteld dat het gebouwtje een paar meter naar achter zou worden verplaatst, zodat, toen al, de weg verbreed kon worden, ten behoeve van het oprukkend autoverkeer. Het raadhuisje is toen baksteen voor baksteen afgebroken en iets naar achteren weer opgebouwd.
In het perkje voor raadhuis en kerk wordt één van Schoorls grootheden, schilder en tekenaar Jan van Scorel (1495 – 1562), geëerd, met twee bronzen beelden. Voor het raadhuis staat de kunstenaar zelf, ten voeten uit; voor de kerk een ruimtelijke opvatting van één van zijn schilderijen, de Jeruzalemvaarders. Daarover schreef ik al in de rubriek Kunst Onderweg op het weblog van de wandeling langs het Groot Frieslandpad.

P1030977

Bij het bezoekerscentrum beklimmen we de trap naar wat het hoogste duin van Nederland genoemd wordt, we spreken graag in de overtreffendste trap in ons landje aan de Zuiderzee. Eenmaal boven is het uitzicht echter zeker weids te noemen. Aan onze voeten ligt de landkaart van de kop van Noordholland. We zien de karakteristieke twee kerktorens van Schagen, waar we vandaan komen, dichterbij de kerktorens van Warmenhuizen en Dirkshorn, de windmolens langs de N242 en aan de horizon de flatgebouwen van Hoorn. Achter ons laat de zee zich al zien, tussen de Schoorlse duinen.
Vanaf hier volgen we de roodwitte stickers en pijlen van het Nederlands Kustpad richting Bergen aan zee. Al snel passeren we onafzienbaar lange rijen hoog opgetaste boomstammen die langs de weg liggen te wachten op verder transport. Hier wordt aan de natuur gewerkt. Natuurbeheer. Er is de laatste tijd veel over te doen.

P1030984

Natuurbeheerders claimen meer variatie in het landschap te willen aanbrengen door stukken bos te kappen: stuifduinen, verschraalde gebieden, heide, een hoger grondwaterpeil, waardoor ook verdwenen plant- en diersoorten hun herintrede zouden kunnen doen. Boze tongen beweren dat al dat gekapte bos de organisaties goed geld oplevert als biomassa voor het opwekken van groene energie, die daarmee uiteraard opeens een stuk minder groen wordt. En hoe lang kun je daarmee doorgaan voordat de bomen op zijn? Wij weten niet zo goed wie we moeten geloven. Maar een rotgezicht is het wel, zo’n muur van gerooide bomen. Verderop komen we inderdaad wat drassige stukken tegen, maar weten dan weer niet of dit nu al het resultaat kan zijn van al dat natuurbeheer. Verder vinden we het gebied waar we doorheen wandelen eigenlijk al behoorlijk afwisselend. We lopen door stoïcijnse naaldbossen waar de stammen kaarsrecht in het gelid staan en maar weinig verdere begroeiing onder zich gedogen, door zilverwit oplichtende, ijle berkenbosjes, door krullerige heksenbosjes waarvan de stammen en takken zich kermend en in grote radeloosheid ten hemel lijken te kronkelen. We doorkruisen heidevelden en passeren vennetjes en poeltjes, we stijgen en dalen en glooien tevreden met de zandpaden en klinkerweggetjes mee. Van ons zou het ook wel zo mogen blijven, mocht iemand het willen weten.

P1040057

Bij een klein meertje, gedeeltelijk omzoomd door grillige, zwart afgekloven skeletten van bomen treffen we twee aalscholvers die op een boomstronk vlak boven het water zitten te zitten. Het geheel biedt een licht prehistorische aanblik. Dat heb je met aalscholvers, daar is niet veel meer aan het basisontwerp gerommeld, sinds de schepping. Deze twee zitten niet in de karakteristieke houding met de vleugels wijd te drogen. Blijkbaar zijn ze al droog, en wachten ze tot het tijd wordt voor een nieuwe duik. Ze lijken niet erg onder de indruk van onze aanwezigheid en zelfs wanneer we steeds iets dichterbij sluipen, blijven ze onverveerd op hun boomstammetje zitten, al houden ze ons duidelijk zichtbaar wel scherp in de gaten. Ze zullen niet veel zin hebben om net opgedroogd als ze zijn meteen weer te water te moeten en stellen dat paniekmoment zo lang mogelijk uit. Het stelt ons in de gelegenheid de vogels een tijdje rustig van dichtbij te bekijken, wat wij als bijzonder ervaren. We zien dat ze veel mooier zijn dan je van een afstandje zou zeggen. Niet egaal dominee-zwart maar met een schitterend, subtiel schubbenpatroon op de vleugels, wufte witte pluimpjes die daaronder uit piepen en een staart als een gesteven plooirokje tot net iets boven de knie. Een fikse punk-hanekam op het hoofd. Ons oordeel over de aalscholver is bij dezen bijgesteld.
Als eerste teken dat we Bergen naderen zien we het torentje van Huize Glory boven de bomen uitsteken. Lang geleden beklommen we dat enigszins in verval zijnde torentje, langs wenteltrappen en trappenhuizen, om boven op de glazen omgang met meegebrachte verrekijkers de omgeving af te speuren. We weten het allebei nog. Langs het Zeehuis tenslotte lopen we Bergen aan zee binnen. Het laatste stukje doen we over het strand, om de zee even gedag te zeggen. Het waait stevig, het zand stuift op, we worden verwelkomd en uitgezwaaid door een woeste branding.

Bekijk eventueel ook het fotoalbum bij deze wandeling.